Aanmelden

2.0. Basisontwerp voor toetsing: leerresultaten, leermiddelen en toetsing

2.1. Waarom deze module

  • De keuze voor een toetsvorm hangt af van de beoogde leeropbrengsten (leerresultaten) en leermiddelen/leerstof.
  • Beoogde leeropbrengsten verschillen in niveau. Dit niveau is van belang voor de keuze voor een toetsvorm.

2.2. Beoogde leerresultaten

  • De eigen toetsen kunnen analyseren aan de hand van de vier componenten van constructive alignment (beoogde leeropbrengsten, leermiddelen, toetsing, diepgaand en oppervlakkig leren).
  • De cognitieve niveau’s van leeropbrengsten van de eigen toetsen in verband brengen met diepgaand- en oppervlakkig leren.
  • Kunnen beredeneren wanneer een soort toets (formatief/summatief, open/gesloten) past bij bepaalde leeropbrengsten.

2.3. Voorbeeld, kennisclip

2.4. Uitgangspunten voor het kiezen van een toetsvorm

De keuze voor een toetsvorm, en de onderwijsactiviteiten plus leermiddelen die leiden naar de toets, worden bepaald door de beoogde leeropbrengsten van de onderwijseenheid. In beoogde leeropbrengsten komt in de eerste plaats het niveau van denken en handelen naar voren. Daarnaast speelt de context een belangrijke rol: de eindkwalificaties van de opleiding (competenties/Body of Knowlegde and Skills). De beoogde leeropbrengsten van elk studieonderdeel zijn herkenbaar en aantoonbaar afgeleid van de eindkwalificaties. Voor de koppeling tussen enerzijds beoogde leeropbrengsten en anderzijds leermiddelen en toetsing gebruiken we het concept Constructive Alignment. Constructive alignment heeft twee uitgangspunten:

  • De student geeft betekenis aan de aangeboden leermiddelen/leeractiviteiten om een leerervaring te bewerkstelligen. Dat komt tot uitdrukking in ‘Constructive’.
  • Het tweede deel (Alignment) slaat op de uitlijning tussen beoogde leeropbrengsten, de leermiddelen/activiteiten en de toetsing.
  • De context, zoals beschikbare studietijd, weegt mee in de keuzes.

De types beoogde leeropbrengsten (learning outcomes) en hun niveau zijn bepalend voor de vorm en inhoud van de toetsen (assessment tasks), de beoordelingscriteria en de normering. Het opstellen van geschikte leeropbrengsten is een beginpunt. De volgende paragraaf gaat over de cognitieve niveau’s van leeropbrengsten.

2.5. Cognitief niveau leeropbrengst

Het gewenste niveau van een beoogde leeropbrengst en de toetsing ervan wordt bepaald in relatie tot de niveaus die de opleiding hanteert. Bij het kiezen wordt meestal een indeling (taxonomie) gebruikt. Bij constructive alignment wordt een onderscheid gemaakt tussen deep level en surface level learning: hogere cognitieve niveaus worden opgevat als dieper leren. In deze module hanteren we Bloom’s Taxonomie. In de onderstaande versie ligt de nadruk op kennis. Deze taxonomie neemt ‘weten’ als begindoel, en mondt uit in ‘creëren’. Een taxonomie als die van Bloom helpt om doelen te formuleren. Zie ‘verder lezen’ voor een overzicht van een aantal bruikbare taxonomieën.

Voor de praktische uitwerking in beoogde leeropbrengsten is een lijst met werkwoorden een nuttig instrument. Een beoogde leeropbrengst stel je daarnaast op met de volgende uitgangspunten:
  • De werkwoorden beschrijven het gedrag en zijn daarom actief.
  • De inhoud wordt concreet weergegeven.
  • De voorwaarden (hulpmiddelen, bronnen, instrumenten) zijn gegeven.
  • De norm geeft aan wanneer de prestatie voldoende is.

In het onderdeel ‘Opstellen en gebruiken van een toetsmatrijs’ gaan we verder in op de cognitieve niveaus.

2.6. Onderscheid Formatief/summatief en open/gesloten

Met summatieve toetsen wordt beoordeeld of de student de beoogde leeropbrengst in voldoende mate beheerst. Deze toetsen zijn gerelateerd aan het eindniveau en de eindkwalificaties van de opleiding. Deze toetsen hebben een formele status, en zijn opgenomen in de Onderwijs- en examenregeling (OER) van de opleiding.

Formatieve toetsen geven de student inzicht in zijn leerproces en geven de docent inzicht in de onderwerpen waar studenten moeite mee hebben. Ze vinden plaats tijdens de onderwijsperiode en een belangrijk onderdeel is het geven van gerichte en directe feedback. Dit draagt bij aan inzicht en stelt studenten in staat om hun studiegedrag tijdig aan te passen. De keuze voor open of gesloten toetsvragen hangt af van de beoogde leeropbrengsten. Voor hogere cognitieve leeropbrengsten (analyseren, redeneren, construeren) zijn gesloten vragen meestal ongeschikt. Voor leeropbrengsten zoals kennen en begrijpen zijn gesloten toetsvragen acceptabel. Open toetsvragen vinden we vaak beter passen bij het leren van een beroep; gesloten toetsvragen zijn makkelijker na te kijken (maar helemaal niet makkelijk om te construeren!). Binnen de toetsen van een opleiding worden open en gesloten toetsen/toetsvragen vaak gecombineerd, waarbij in de hogere jaren meerkeuzetoetsen minder geaccepteerd zijn als toetsvorm.

Bij open toetsvragen wordt vaak ook de schrijfvaardigheid getoetst /beoordeeld. zie: Verder lezen voor een beooordelingsformulier dat Dienst Studentenzaken HvA hiervoor opstelde.

2.7. Opdrachten Toetsdossier

Constructive alignment is een methode om je onderwijs en toetsing af te stemmen op de beoogde leeropbrengsten. Maak onderstaande opdrachten voor een tentamen dat je hebt opgesteld of waar je een bijdrage aan hebt geleverd (opstellen tentamen of toetsmatrijs, tentamen nakijken, evalueren tentamen). Met onderstaande opdrachten evalueer je de passendheid van het betreffende tentamen.

  • Analyseer het tentamen op aansluiting van het tentamen op de beoogde leeropbrengsten en geef bij een leeropbrengst een verbetersuggestie voor het tentamen.
  • Analyseer en beargumenteer of studenten redelijkerwijs hebben kunnen slagen voor het tentamen met de aangeboden inhoud, leermiddelen en leeractiviteiten