Aanmelden

4.0. Kennistoets met open toetsvragen

4.1. Waarom deze module

  • Veel tentamens in de eerste jaren van de HvA-opleidingen zijn kennistoetsen.
  • Los van de toetsvragen die aan de student worden voorgelegd, zijn een aantal aandachtspunten en middelen noodzakelijk voor een goede kennistoets.
  • Kennistoetsen zijn bedoeld om de cognitieve niveaus ‘weten’ en ‘inzien’ te toetsen.
  • Open toetsvragen zijn zeer geschikt voor hogere cognitieve leeropbrengsten.
  • Voor het opstellen van open toetsvragen en antwoordmodel is het hanteren van een omgekeerde ontwerpvolgorde verstandig. Die wordt in deze module geschetst.
  • Andere aandachtspunten voor het ontwikkelen van open toetsvragen worden in deze module benoemd.

4.2. Beoogde leeropbrengsten

  • Kunnen aangeven welke soort vragen passen bij cognitieve niveaus in leeropbrengsten
  • Toetsvragen kunnen formuleren die de inhoud van de onderwijseenheid dekken.
  • Toetsvragen kunnen formuleren die eenduidig zijn.
  • Toetsvragen kunnen formuleren die zijn afgestemd op de doelgroep.
  • Kunnen beoordelen of toetsvragen eenduidig geformuleerd zijn.
  • Kunnen beoordelen of toetsvragen zijn afgestemd op de doelgroep.

4.3. Kennisclip

4.4. Vorm en toepassing kennistoets/tentamen

Een kennistentamen is een toets met vragen over beroepsgerichte, theoretische en/of vakgerichte kennis. Het tentamen wordt vaak ter afsluiting van een bepaald studieonderdeel in een studieperiode gegeven. We meten dan of een student op een bepaald moment in een bepaald tijdsbestek de vereiste beroepskennis, theoretische en/of vakgerichte kennis beheerst.

Bij het opstellen van een kennistoets maken we keuzes over de te toetsen kennis. Je maakt beredeneerde keuzes om een betrouwbare, heldere en geldige (valide) toets op te stellen. Een kennistoets is (als het goed is) gericht op de cognitieve niveaus ‘onthouden’, ‘begrijpen’ en (in minder mate) ‘toepassen’. Hogere cognitieve niveaus toetsen we meestal met andere toetsvormen (bijv. een casustoets of assessment).

De kennistoets kan verschillende vormen hebben, die met elkaar kunnen worden gecombineerd: Open toetsvragen, gesloten toetsvragen (2, 3 of 4 antwoordmogelijkheden), half-open toetsvragen (de student vult het antwoord aan).

Kennistoetsen worden op papier of digitaal afgenomen. Soms is mondelinge afname aangewezen. Bij mondelinge afname is het moeilijker om de toetsafname eerlijk en betrouwbaar te laten verlopen.

In toenemende mate worden toetsen digitaal afgenomen. Ten opzichte van papieren afname gelden er een aantal voordelen. Computer-ondersteunde afname vergemakkelijkt het afnemen van kennistentamens met gesloten vraagvormen doordat het nakijken en analyseren veel sneller gaat. Kennistentamens met open toetsvormen die zijn gemaakt op de computer, zijn altijd leesbaar (geen handschriftproblemen) en geven de student de mogelijkheid om in de antwoordtekst aanpassingen te doen. Anderzijds moet voor digitaal afnemen van toetsen veel worden geregeld qua faciliteiten en bijvoorbeeld beveiliging.

Een goede toets staat of valt bij de beschikbaarheid van goede toetsvragen (in een itembank). Dat vraagt organisatie en een stevige tijdsbesteding van (inhoud en toets)experts.

4.5. Hoe wordt deze toets gemaakt?

Een kennistentamen wordt opgesteld vanuit de toetsmatrijs. Dat is de aangewezen manier om te zorgen dat de gekozen toetsvragen overeenkomen met de beoogde leeropbrengst. Dat geldt twee kanten op: Elke beoogde toets-opbrengst in de toets moet terugkomen, en elke vraag in de toets toetst een beoogde leeropbrengst. Het selecteren van vragen is makkelijker als er een itembank beschikbaar is. Wanneer een itembank wordt opgezet is het goed mogelijk te selecteren op valide en relevante vragen. voorwaarde daarvoor is dat de toetsvragen zijn gekoppeld aan de toetsmatrijs (dus dat zichbaar is bij welke leeropbrengst en leerniveau ze horen). Het ontwikkelen van met name meerkeuze vragen voor kennistoetsen is een zeer tijdrovende zaak en vereist specifieke deskundigheid. Zorg voor duidelijke en heldere instructies voor de student en geef aan welke hulpmiddelen mogen worden gebruikt. Hanteer bij elk toets-product het vier-ogen-principe: elke toetsvraag, cesuur, instructie voor de student laat je lezen door tenminste 1 collega. De ervaring leert dat toetsproducten die niet zijn gecheckt door een collega vaak onduidelijkheden of onjuistheden bevatten. Het is aan te bevelen om bij constructie van de kennistoets ook alvast de herkansingstoets op te stellen en ook hierop de collegiale check te laten doen. Kennistoetsen met grotendeels gesloten vragen zijn minder geschikt om te beoordelen of studenten kennis kunnen toe te passen of zelf bij te dragen aan kennisontwikkeling. De kennistoets (zoals de naam al zegt) is beperkt bruikbaar voor hogere orde vaardigheden.

4.6. Open toetsvragen

Ten opzichte van gesloten toetsvragen hebben open toetsvragen een aantal voordelen:
  • Een open toetsvraag wordt vaak passender gevonden voor hogere cognitieve leeropbrengsten
  • een open vraag laat meer ruimte aan de student om een gegeven probleem te analyseren of om met de kennis die hij/zij heeft een nieuwe oplossingsrichting te construeren.

Open toetsvragen komen we in veel gedaantes tegen. Van vragen waar een korte aanvulling nodig is tot vragen waar de student een betoog schrijft. De mate van vrijheid die de student krijgt varieert en moet door de opstellers van de open toetsvragen goed worden omschreven in de toetsvraag of als toelichting op het tentamen. Eisen aan lengte, taalgebruik, toepassing theorie, beoogd publiek (bij een betoog) enz. moeten worden gegeven om de student een eerlijke kans te geven.

Veel van de besproken toetsvormen worden ingevuld met open vragen. Daardoor zijn suggesties hieronder niet op alle toetsvormen van toepassing. Hanteer deze daarom meer als aanwijzing dan als regel.

Bij open toetsvragen wordt vaak ook de schrijfvaardigheid getoetst /beoordeeld. zie: Verder lezen voor een beooordelingsformulier dat Dienst Studentenzaken HvA hiervoor opstelde.

4.7. Open toetsvragen opstellen

Hanteer bij het opstellen van open vragen de vastgestelde toetsmatrijs en werkwoorden die passen bij het cognitieve niveau. Dat voorkomt dat het tentamen te smal of te breed toetst. Het formuleren van een open toetsvraag vraag gaat soepeler als eerst het vereiste/gewenste antwoord is geformuleerd. Met het opschrijven van het beoogde antwoord wordt duidelijk dat het ingewikkeld is om een toetsvraag op te stellen die eenduidig wordt geïnterpreteerd. Formuleringen die een beroep doen op kennis of vaardigheden die je niet toetst (bijvoorbeeld beeldspraak, onbekende woorden, niet voor iedereen bekende context) probeer je te vermijden. Formuleringen die in de opleiding goed werken, kan je vaststellen als format. Houd daarbij rekening met vaktaal, achtergrond en vooropleiding van de studenten die de toets maken. Ga iets onder het taalniveau van de doelgroep zitten. Dan ben je er namelijk zeker van dat taal geen belemmering vormt bij het lezen en begrijpen van de toetsvragen.

4.8. opdrachten toetsdossier

Voor deze opdracht neem je een kennistentamen als uitgangspunt. Gebruik een toets waar je zelf een bijdrage aan hebt geleverd (opstellen vragen bijv.) of die je hebt nagekeken. Het kennistentamen bestaat uit open, half-open of gesloten vragen (of een mengvorm).

  • Evalueer de toets op de volgende elementen. Beredeneer als je evaluatie negatief is.
  • Toetsvragen dekken de inhoud van de onderwijseenheid.
  • Toetsvragen zijn eenduidig.
  • Toetsvragen zijn afgestemd op de doelgroep.
    • Voor deze opdracht maak je gebruik van een gesloten toets/tentamen waar je GEEN bemoeienis mee hebt gehad. Daarmee is het tentamen voor jou geheel nieuw. Maak gebruik van de informatie die in de vorige paragrafen/moduleonderdelen is besproken. Leg je evaluatie voor aan een collega (liefst een SKE-er of toetsdeskundige). Beschrijf voor onderstaande deelvragen een ongeveer 5-regelige evaluatie per bullet.

      • Evalueer enkele vragen uit het tentamen op duidelijkheid van de vraag.
      • Evalueer de totstandkoming van de toetsvraag en het model-antwoord.
      • Evalueer de helderheid van de eisen aan de student.