Aanmelden

3.0. Opstellen en gebruiken van een toetsmatrijs

3.1. Waarom deze module

  • Het opstellen van een toetsmatrijs gaat vooraf aan het maken van toetsvragen.
  • De toetsmatrijs geeft aan welke beoogde leeropbrengsten moeten worden getoetst..
  • Een toetsmatrijs geeft daarmee een kader aan de ontwikkeling van toetsvragen en toetsen: welke beoogde leeropbrengsten, welk niveau en hoeveel toetsvragen per niveau is met gemak af te leiden uit de toetsmatrijs.

3.2. Beoogde leeropbrengsten

  • Een toetsmatrijs kunnen opstellen voor de eigen toets met gebruikmaking van een taxonomie (De Bloom-taxonomie of een andere taxonomie).
  • Leeropbrengsten toetsbaar beschrijven met gebruik van een actief werkwoord dat past bij het beheersingsniveau
  • Kunnen beargumenteren hoe de cognitieve niveaus en onderwerpen evenredig terugkomen in de toetsvragen

3.3. Kennisclip

3.4. Opbouwen van een toetsmatrijs

Toetsvragen maak je op basis van een toetsmatrijs. Een toetsmatrijs is een hulpmiddel om te borgen dat de toets een afspiegeling is van het niveau en van het onderlinge gewicht van de beoogde leeropbrengsten. De soorten beoogde leeropbrengsten (reproductie en/of productie) en de niveau-uitwerking (bijvoorbeeld met de Bloom-taxonomie) van de opleiding zijn herkenbaar in de toetsmatrijs. Het invullen van een toetsmatrijs gebeurt wanneer het onderwijs wordt ontwikkeld. Docenten gebruiken de matrijs bij de constructie van de toets of hettentamen. De toetscommissie gebruikt hem bij de beoordeling van toetsen en geeft op basis van de toetsmatrijs feedback.

Een toetsmatrijs heeft drie componenten die hem heel bruikbaar maken voor het maken van toetsen en toetsvragen:

  • De onderwerpen die die getoetst moeten worden, omschreven als beoogde leeropbrengsten
  • De niveaus van de beoogde leeropbrengsten (bijv. ’onthouden’, ’begrijpen ’, ’toepassen ’ uit de Bloom-taxonomie), uitgedrukt met werkwoorden zoals ‘classificeren en ‘herkennen’ op het niveau ‘onthouden’.
  • Het aantal of percentage per beoogde leeropbrengsten per niveau (geeft het belang van de beoogde leeropbrengsten aan).

Voorbeeld toetsmatrijs met invulinstructie

  1. De beoogde leeropbrengsten die voor de module zijn opgesteld en zijn in onderstaand voorbeeld (1) ingevuld .
  2. Percentage vragen per type vragen (hier gebaseerd op de Bloom-taxonomie). Per beoogde leeropbrengst invullen van de percentages vragen per beoogd leeropbrengst-niveau (3)
  3. De totale percentages van vraagniveaus en beoogde leeropbrengsten, waarmee het gewicht van de leerdoelen helder wordt (2).

Bron: Servicedocument DEM. Via Score: https://score.hva.nl/Bronnen/Toetsmatrijzen%20-%20Servicedocument%20Domein%20Economie%20en%20Management.pdf

3.5. Werkwoorden en gedragskenmerk per beheersingsniveau

In onderstaande tabel is per cognitief niveau een aantal werkwoorden gegeven dat je in een toetsvraag van dat niveau kunt gebruiken. De werkwoorden drukken het gedrag uit dat wordt beoogd. De cognitieve niveau ’s benoem je in de toetsmatrijs.

Tabel: cognitieve niveau’s, gedragskenmerk en werkwoorden

Cognitief niveau Gedragskenmerk Operationele werkwoorden
Onthouden feiten-reproductie, herkenning, herinnering classificeren, herkennen, identificeren, in volgorde plaatsen, lokaliseren, navertellen, noemen, onderkennen, opsommen, reproduceren, rubriceren, selecteren, uit elkaar houden, weergeven/td>
Begrijpen begrip, interpretatie, logische reproductie aanduiden, aangeven, formuleren, illustreren, karakteriseren, opdracht geven, schetsen, signaleren, typeren, met eigen woorden vertellen, vertegenwoordigen/td>
Toepassen elementen uit onthouden en begrijpen hanteren in nieuwe situaties; kiezen van de juiste wetten, regels, schema’s, begrippen enzovoorts aandeel leveren, aangeven van grenzen, behandelen, berekenen, beschrijven, bewaken, bijdragen, definiëren, demonstreren, gebruiken, hanteren, oplossen, opstellen, een overzicht geven, procedure kiezen en volgen, rapporteren, schatten, uitleggen, verduidelijken, voorspellen, voorstel doen, vormgeven vragen formuleren
Analyseren, ordenen naar inhoud, vorm, functie e.d.afkeuren, afleiden, afwegingen maken, alternatieven voorleggen, argumenteren,
Synthetiseren samenstellen van elementen tot een uniek en origineel geheel becommentariëren, belangen afwegen, concluderen, construeren, controleren, discussiëren, herformuleren, leiding geven, modelleren, motiveren, onderhandelen, ontwerpen, fouten opsporen, opbouwen, problemen oplossen, ordenen, organiseren, overleggen, prioriteiten stellen, relateren, samenstellen, samenvatten, uitvoeren, tot stand brengen
Creëren Evalueren, beoordelen, toepassen buiten eigen discipline adviseren, beoordelen, commentaar geven, kritisch doorlichten, evalueren, ondersteunen, oordelen, verdedigen, toetsen, zelfstandig optreden

N.B: Ook bij toetsvormen gericht op onthouden en begrijpen moet rekening worden gehouden met de talige component.

3.6. Beoogde leeropbrengsten formuleren: toetsbaar beschrijven

Een toets wint aan kwaliteit als de te toetsen beoogde leeropbrengsten helder zijn omschreven in de toetsmatrijs. De volgende elementen dragen daar aan bij:

  1. Een specificatie van het soort beoogde leeropbrengst (kennis, vaardigheden, houding, competentie)
  2. Een actieve werkwoordsvorm die aangeeft hoe deze kennis of vaardigheid wordt toegepast.
  3. De reikwijdte van de toepassing: inhoudsgebied en/of (beroeps)context.
  4. De voorwaarden waaronder de student het gedrag toont of de prestatie levert


3.7. Van toetsmatrijs naar toetsvragen

Een toetsmatrijs vul je in in om te kunnen gebruiken bij het maken van een tentamen en tentamenvragen. Een tentamenvraag is een vraag aan de student om te laten zien wat hij beheerst of kan. De drie onderdelen van een toetsmatrijs (de onderwerpen/beoogde leeropbrengsten, het belang per onderwerp en het niveau per leerdoel) geven belangrijke informatie over hoe de tentamenvraag of het tentamen er uit moet zien:

  • Gaat een tentamenvraag over het juist onderwerp?
  • Worden de onderwerpen allemaal in het tentamen opgenomen?
  • Is het aantal vragen in balans met het belang per onderwerp?
  • Is de tentamenvraag of het tentamen in z’n geheel niet te moeilijk of te makkelijk? Dus hebben de vragen een passend cognitief niveau?

3.8. Opdrachten Toetsdossier

In een toetsmatrijs wordt de verdeling van tentamenvragen over cognitieve niveaus zichtbaar gemaakt. Voer onderstaande opdracht uit voor 1 toetsmatrijs van 1 tentamen waar je aan hebt bijgedragen of die je hebt afgenomen/nagekeken.

Analyseer/ evalueer de toets op overeenkomst met de toetsmatrijs. Beargumenteer verbeteringen en verwijs naar de betreffende toetsvragen/onderdelen van de toetsmatrijs.

  • Is de toetsmatrijs bruikbaar om de toetsvragen te gaan construeren?
  • Zijn alle beoogde leeropbrengsten opgenomen in de toetsmatrijs?
  • Zijn de tentamenvragen voldoende verdeeld over de cognitieve niveau’s die in de toetsmatrijs zijn aangegeven?
Er zijn geen items om weer te geven in deze weergave van de lijst Bronnen en literatuur.