Aanmelden


 

Veelgestelde vragen over
toetsen en beoordelen

Hieronder vind je veel gestelde vragen over Toetsen en beoordelen.

Heb je een vraag? Stuur deze dan naar Veronica Bruijns: v.m.h.bruijns@hva.nl

Hoe studenten beoordelen bij een groepsopdracht?

HvA beleid is dat bij een groepsopdracht altijd sprake is van beoordeling van individuele prestaties, die zijn gebaseerd op de beoogde leerresultaten.

De weging van de (deel-)prestaties van individuele studenten en groep hangt af van (1) de visie op opleiden voor het beroep (onderwijsvisie) (2) de uitwerking van de visie in het toetsprogramma (3) het ontwerp van de opdracht (4) de visie op (borging van de) toetskwaliteit (toetsplan). 

(1) Onderwijsvisie
Waarom kiest de opleiding voor groepsopdrachten?
Is er een onderliggende theorie over hoe mensen leren?
Hoe sluiten de opzet van de opdracht en het beoogde proces aan bij de beroepspraktijk?
Zijn er uitgangspunten voor de didactiek en andere aspecten van de leeromgeving van groepsopdrachten?

(2) Toetsprogramma en beoogde leerresultaten
Hoe belangrijk is het dat elke individuele student de beoogde leerresultaten op een bepaald moment beheerst?
Gaat het om kritische kennis, vaardigheden, houdingsaspecten of competenties, noodzakelijk om een volgende fase / niveau in de opleiding goed te kunnen doorlopen?
Worden de beoogde leerresultaten elders in het toetsprogramma individueel getoetst?
Is de toenemende complexiteit in het programma zichtbaar uitgewerkt in de opzet van de groepsopdrachten en de beoordeling, met bijpassende rollen van docent, student en/of externen en andere betrokkenen? 
   
(3) Ontwerp van de opdracht volgens (1) en (2)
Zijn de leerdoelen gelijk voor alle studenten of juist niet?
Worden dezelfde of juist andere leerdoelen getoetst in (deel) opdracht(en) voor individu en groep?
Stimuleren de opzet en samenhang van formatief en/of summatief ingezette (deel)opdrachten voor groep en individu het beoogde leerproces èn de beoogde leerresultaten? 
Is er sprake van alignment tussen beoogde leerresultaten, leer- en toetsactiviteiten? BV Komt de niveau-opbouw tot uitdrukking in de (deel)opdrachten, sturing door studenten en docent in proces en beoordeling, weging van groeps- en individuele prestatie en andere aspecten.
Zijn tussentijdse individuele bijdragen aan proces en resultaat en/of reflecties zichtbaar voor docent en medestudenten? Bv mijnhva, groupware, blog, online learning log. 
Tellen tussentijdse toetsen, feedback vragen, geven en/of verwerken mee in het eindcijfer?
Telt de individuele verantwoording van de eigen bijdragen en/of de reflectie op het proces en resultaat van de groep mee in het individuele cijfer?
Als de weging 70% is voor een individuele opdracht en 30% voor de groepsopdracht, dan leert de ervaring dat de meeste studenten zich vooral richten op de individuele opdracht.

(4) Visie op toetskwaliteit en kwaliteitscultuur
(H)erkennen docenten, studenten en andere toetsbetrokkenen de uitgangspunten voor toetskwaliteit?
Kunnen studenten bijdragen aan de kwaliteit van (specifieke) groepsopdrachten?  
Zijn de eventuele risico’s voor de kwaliteit van proces en leerresultaten van (specifieke) groepsopdrachten in beeld?
Dragen afspraken en interventies er daadwerkelijk aan bij dat het beoogde sociale leren en de beoogde leerresultaten voor alle studenten geborgd zijn? 
Is er sprake van een toetscultuur (summatieve toetsing stuurt het leren) of van een feedbackcultuur, (formatieve toetsing stuurt het leren)?
Zijn samenwerking, feedback, elkaar aanspreken en resultaat- en oplossingsgericht werken vanzelfsprekend?

Hoeveel vragen moet een gesloten toets bevatten?

Bij een toets met gesloten vragen moet je rekening houden met de raadkans.
Hoe groot is die kans? En hoe moet je scoren om de raadkans te neutraliseren?
Bij een meerkeuzetoets is de raadkans als volgt te berekenen:
Bij 4 alternatieven is de kans op het gokken op het juiste antwoord 25%.
Voor een hele toets is de regel dan:
Kansscore = Aantal items X 0,25.

Dus bij een toets met 60 meerkeuzevragen is bij puur gokken het aantal goede antwoorden 15. Bij een toets met 3 alternatieven is de kans op het gokken op
het juiste antwoord 33%. Bij 60 items is statistisch gezien het aantal goede
antwoorden dus 20 als je puur gokt. Als algemene vuistregel met betrekking tot
de betrouwbaarheid, worden de volgende regels gehanteerd:
 2 alternatieven = minimaal 80 items
 3 alternatieven = minimaal 60 items
 4 alternatieven = minimaal 40 items

Bij een combinatie van open en gesloten vragen kan van deze vuistregel
worden afgeweken. Ook bij deeltentamens kan worden afgeweken van
deze regel. Daarbij moet goed worden bewaakt of het geheel van de
deeltentamens of het combinatie-tentamen voldoet aan de regels van
validiteit en betrouwbaarheid. Dus bij twee deeltentamens moet minimaal
de helft van het aantal vragen worden gehanteerd. Het geheel van de vragen
moet de leerdoelen voldoende afdekken (zichtbaar gemaakt door de toetsmatrijs).
Bij deeltentamens moet bij beide deeltentamens de gokkans in de cesuurbepaling
zijn verwerkt

Wel of niet compenseren?

Als binnen onderwijseenheden sprake is van deeltentamens, worden deze
bij voorkeur gecompenseerd. Dat kan goed worden toegepast bij grotere onderwijseenheden. Voorwaarde is dat een onderwijseenheid een inhoudelijk samenhangend geheel is, zodat compenseren niet leidt tot lacunes in
te verwerven competenties. Een onderwijsprogramma met grotere
onderwijseenheden is voor studenten samenhangender, transparanter en
overzichtelijker.

De mogelijkheid om een onvoldoende te compenseren met een hoog cijfer
voor een ander deeltentamen, draagt er aan bij dat studenten ‘in de race
willen blijven’. Zij willen een onvoldoende wegwerken om daarmee kans
te blijven maken om het geheel te behalen. Door compenseren kunnen
‘toevallige’ onvoldoenden worden weggewerkt. De mogelijkheid om een
onvoldoende te compenseren met een hoog cijfer voor een ander
deeltentamen, voorkomt dat studenten struikelen over bepaalde tentamens.
Uit onderzoek blijkt dat het toepassen van een compensatieregeling de

studeerbaarheid vergroot en niet ten koste gaat van het niveau.

Compensatie tussenonderwijseenheden is op basis van de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) niet toegestaan.

Wat is een goed voorbeeld van een toetsmatrijs?

Een toetsmatrijs heeft drie componenten die hem heel bruikbaar
maken voor het maken van toetsen en toetsvragen:

•De onderwerpen die die getoetst moeten worden, omschreven als beoogde
 leeropbrengsten
•De niveaus van de beoogde leeropbrengsten (bijv. Bloom), uitgedrukt met
 werkwoorden zoals ‘weten’, ‘toepassen’
•Het aantal of percentage per beoogde leeropbrengsten per niveau
 (geeft het belang van de beoogde leeropbrengsten aan).

Voorbeeld toetsmatrijs met invulinstructie

1.De beoogde leeropbrengsten die voor de module zijn opgesteld en
 zijn in onderstaand voorbeeld (1) ingevuld .
2.Percentage vragen per type vragen (hier gebaseerd op de Bloom-taxonomie).
 Per beoogde leeropbrengst invullen van de percentages vragen per beoogd
 leeropbrengst-niveau (3)
3.De totale percentages van vraagniveaus en beoogde leeropbrengsten,
 waarmee het gewicht van de leerdoelen helder wordt (2).

 
Bron: Servicedocument DEM. Zie verder:

Bronnen: Toetsmatrijs voorbeeld DEM

Waaruit bestaat een goed leerdoel?

Een toets wint aan kwaliteit als de te toetsen leerdoelen – de beoogde
leeropbrengsten - helder zijn omschreven in de toetsmatrijs.
De volgende elementen dragen daar aan bij:
1.Een specificatie van het soort beoogde leeropbrengst (kennis, vaardigheden,
houding, competentie)
2.Een actieve werkwoordsvorm die aangeeft hoe deze kennis of vaardigheid
wordt toegepast.
3.De reikwijdte van de toepassing: inhoudsgebied en/of (beroeps)context.
4.De voorwaarden waaronder de student het gedrag toont of de prestatie
   levert

Actieve werkwoordsvorm op basis van Bloom:


 

Hoe verwerf ik BKE certificering?

Door middel van het aanleveren van twee toetsdossiers met een kritische
reflectie daarop toon je aan dat je voldoende bekwaam bent op het gebied
van toetsing en examinering. Wanneer je je inhoudelijk eerst meer wilt
bekwamen in beoordeling en toetsing voor je opgaat voor de BKE kun je
je door trainingen of door zelfstudie verder bekwamen.

Vanaf 2015 is de BKE onderdeel van de BDB. Heb je een didactische
aantekening behaald vóór 2015? Om een volledige BDB -
basiskwalificatie didactische bekwaamheid - te krijgen moet je nu
ook de BKE behalen, vóór 2017.
Overleg met je leidinggevende wanneer en hoe je de BKE kunt halen.

De HvA biedt geen standaard BKE trainingen maar wil zo goed mogelijk
recht doen aan jouw huidige deskundigheid en werkpraktijk.
Op basis van een zelfbeoordeling bepaal je samen met je team of en
zo ja welke aanvullende training en/of begeleiding nodig is.
Je kunt daarbij kiezen uit:

 

  •     Training en/of begeleiding on-the-job door SKE gecerticifeerde trainer
  •     Teams worden geschoold op basis van maatwerk
  •     Via de zelfstudiemoduels op deze HvA Score site
  •     (zie tab BKE bij DOCENTEN)
  •     Individuele scholing via het bestaande aanbod van de HvA Academie 
        met open inschrijving

Docenten kunnen met hun team een groepsintake doen om te bekijken
wat zij nog nodig hebben om een BKE te behalen.
Neem contact op met Eric Tigchelaar, HvA Academie, 0621158554, e.tigchelaar@hva.nl

 

We houden deze website actueel. Bijdragen zijn welkom via:
Veronica Bruijns
v.m.h.bruijns@hva.nl
  

Hogeschool van Amsterdam

  
  
Werkboek veilig toetsen - editie 2017
Vereniging Hogescholen - nieuwe documenten Beoordelen is mensenwerk

 In beeld

 ‭(Verborgen)‬ In beeld

 ‭(Verborgen)‬ Bijeenkomst