Aanmelden

​11.0. Beoordelen en feedback

 

11.1. Waarom deze module

  •     Een beoordeling vastleggen zorgt voor verantwoording en verantwoordelijk
        toetsen.
  •     Analytisch en holistisch beoordelen zijn heel verschillende benaderingen van
        beoordelen.  
  •     Met een vastgelegde beoordeling beoordeel je eerlijk en beargumenteerd.
  •     Een beoordeling is voor de student beter bruikbaar als er goede feedback
        wordt  gegeven.     
        

11.2. Beoogde leeropbrengsten

  • Holistisch en analytisch beoordelen onderscheiden
  • De beoordeling van open en gesloten toetsvragen met beoordelingsinstrumenten schetsen.
  • De vormen en eisen van feedback schetsen.

11.3. Voorbeeld kennisclip

11.4. Holistisch of analytisch beoordelen

Analytisch beoordelen houdt in dat alle beoordelingsaspecten van een vaardigheid of beroepstaak onderscheiden en afzonderlijk beoordeeld worden. Analytisch beoordelen is passend wanneer nauwkeurig moet worden vastgesteld of studenten kritische kennis of deelvaardigheden beheersen of wanneer er sprake is van een juiste aanpak of oplossing. In dit geval zijn er discrete, duidelijk omschreven beoogde leeropbrengsten en eenduidige antwoordmodellen of beoordelingsmodellen.

Holistisch beoordelen heeft als uitgangspunt dat een adequate prestatie niet is te reduceren is tot een voldoende score op afzonderlijke beoordelingsaspecten; het geheel is meer dan de som van de delen. Holistisch beoordelen is passend wanneer de beoogde leeropbrengsten complex zijn en de prestatie wordt afgezet tegen een standaard. Dit is het geval bij de beoordeling van competenties, een complex proces, product of werkwijze, waarvoor meer dan een oplossing mogelijk is en/of wanneer de toepassingscontexten verschillen. Het aantal beoordelingsaspecten speelt ook een rol. Hoe complexer de opdracht, des te meer aspecten beoordeeld moeten worden.

Holistisch en analytisch beoordelen zijn tegenstrijdige principes. Analytisch beoordelen of afvinken past niet bij het beoordelen van het eindniveau. Het leidt tot een oppervlakkig oordeel, terwijl volledigheid wordt gesuggereerd. Vanwege de aard en de complexiteit van een afstudeeropdracht is het gewenst om bij de beoordeling naar de gehele prestatie te kijken.


 11.5. Beoordelen van open en gesloten vragen

In het algemeen wordt voor het beoordelen van open vragen gebruik gemaakt van een antwoordmodel. In dat antwoordmodel wordt aangegeven welk antwoord juist is, welke onderdelen in het antwoord moeten terugkomen en wat de puntenverdeling is. De beoordeling van gesloten vragen wordt als het goed is voldoende gefaciliteerd door de vraag plus sleutel (juiste antwoord) en afleiders (onjuiste alternatieven). Bij gesloten vragen komt het regelmatig voor dat de juistheid van een vraag/antwoordcombinatie wordt betwist (omdat de vraag of het antwoordalternatief onvoldoende onderscheidend is). Welke antwoorden juist zijn en waarom wordt vastgelegd in de antwoordsleutel. De antwoordsleutel is dus meer dan alleen juist/onjuist. De argumenten waarom een bepaald antwoord onjuist is zijn noodzakelijk om met recht te kunnen zeggen dat een antwoord onjuist is. .

11.6 Beoordelen met beoordelingsinstrumenten

Een goed beoordelingsinstrument (model, format, formulier, uitgeschreven antwoorden)

  •     Draagt bij aan de kwaliteit van de beoordeling en feedback door objectivering

  •     Geeft transparantie over de beoordeling richting studenten.

  •     Het bevat de beoordelingsaspecten, uitgewerkt naar de beoordelingscriteria.

  •     Het gewicht is van elk beoordelingscriterium is duidelijk.

  •     De beoordelingscriteria worden afgeleid van de beoogde leeropbrengsten en bevatten
        de kritische elementen ervan.


Een beoordelingscriterium is een aspect van het gewenste denken en handelen, dat met behulp van de toets wordt beoordeeld. Het niveau blijkt uit de voorwaarden, waaronder de student het gewenste gedrag in de toetssituatie moet laten zien. Bijvoorbeeld in een bepaalde beroepssituatie of beroepsrol, zelfstandig of in teamverband, met of zonder hulpmiddelen. Beoordelingsformulieren waarin een groot aantal beoordelingscriteria is uitgewerkt bevatten ook:

  •     Een (uniform) voorblad met relevante gegevens van student en toets,

  •     Indien aan de orde: ontvankelijkheidscriteria

  •     Informatie over plagiaatcontrole.

  •     Berekening van het eindcijfer aan de hand van de normering en cesuur

  •     Handleiding of instructie voor de examinator(en), inclusief rolverdeling (4-ogen)


De beoordelingsprocedure en het beoordelingsinstrument zijn inzichtelijk voor studenten en opgenomen in de handleiding, zodat zij weten hoe het eindcijfer wordt toegekend (zie voorbeelden).


 

11.7. Feedback

Onderwijs/doceren en leren zijn stevig met elkaar verbonden. Goede feedback ondersteunt de student bij zijn leerproces. Daarbij geeft feedback niet de oplossing weg: In lijn met constructieve frictie daagt goede feedback de student uit om net dat stapje verder te gaan. Feedback speelt zich dus af op de rand van wat de student kan en weet. Daarom worden er aan feedback een aantal basale eisen gesteld:

    De feedback zet aan tot een handeling.
    De feedback is SMART.
    De feedback is gericht op de beoogde leeropbrengsten of het onderwijsproces.
    De feedback is positief geformuleerd.

Een aantal vormen van feedback geven meer verantwoordelijkheid aan studenten:

    Studenten die elkaar feedback geven (peerfeedback).
    Studenten vragen welke feedback zij wensen en die feedback ook geven vervolgens.

Deze vormen zijn geschikt om in combinatie met 'gewone' feedback te (laten) geven. Om deze feedbackvormen nuttig in te zetten, kan het nodig zijn om studenten te trainen in het geven en vragen van feedback. Voor veel (of alle) beroepen is het geven en ontvangen van feedback een belangrijke vaardigheid. Het inzetten van peerfeedback en het formuleren van gewenste feedback past daarom goed in beroepsgericht onderwijs.

 

11.8. Opdrachten Toetsdossier

De toetsmatrijs, de toetsvragen en het beoordelingsmodel zijn samen een stevige verantwoording van de toets (in een latere module bespreken we de toets-analyse als aanvulling hierop).

  • Bekijk kritisch het beoordelingsmodel dat je hanteert met de kennis die je in deze module hebt opgedaan en beschrijf eventueel nieuwe inzichten die je hebt opgedaan

 


 

11.0. Beoordelen en feedback

11.1. Waarom deze module

  • Een beoordeling vastleggen zorgt voor verantwoording en verantwoordelijk toetsen.
  • Analytisch en holistisch beoordelen zijn heel verschillende benaderingen van beoordelen.
  • Met een vastgelegde beoordeling beoordeel je eerlijk en beargumenteerd.
  • Een beoordeling is voor de student beter bruikbaar als er goede feedback wordt gegeven.

11.2. Beoogde leeropbrengsten

  • Holistisch en analytisch beoordelen onderscheiden.
  • De beoordeling van open en gesloten toetsvragen met beoordelingsinstrumenten schetsen.
  • De vormen en eisen van feedback schetsen.

11.3. Voorbeeld kennisclip

11.4. Holistisch of analytisch beoordelen

Analytisch beoordelen houdt in dat alle beoordelingsaspecten van een vaardigheid of beroepstaak onderscheiden en afzonderlijk beoordeeld worden. Analytisch beoordelen is passend wanneer nauwkeurig moet worden vastgesteld of studenten kritische kennis of deelvaardigheden beheersen of wanneer er sprake is van een juiste aanpak of oplossing. In dit geval zijn er discrete, duidelijk omschreven beoogde leeropbrengsten en eenduidige antwoordmodellen of beoordelingsmodellen.

Holistisch beoordelen heeft als uitgangspunt dat een adequate prestatie niet is te reduceren is tot een voldoende score op afzonderlijke beoordelingsaspecten; het geheel is meer dan de som van de delen. Holistisch beoordelen is passend wanneer de beoogde leeropbrengsten complex zijn en de prestatie wordt afgezet tegen een standaard. Dit is het geval bij de beoordeling van competenties, een complex proces, product of werkwijze, waarvoor meer dan een oplossing mogelijk is en/of wanneer de toepassingscontexten verschillen. Het aantal beoordelingsaspecten speelt ook een rol. Hoe complexer de opdracht, des te meer aspecten beoordeeld moeten worden.

Holistisch en analytisch beoordelen zijn tegenstrijdige principes. Analytisch beoordelen of afvinken past niet bij het beoordelen van het eindniveau. Het leidt tot een oppervlakkig oordeel, terwijl volledigheid wordt gesuggereerd. Vanwege de aard en de complexiteit van een afstudeeropdracht is het gewenst om bij de beoordeling naar de gehele prestatie te kijken.

11.5. Beoordelen van open en gesloten vragen

In het algemeen wordt voor het beoordelen van open vragen gebruik gemaakt van een antwoordmodel. In dat antwoordmodel wordt aangegeven welk antwoord juist is, welke onderdelen in het antwoord moeten terugkomen en wat de puntenverdeling is. De beoordeling van gesloten vragen wordt als het goed is voldoende gefaciliteerd door de vraag plus sleutel (juiste antwoord) en afleiders (onjuiste alternatieven). Bij gesloten vragen komt het regelmatig voor dat de juistheid van een vraag/antwoordcombinatie wordt betwist (omdat de vraag of het antwoordalternatief onvoldoende onderscheidend is). Welke antwoorden juist zijn en waarom wordt vastgelegd in de antwoordsleutel. De antwoordsleutel is dus meer dan alleen juist/onjuist. De argumenten waarom een bepaald antwoord onjuist is zijn noodzakelijk om met recht te kunnen zeggen dat een antwoord onjuist is.

11.6. Beoordelen met beoordelingsinstrumenten

Een goed beoordelingsinstrument (model, format, formulier, uitgeschreven antwoorden)

  • Draagt bij aan de kwaliteit van de beoordeling en feedback door objectivering
  • Geeft transparantie over de beoordeling richting studenten.
  • Het bevat de beoordelingsaspecten, uitgewerkt naar de beoordelingscriteria.
  • Het gewicht is van elk beoordelingscriterium is duidelijk.
  • De beoordelingscriteria worden afgeleid van de beoogde leeropbrengsten en bevatten de kritische elementen ervan.

Een beoordelingscriterium is een aspect van het gewenste denken en handelen, dat met behulp van de toets wordt beoordeeld. Het niveau blijkt uit de voorwaarden, waaronder de student het gewenste gedrag in de toetssituatie moet laten zien. Bijvoorbeeld in een bepaalde beroepssituatie of beroepsrol, zelfstandig of in teamverband, met of zonder hulpmiddelen. Beoordelingsformulieren waarin een groot aantal beoordelingscriteria is uitgewerkt bevatten ook:

  • Een (uniform) voorblad met relevante gegevens van student en toets,
  • Indien aan de orde: ontvankelijkheidscriteria
  • Informatie over plagiaatcontrole.
  • Berekening van het eindcijfer aan de hand van de normering en cesuur
  • Handleiding of instructie voor de examinator(en), inclusief rolverdeling (4-ogen)

De beoordelingsprocedure en het beoordelingsinstrument zijn inzichtelijk voor studenten en opgenomen in de handleiding, zodat zij weten hoe het eindcijfer wordt toegekend (zie voorbeelden).

11.7. Feedback

Onderwijs/doceren en leren zijn stevig met elkaar verbonden. Goede feedback ondersteunt de student bij zijn leerproces. Daarbij geeft feedback niet de oplossing weg: In lijn met constructieve frictie daagt goede feedback de student uit om net dat stapje verder te gaan. Feedback speelt zich dus af op de rand van wat de student kan en weet. Daarom worden er aan feedback een aantal basale eisen gesteld:

  • De feedback zet aan tot een handeling.
  • De feedback is SMART.
  • De feedback is gericht op de beoogde leeropbrengsten of het onderwijsproces.
  • De feedback is positief geformuleerd.

Een aantal vormen van feedback geven meer verantwoordelijkheid aan studenten:

  • Studenten die elkaar feedback geven (peerfeedback).
  • Studenten vragen welke feedback zij wensen en die feedback ook geven vervolgens.

Deze vormen zijn geschikt om in combinatie met 'gewone' feedback te (laten) geven. Om deze feedbackvormen nuttig in te zetten, kan het nodig zijn om studenten te trainen in het geven en vragen van feedback. Voor veel (of alle) beroepen is het geven en ontvangen van feedback een belangrijke vaardigheid. Het inzetten van peerfeedback en het formuleren van gewenste feedback past daarom goed in beroepsgericht onderwijs.

11.8. Opdrachten Toetsdossier

De toetsmatrijs, de toetsvragen en het beoordelingsmodel zijn samen een stevige verantwoording van de toets (in een latere module bespreken we de toets-analyse als aanvulling hierop).

  • Bekijk kritisch het beoordelingsmodel dat je hanteert met de kennis die je in deze module hebt opgedaan en beschrijf eventueel nieuwe inzichten die je hebt opgedaan