Aanmelden

Veelgestelde vragen over toetsen en beoordelen

Hieronder vind je veel gestelde vragen over Toetsen en beoordelen.

Heb je een vraag? Stuur deze dan naar Veronica Bruijns: v.m.h.bruijns@hva.nl

Hoeveel vragen moet een gesloten toets bevatten?

Bij een toets met gesloten vragen moet je rekening houden met de raadkans. Hoe groot is die kans? En hoe moet je scoren om de raadkans te neutraliseren? Bij een meerkeuzetoets is de raadkans als volgt te berekenen: Bij 4 alternatieven is de kans op het gokken op het juiste antwoord 25%. Voor een hele toets is de regel dan:
Kansscore = Aantal items X 0,25.

Dus bij een toets met 60 meerkeuzevragen is bij puur gokken het aantal goede antwoorden 15. Bij een toets met 3 alternatieven is de kans op het gokken op het juiste antwoord 33%. Bij 60 items is statistisch gezien het aantal goede antwoorden dus 20 als je puur gokt. Als algemene vuistregel met betrekking tot de betrouwbaarheid, worden de volgende regels gehanteerd:
2 alternatieven = minimaal 80 items
3 alternatieven = minimaal 60 items
4 alternatieven = minimaal 40 items

Bij een combinatie van open en gesloten vragen kan van deze vuistregel worden afgeweken. Ook bij deeltentamens kan worden afgeweken van deze regel. Daarbij moet goed worden bewaakt of het geheel van de deeltentamens of het combinatie-tentamen voldoet aan de regels van validiteit en betrouwbaarheid. Dus bij twee deeltentamens moet minimaal de helft van het aantal vragen worden gehanteerd. Het geheel van de vragen moet de leerdoelen voldoende afdekken (zichtbaar gemaakt door de toetsmatrijs). Bij deeltentamens moet bij beide deeltentamens de gokkans in de cesuurbepaling zijn verwerkt

Wel of niet compenseren?

Als binnen onderwijseenheden sprake is van deeltentamens, worden deze bij voorkeur gecompenseerd. Dat kan goed worden toegepast bij grotere onderwijseenheden. Voorwaarde is dat een onderwijseenheid een inhoudelijk samenhangend geheel is, zodat compenseren niet leidt tot lacunes in te verwerven competenties. Een onderwijsprogramma met grotere onderwijseenheden is voor studenten samenhangender, transparanter en overzichtelijker.

De mogelijkheid om een onvoldoende te compenseren met een hoog cijfer voor een ander deeltentamen, draagt er aan bij dat studenten ‘in de race willen blijven’. Zij willen een onvoldoende wegwerken om daarmee kans te blijven maken om het geheel te behalen. Door compenseren kunnen ‘toevallige’ onvoldoenden worden weggewerkt. De mogelijkheid om een onvoldoende te compenseren met een hoog cijfer voor een ander deeltentamen, voorkomt dat studenten struikelen over bepaalde tentamens. Uit onderzoek blijkt dat het toepassen van een compensatieregeling de studeerbaarheid vergroot en niet ten koste gaat van het niveau.

Compensatie tussenonderwijseenheden is op basis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) niet toegestaan.

Wat is een goed voorbeeld van een toetsmatrijs?

Een toetsmatrijs heeft drie componenten die hem heel bruikbaar maken voor
het maken van toetsen en toetsvragen:

  • De onderwerpen die die getoetst moeten worden, omschreven als beoogde
    leeropbrengsten
  • De niveaus van de beoogde leeropbrengsten (bijv. Bloom), uitgedrukt met
    werkwoorden zoals ‘weten’, ‘toepassen’
  • Het aantal of percentage per beoogde leeropbrengsten per niveau
    (geeft het belang van de beoogde leeropbrengsten aan).

Voorbeeld toetsmatrijs met invulinstructie

  1. De beoogde leeropbrengsten die voor de module zijn opgesteld en
    zijn in onderstaand voorbeeld (1) ingevuld .
  2. Percentage vragen per type vragen (hier gebaseerd op de Bloom-taxonomie).
    Per beoogde leeropbrengst invullen van de percentages vragen per beoogd
    leeropbrengst-niveau (3)
  3. De totale percentages van vraagniveaus en beoogde leeropbrengsten,
    waarmee het gewicht van de leerdoelen helder wordt (2).

Bron: Servicedocument DEM. Zie verder:

Bronnen: Toetsmatrijs voorbeeld DEM

Waaruit bestaat een goed leerdoel?

Een toets wint aan kwaliteit als de te toetsen leerdoelen – de beoogde leeropbrengsten - helder zijn omschreven in de toetsmatrijs. De volgende elementen dragen daar aan bij:

  1. Een specificatie van het soort beoogde leeropbrengst (kennis, vaardigheden, houding, competentie)
  2. Een actieve werkwoordsvorm die aangeeft hoe deze kennis of vaardigheid wordt toegepast.
  3. De reikwijdte van de toepassing: inhoudsgebied en/of (beroeps)context.
  4. De voorwaarden waaronder de student het gedrag toont of de prestatie levert

Actieve werkwoordsvorm op basis van Bloom:

Cognitief niveau Gedragskenmerk Operationele werkwoorden
Onthouden feiten-reproductie, herkenning, herinnering classificeren, herkennen, identificeren, in volgorde plaatsen, lokaliseren, navertellen, noemen, onderkennen, opsommen, reproduceren, rubriceren, selecteren, uit elkaar houden, weergeven/td>
Begrijpen begrip, interpretatie, logische reproductie aanduiden, aangeven, formuleren, illustreren, karakteriseren, opdracht geven, schetsen, signaleren, typeren, met eigen woorden vertellen, vertegenwoordigen/td>
Toepassen elementen uit onthouden en begrijpen hanteren in nieuwe situaties; kiezen van de juiste wetten, regels, schema’s, begrippen enzovoorts aandeel leveren, aangeven van grenzen, behandelen, berekenen, beschrijven, bewaken, bijdragen, definiëren, demonstreren, gebruiken, hanteren, oplossen, opstellen, een overzicht geven, procedure kiezen en volgen, rapporteren, schatten, uitleggen, verduidelijken, voorspellen, voorstel doen, vormgeven vragen formuleren
Analyseren, ordenen naar inhoud, vorm, functie e.d.afkeuren, afleiden, afwegingen maken, alternatieven voorleggen, argumenteren,
Evalueren Evalueren, beoordelen, toepassen buiten eigen discipline adviseren, beoordelen, commentaar geven, kritisch doorlichten, evalueren, ondersteunen, oordelen, verdedigen, toetsen, zelfstandig optreden
Creëren samenstellen van elementen tot een uniek en origineel geheel becommentariëren, belangen afwegen, concluderen, construeren, controleren, discussiëren, herformuleren, leiding geven, modelleren, motiveren, onderhandelen, ontwerpen, fouten opsporen, opbouwen, problemen oplossen, ordenen, organiseren, overleggen, prioriteiten stellen, relateren, samenstellen, samenvatten, uitvoeren, tot stand brengen

Hoe verwerf ik BKE certificering?

Door middel van het aanleveren van twee toetsdossiers met een kritische reflectie daarop toon je aan dat je voldoende bekwaam bent op het gebied van toetsing en examinering. Wanneer je je inhoudelijk eerst meer wilt bekwamen in beoordeling en toetsing voor je opgaat voor de BKE kun je je door trainingen of door zelfstudie verder bekwamen.

Vanaf 2015 is de BKE onderdeel van de BDB. Heb je een didactische aantekening behaald vóór 2015? Om een volledige BDB - basiskwalificatie didactische bekwaamheid - te krijgen moet je nu ook de BKE behalen, vóór 2017. Overleg met je leidinggevende wanneer en hoe je de BKE kunt halen.

De HvA biedt geen standaard BKE trainingen maar wil zo goed mogelijk recht doen aan jouw huidige deskundigheid en werkpraktijk. Op basis van een zelfbeoordeling bepaal je samen met je team of en zo ja welke aanvullende training en/of begeleiding nodig is. Je kunt daarbij kiezen uit:

  1. Training en/of begeleiding on-the-job door SKE gecerticifeerde trainer
  2. Teams worden geschoold op basis van maatwerk
  3. Via de zelfstudiemoduels op deze HvA Score site (zie tab BKE bij DOCENTEN)
  4. Individuele scholing via het bestaande aanbod van de HvA Academie met open inschrijving

Docenten kunnen met hun team een groepsintake doen om te bekijken wat zij nog nodig hebben om een BKE te behalen. Neem contact op met Eric Tigchelaar, HvA Academie, 0621158554, e.tigchelaar@hva.nl

 

We houden deze website actueel. Bijdragen zijn welkom via Veronica Bruijns: v.m.h.bruijns@hva.nl
  

Hogeschool van Amsterdam

  
  
https://score.hva.nl/PublishingImages/surflogo.pngPeer feedback en peerassessment in online-onderwijs
Vereniging Hogescholen - nieuwe documenten Beoordelen is mensenwerk

 In beeld

 ‭(Verborgen)‬ In beeld

 ‭(Verborgen)‬ Bijeenkomst