Aanmelden

 

Veelgestelde vragen over
toetsen en beoordelen

Hieronder vind je veel gestelde vragen over Toetsen en beoordelen.

Heb je een vraag? Stuur deze dan naar Veronica Bruijns: v.m.h.bruijns@hva.nl

Wanneer is feedback effectief?

Doel van feedback is dat de student inzicht heeft in de voortgang van de eigen competentieontwikkeling ten opzichte van het eindniveau van de opleiding, in de kwaliteit van zijn huidige prestatie en in de mogelijkheden tot verbetering en verdere ontwikkeling hierin.
Het geven van regelmatige feedback is onderdeel van de activerende didactiek. Feedback wordt onderverdeeld in drie categorieën*:

  • Feed up – geeft richting aan het toekomstige leren van de student aan de start van een studieonderdeel of modulereeks. Als student heb je antwoord op vragen als: waar ga ik naar toe, hoe word ik getoetst?
  • Feedback – heeft directe relatie tot het actuele leren van de student. Als student heb je antwoord op vragen als: hoe heb ik de toets/opdracht uitgevoerd, welke vooruitgang heb ik geboekt?
  • Feed forward – geeft richting aan het leren in de toekomst in een nieuwe situatie. Als student heb je antwoord op vragen als: hoe ga ik verder, welke aanpak is nodig om me verder te ontwikkelen?

Vanuit onderzoek naar formatieve toetsing en naar effecten van feedback zijn diverse do’s en dont's te noemen. Belangrijke voorwaarde is dat feedback goed wordt gegeven, maar ook goed wordt ontvangen. Een goede feedback cultuur is daarbij noodzakelijk. In een goede feedbackcultuur krijgen alle studenten waardevolle feedback, wordt feedback gewaardeerd en weet iedereen welke processen en afspraken er zijn om tot goede feedback te komen. Bijvoorbeeld door formatieve gesprekken te voeren waarbij de student de opdracht steeds verder kan ontwikkelen. Er is voldoende tijd beschikbaar om goed te worden in feedback geven en ontvangen. Het vierogen principe ook toepassen op de te geven feedback zal de kwaliteit verder verbeteren. In steeds meer publicaties is een verschuiving zichtbaar van een nadruk op summatief toetsen naar een feedbackcultuur.**

Feedback geven – wat werkt? *

  • kies een feedbackvorm die uitvoerbaar is binnen de beschikbare tijd.
  • geef alleen bruikbare feedback op de punten die ertoe doen en de student daadwerkelijk verder helpen.
  • richt de feedback op de prestatie, niet op de persoon of kenmerken.
  • zorg voor opvolgende leermomenten. Feedback is vooral effectief als de student daarna het resultaat kan aanpassen of er een nieuwe opdracht volgt.
  • werk vooral met schriftelijke feedback, zodat de student het kan nalezen. Studenten willen schriftelijke feedback echt wel lezen, maar moeten er dan wel toegang toe hebben.
  • voorkom dat de student afhankelijk is van jouw feedback om de toets te halen, dus zorg voor duidelijke beoordelingscriteria, toegankelijke rubrics enz.
  • leer studenten om zelf feedback te geven op eigen en andermans werk en koppel dit aan de reflectie.
  • wees je bewust dat feedback emoties oproept, daarom positief en constructief formuleren.
  • feedback wordt effectiever als de beoordelaar de individuele context en mogelijkheden van studenten kent.
  • bouw aan een relatie met de studenten, waarbij feedback geven en ontvangen vanzelfsprekend wordt/is en regelmatig gebeurt.

Feedback ontvangen- zo doe je dat:

  • zorg dat je vooraf weet hoe, wanneer en van wie je feedback ontvangt;
  • maak zelf een inschatting van de feedback die je kunt verwachten;
  • feedback wordt gegeven met een positieve bedoeling, dus niet; meteen in de verdediging schieten, maar eerst goed lezen/luisteren;
  • vraag door als de feedback niet duidelijk is;
  • waarom wachten op feedback, je kunt er ook om vragen.

Formatieve toetsen zijn een specifieke vorm van feedback. Dan levert de toetsing zowel feedback op voor zowel de docent als de student. Feedback heeft dan ook een leerfunctie voor de docent, omdat het hem inzicht geeft in welke onderdelen goed zijn overgekomen en waar hij nog aandacht aan moet besteden (Hattie, 2009)
Tenslotte: Je weet pas dat feedback effectief is geweest als de student in een volgende opdracht ontwikkeling laat zien.


* Inspiratie van:
Een framework uit Australië: http://newmediaresearch.educ.monash.edu.au/feedback/feedback-possibilities/framework-of-effective-feedback/
onze eigen leidraad met alle achterliggende bronnen: https://score.hva.nl/Bronnen/Leidraad%20Toetsen%20en%20Beoordelen%202014.pdf
en de Score website: https://score.hva.nl/docent/toetscyclus/Paginas/Beoordelen.aspx
**
https://lerenvantoetsen.com/2016/03/29/van-toetscultuur-naar-feedbackcultuur-de-summatieve-toets-in-de-ban/
http://toetsrevolutie.nl/

Hoe kan ik bij een groepsopdracht de individuele prestaties beoordelen?

Hiervoor kun je (een combinatie van) de volgende interventies inzetten:

Peer assessment, waarbij groepsleden elkaar halverwege en in de afrondingsfase beoordelen op de kwaliteit van hun bijdrage aan a) het eigen leerproces b) het groepsproces c) het groepsresultaat.

Peer assessment, waarbij projectgroepen elkaar halverwege en in de afrondingsfase beoordelen op de kwaliteit van a) groepsproduct bevat leerzame inzichten, lessons learnt etc. b) groepsproces
c) groepsproduct d) feedback.

Na afronding presenteert de groep het product en lessons learnt aan de hand van de criteria aan twee of meer docenten. Naar aanleiding daarvan bevragen de beoordelaars de groep. Iedere student moet  vragen over onderbouwing, transfer, etc. kunnen beantwoorden. De mate waarin een student daartoe in staat is telt mee in zijn individuele eindcijfer.

De studentengroep moet er voor zorgen dat alle studenten de beoogde leerresultaten (kennis, inzichten, vaardigheden, competenties) hebben behaald. Twee (meer) docenten beoordelen dit, door willekeurig leden van de projectgroep te bevragen.

Studenten houden een logboek / vlog etc. bij, waarin zij het eigen leerproces en de eigen bijdragen aan het groepsproces en -resultaat bijhouden.

Studenten maken een individuele (deel)opdracht, die noodzakelijk is om de groepsopdracht tot een goed einde te brengen. Let op dat de groepsopdracht zwaarder weegt dan de individuele opdracht (60%-40%).

Wat passend is hangt af van de context. Je kunt de ontwerptool groepsopdrachten raadplegen https://score.hva.nl/Bronnen/Ontwerptool%20Groepsopdrachten.pdf.

Wel of niet compenseren?

Als binnen onderwijseenheden sprake is van deeltentamens, worden deze
bij voorkeur gecompenseerd. Dat kan goed worden toegepast bij grotere onderwijseenheden. Voorwaarde is dat een onderwijseenheid een inhoudelijk samenhangend geheel is, zodat compenseren niet leidt tot lacunes in
te verwerven competenties. Een onderwijsprogramma met grotere
onderwijseenheden is voor studenten samenhangender, transparanter en
overzichtelijker.

De mogelijkheid om een onvoldoende te compenseren met een hoog cijfer
voor een ander deeltentamen, draagt er aan bij dat studenten ‘in de race
willen blijven’. Zij willen een onvoldoende wegwerken om daarmee kans
te blijven maken om het geheel te behalen. Door compenseren kunnen
‘toevallige’ onvoldoenden worden weggewerkt. De mogelijkheid om een
onvoldoende te compenseren met een hoog cijfer voor een ander
deeltentamen, voorkomt dat studenten struikelen over bepaalde tentamens.
Uit onderzoek blijkt dat het toepassen van een compensatieregeling de

studeerbaarheid vergroot en niet ten koste gaat van het niveau.

Compensatie tussenonderwijseenheden is op basis van de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) niet toegestaan.

Wat is een goed voorbeeld van een toetsmatrijs?

Een toetsmatrijs heeft drie componenten die hem heel bruikbaar
maken voor het maken van toetsen en toetsvragen:

•De onderwerpen die die getoetst moeten worden, omschreven als beoogde
 leeropbrengsten
•De niveaus van de beoogde leeropbrengsten (bijv. Bloom), uitgedrukt met
 werkwoorden zoals ‘weten’, ‘toepassen’
•Het aantal of percentage per beoogde leeropbrengsten per niveau
 (geeft het belang van de beoogde leeropbrengsten aan).

Voorbeeld toetsmatrijs met invulinstructie

1.De beoogde leeropbrengsten die voor de module zijn opgesteld en
 zijn in onderstaand voorbeeld (1) ingevuld .
2.Percentage vragen per type vragen (hier gebaseerd op de Bloom-taxonomie).
 Per beoogde leeropbrengst invullen van de percentages vragen per beoogd
 leeropbrengst-niveau (3)
3.De totale percentages van vraagniveaus en beoogde leeropbrengsten,
 waarmee het gewicht van de leerdoelen helder wordt (2).

 
Bron: Servicedocument DEM. Zie verder:

Bronnen: Toetsmatrijs voorbeeld DEM

Waaruit bestaat een goed leerdoel?

Een toets wint aan kwaliteit als de te toetsen leerdoelen – de beoogde
leeropbrengsten - helder zijn omschreven in de toetsmatrijs.
De volgende elementen dragen daar aan bij:
1.Een specificatie van het soort beoogde leeropbrengst (kennis, vaardigheden,
houding, competentie)
2.Een actieve werkwoordsvorm die aangeeft hoe deze kennis of vaardigheid
wordt toegepast.
3.De reikwijdte van de toepassing: inhoudsgebied en/of (beroeps)context.
4.De voorwaarden waaronder de student het gedrag toont of de prestatie
   levert

Actieve werkwoordsvorm op basis van Bloom:


 

 

 

We houden deze website actueel. Bijdragen zijn welkom via:
Veronica Bruijns
v.m.h.bruijns@hva.nl
  

Hogeschool van Amsterdam

  
  
D-Pac winnaar Prijs voor Examens - NVE
Werkboek veilig toetsen - editie 2017
Vereniging Hogescholen - nieuwe documenten Beoordelen is mensenwerk

 In beeld

 ‭(Verborgen)‬ In beeld

 ‭(Verborgen)‬ Bijeenkomst