Aanmelden

6.0. Essaytoets

6.1. Waarom deze module

  • Essaytoetsen zijn bedoeld om kennis op hogere cognitieve niveaus te toetsen.
  • Een valkuil bij het ontwikkelen van essaytoetsen is dat de beoordelingscriteria of de vraag niet helder zijn voor de student.
  • Open toetsvragen zijn zeer geschikt voor hogere cognitieve leeropbrengsten.
  • Voor het opstellen van open toetsvragen en antwoordmodel is het hanteren van een omgekeerde ontwerpvolgorde verstandig. Die wordt in deze module geschetst.
  • Aandachtspunten voor het ontwikkelen van open toetsvragen worden in deze module benoemd.

6.2. Beoogde leeropbrengsten

  • Kunnen beschrijven wat voor soort kennis en vaardigheden op welke (cognitieve) niveaus wordt getoetst met een essaytoets.
  • De volgorde en producten voor het maken van een essaytoets beschrijven.
  • Aandachtspunten voor essaytoetsen beschrijven.
  • Toetsvragen kunnen formuleren die de inhoud van de onderwijseenheid dekken.
  • Toetsvragen kunnen formuleren die eenduidig zijn.
  • Toetsvragen kunnen formuleren die zijn afgestemd op de doelgroep.
  • Het kunnen schetsen van het gebruik en de voordelen van open-toetsvraagvormen.
  • Ontwerpvolgorde en benodigdheden open toetsvragen kunnen benoemen.

6.3. Kennisclip

6.4. Vorm en toepassing essaytoets

Een essaytoets vraagt van de student om in de vorm van een korter of langer essay:

  • Aan de hand van een vraagstelling methodisch zelfgekozen of gegeven bronnen te behandelen (beschrijven, samenvatten, analyseren, synthetiseren).
  • Op basis van de bronnen een eigen analyse en/of argumentatie te geven.
  • Conclusies te trekken en eventueel vervolg te definiëren.

Deze toets wordt niet altijd ‘essaytoets’ genoemd: opstel, schriftelijk betoog, referaat, analyse, literatuurbespreking, review’ zijn andere namen die hiervoor in gebruik zijn. Een essaytoets toetst de inhoudelijke kennis over een of meerdere onderwerpen. Deze kennis kan zowel diepgaand zijn als multidisciplinair. Het betreft bijna altijd de beheersing van kennis op hogere cognitieve niveaus (af te leiden uit de taxonomie van Bloom bijvoorbeeld). Een essaytoets toetst dus hogere cognitieve niveaus (toepassen, analyseren, evalueren en creëren): systematisch kunnen redeneren, argumenteren en plausibel kunnen concluderen zijn vaak onderdeel zijn van een essaytoets. Soms wordt er gelijktijdig taalvaardigheid of communicatieve bekwaamheid, methodisch en reflectief denken en handelen en besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid getoetst.

6.5. Hoe wordt deze toets gemaakt?

Een essaytoets vertrekt vanuit de beoogde leeropbrengsten en de onderwijsleeractiviteiten. Uit deze opbrengsten en leeractiviteiten destilleren we een vraag of dilemma, waarbij de student op basis van bronnen een eigen analyse of argumentatie formuleert. Omdat een essayvraag open is, kan de student met diverse invullingen komen. Het is daarom noodzakelijk om een modelantwoord en variaties daarop op te stellen. Pas daarna formuleer je de exacte vraagstelling. Het laten meelezen van collega’s is een noodzakelijke controleslag. Uit die controleslag kan blijken dat de vraagstelling voldoende duidelijkheid en precisie geeft. Als blijkt dat de essayvraag antwoorden oproept die onduidelijkheid verraden, is het aan te raden de vraagstelling of de situatie waarover de vraag gaat aan te passen. Om studenten voldoende houvast te geven (en ook het nakijkproces eerlijk te laten verlopen) ontwikkel je voor een essaytoets een rubric met antwoordniveaus (4 à 5 niveaus). Geef duidelijk aan wat er van de student wordt verwacht (b.v. de wijze van beantwoorden van de vraagstelling, de beschikbare/benodigde tijd, de criteria waaraan het resultaat dient te voldoen en, indien nodig, voorwaardelijke eisen zoals aantal pagina’s/woorden, lettertype, marges, hoeveel aspecten/voor- en tegen argumenten). Stem die criteria goed af met collega’s. Een aangewezen setting daarvoor is een bijeenkomst (een ijksessie of callibreersessie). Het nakijken van een essaytoets kost veel tijd. In dat nakijkproces is het raadzaam om een collega mee te laten nakijken (zeker bij twijfelgevallen of een toets die slecht is gemaakt).

 

6.6. Vorm en toepassing open toetsvragen

Ten opzichte van gesloten toetsvragen hebben open toetsvragen een aantal voordelen:
  • Een open toetsvraag wordt vaak passender gevonden voor hogere cognitieve leeropbrengsten.
  • een open vraag laat meer ruimte aan de student om een gegeven probleem te analyseren of om met de kennis die hij/zij heeft een nieuwe oplossingsrichting te construeren.

Open toetsvragen komen we in veel gedaantes tegen. Van vragen waar een korte aanvulling nodig is tot vragen waar de student een betoog schrijft. De mate van vrijheid die de student krijgt varieert en moet door de opstellers van de open toetsvragen goed worden omschreven in de toetsvraag of als toelichting op het tentamen. Eisen aan lengte, taalgebruik, toepassing theorie, beoogd publiek (bij een betoog) enz. moeten worden gegeven om de student een eerlijke kans te geven.

Veel van de besproken toetsvormen worden ingevuld met open vragen. Daardoor zijn suggesties hieronder niet op alle toetsvormen van toepassing. Hanteer deze daarom meer als aanwijzing dan als regel.

6.7. Open toetsvragen opstellen

Hanteer bij het opstellen van open vragen de vastgestelde toetsmatrijs en werkwoorden die passen bij het cognitieve niveau. Dat voorkomt dat het tentamen te smal of te breed toetst. Het formuleren van een open toetsvraag gaat soepeler als eerst mogelijke uitwerking is geformuleerd. Met het opschrijven daarvan wordt duidelijk dat het ingewikkeld is om een toetsvraag op te stellen die eenduidig wordt geïnterpreteerd. Formuleringen die een beroep doen op kennis of vaardigheden die je niet toetst (bijvoorbeeld beeldspraak, onbekende woorden, niet voor iedereen bekende context) probeer je te vermijden. Formuleringen die in de opleiding goed werken, kan je vaststellen als format. Houd daarbij rekening met vaktaal, achtergrond en vooropleiding van de studenten die de toets maken. Ga iets onder het taalniveau van de doelgroep zitten. Dan ben je er namelijk zeker van dat taal geen belemmering vormt bij het lezen en begrijpen van de toetsvragen

6.8. Opdrachten Toetsdossier

Voor deze opdracht neem je een essaytoets waar je zelf aan hebt bijgedragen (opstellen vragen, nakijken, meelezen) als uitgangspunt. Evalueer hoe het ontwerp van de essaytoets is uitgevoerd ten opzichte van de ontwerpcriteria die zijn gegeven in paragraaf Hoe wordt deze toets gemaakt?’.
  • Beredeneer de geschiktheid van de ontwerpvolgorde voor jouw situatie.
  • Beredeneer de duidelijkheid van de toetsvraag voor de student.
  • Beredeneer de duidelijkheid van de instructies die de student heeft ontvangen.