Aanmelden

8.0. Voortgangstoets

8.1. Waarom deze module

  • Een voortgangstoets is een bijzondere vorm van een kennistoets. Er gelden specifieke aandachtspunten voor.
  • Voortgangstoetsen kunnen heel bruikbaar zijn om studenten en docenten inzicht te geven in de mate waarin studenten de kennisbasis van een vakgebied beheersen.
  • Voortgangstoetsen vragen om de nodige voorbereiding en inbedding in het toetsprogramma. Deze module beschrijft de vorm, toepassingsgebieden en aandachtspunten van deze toetsvorm.
  • Het opstellen van gesloten toetsvragen begint met een vraag en het juiste antwoord.
  • Bij het opstellen van de toetsvraag is aandacht voor duidelijkheid zeer belangrijk.
  • Een meerkeuzevraag heeft weinig waarde als de afleiders (de foute alternatieven) niet voldoende doordacht zijn.

8.2. Beoogde leeropbrengsten

  • De verschijningsvormen en toepassingsgebieden van een voortgangstoets schetsen.
  • De opbrengsten van een voortgangstoets voor de student benoemen.
  • De aandachtspunten voor een voortgangstoets schetsen.
  • Vorm en toepassingen gesloten toetsvragen schetsen.
  • Toetsvragen kunnen formuleren die de inhoud van de onderwijseenheid dekken.
  • Toetsvragen kunnen formuleren die eenduidig zijn.
  • Toetsvragen kunnen formuleren die zijn afgestemd op de doelgroep.

8.3. Kennisclip

8.4. Verschijningsvorm en toepassing voortgangstoets

De voortgangstoets (VGT) is een (digitale) kennistoets over de gehele kennisbasis (body of knowledge) van het beroep waartoe wordt opgeleid. De VGT bestaat uit een itembank met een grote hoeveelheid meerkeuzevragen over alle kennisgebieden die van belang zijn voor de beroepsbekwaamheid. Kenmerkend voor de VGT is dat hij curriculumonafhankelijk is en gedurende de gehele opleiding meerdere momenten kan worden afgenomen. De VGT stimuleert zo een continu leerproces. Stampen voor de VGT is zinloos, omdat de toets kennisgebieden en onderwerpen bevat, die nog niet behandeld zijn. Daarom verschilt het percentage vragen, dat de student goed moet kunnen beantwoorden in de propedeuse, hoofdfase en afstudeerfase. Het doel van de VGT is om de student inzicht te geven in welke kennis hij al beheerst en welke nog niet. De feedbackfunctie staat centraal en de nadruk ligt op de diagnostische (formatieve) toepassing. Een digitale VGT maakt het mogelijk dat de student direct zijn score en feedback krijgt. De VGT geeft docenten inzicht in de mate waarin een bepaalde groep studenten de kennisbasis beheerst. Op basis daarvan kunnen zij zo nodig het onderwijs bijstellen. Door het doen van een voortgangstoets ontdekt de student op welk niveau zijn theoretische kennis zit (en wat zijn sterke/zwakke punten zijn).

Een VGT van een opleiding toetst de kennisbasis die het fundament is van de eigen eindkwalificaties. Een landelijke VGT toetst de landelijk vastgestelde kennisbasis. Een landelijke VGT biedt studenten en opleiding de mogelijkheid om hun score te vergelijken met die van andere opleidingen. Bij een landelijke VGT bepaalt de examencommissie van de opleiding het aantal studiepunten dat de VGT per studiejaar oplevert.

8.5. Hoe wordt deze toets gemaakt?

Een voortgangstoets is een heel brede vorm van een kennistoets. Dat betekent dat er een aantal aanvullende eisen worden gesteld aan een voortgangstoets. Vanwege het grootschalige gebruik is het noodzakelijk om een grote toets-itembank op te bouwen. Om alle kennisgebieden en niveau’s voldoende terug te laten komen in de kennistoets, is het gebruiken van een toetsmatrijs en het stevig vastleggen van de kennisbasis noodzakelijk. In o.a. de 2e-graads lerarenopleidingen zijn kennisbases vastgelegd voor verschillende vakgebieden. Deze kennisbases geven informatie voor de kennistoetsen waar de studenten aan deelnemen.

8.6. Vorm en toepassing gesloten toetsvragen

Gesloten toetsvragen zijn vragen waarbij de mogelijke antwoorden op de vraag gegeven worden en de student een keuze moet maken uit de antwoordmogelijkheden. Een variatie hierop is dat de student gegeven opties matcht, rangschikt etc. Sommigen rekenen ook toetsvragen waar een kort antwoord wordt gevraagd tot de gesloten toetsvragen. Beoogde leeropbrengsten waarin de cognitieve niveaus ‘onthouden’ en ‘kennen’ zijn gebruikt kan je vormen tot een gesloten toetsvraag. Er zijn een uitzonderingen op deze regel: het toepassen van een grammaticaregel of een wiskundige vraag is zodanig exact dat ook het niveau ‘toepassen’ kan worden getoetst. Hogere cognitieve niveaus toetsen met gesloten vragen vraagt heel specifieke deskundigheid en tijdsinvestering.

Het is de bedoeling dat je met een gesloten toetsvraag onderscheid maakt tussen de student die wel de kennis beheerst en de student die niet de kennis beheerst. Toetsvragen waar onvoldoende aandacht aan is besteed geven de student een grotere kans om zonder over de beoogde kennis te beschikken een goed antwoord te kiezen. Onvolkomen toetsvragen en antwoorden geven studenten die wel de kennis beheersten juist verwarring. Beide situaties wil je voorkomen door aandachtig alle onderdelen te ontwikkelen.

Het gesloten karakter van toetsvragen zorgt ervoor dat je bij het opstellen van de toetsvraag evenveel aandacht aan het juiste antwoord, de afleiders en de vraagstelling moet besteden. Afleiders zijn de alternatieven, de niet-juiste antwoordmogelijkheden. De student heeft als het ware niets meer dan de vraag en de antwoordalternatieven. Er is geen gelegenheid om te beargumenteren richting een bepaald antwoord. Dat maakt het belangrijk om evenveel aandacht te geven aan het maken van de toetsvraag (de stam), het juiste antwoord (de sleutel) en de alternatieven (afleiders) die de student krijgt voorgelegd.

8.7. Gesloten toetsvragen opstellen

Zoals hiervoor is aangegeven is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan de toetsvraag, het juiste antwoord en de afleiders. Het opstellen van een gesloten toetsvraag start je altijd met een blik op de toetsmatrijs en de beoogde leeropbrengsten daarin. Bij ieder type gesloten vraag hoort een andere instructie. Bijvoorbeeld ‘kies het juiste antwoord’ bij een meerkeuzevraag en ‘er kunnen meerdere antwoorden juist zijn, kies de juiste antwoorden’ bij een multiple respons-vraag. Het lijkt een open deur, maar: geef aan wat de student moet doen en controleer de helderheid van die instructie.

Een goede gesloten toetsvraag bevat alleen en alle voor de beantwoording relevante informatie. Dat betekent dat er in de antwoordalternatieven geen extra informatie wordt gegeven. De student zou de vraag ook zonder de gegeven antwoorden moeten kunnen beantwoorden. Schiet echter niet door in de hoeveelheid informatie: overbodige informatie kost de student veel leestijd en toetst leesvaardigheid in plaats van kennis. Je doet er goed aan in toetsvragen objectiviteit en specifiekheid na te streven. Een goede controle is of collega’s hetzelfde antwoord geven op de vraag (ook zonder dat ze de antwoordmogelijkheden hebben gezien).

Een student moet zich kunnen concentreren op de vraag en antwoordmogelijkheden. Dat stelt eisen aan de presentatie. Vermijd daarom negatief gestelde vragen, dubbele ontkenningen, onnodig moeilijke woorden en andere taal die afleidt. Afgewogen gebruik van alinea’s en interpunctie doen wonderen qua leesbaarheid en duidelijkheid

Met toetsvragen willen we natuurlijk toetsen of een student de leeropbrengsten heeft behaald. Geef dus geen antwoorden weg door in de vraag aanwijzingen te geven. Het gebruik van de/het dat op een bepaald alternatief wijst of herhaling van woorden in de vraag en de alternatieven moet je vermijden. Vermijd eveneens een vaste volgorde van juiste alternatieven (A,B,C,D als juiste alternatief voor vraag 1 t/m 4 of A,A,A,B,B,B voor vraag 1 t/m 6).

Tenslotte worden te vaak afleiders (de foute alternatieven) geschreven die eigenlijk niet afleiden van het juiste antwoord en dus ook geen kennis toetsen. Een afleider moet hoe dan ook plausibel zijn. Als plausibele afleiders niet te formuleren zijn, zegt dat iets over de kwaliteit van de toetsvraag. Variaties zoals ‘alle bovenstaande zijn juist’ geven ongewild informatie weg.

8.8. Opdrachten Toetsdossier

Deze opdracht gaat ervan uit dat er in je opleiding geen algehele voortgangstoets wordt gebruikt.

1) Formuleer in een max 2 a4 welke stappen er naar jouw inschatting nodig zijn om kennistoetsen in je eigen opleiding in te zetten.

  • Beschrijf hoe de VGT eruit zou moeten zien voor je eigen opleiding en hoe je de VGT kan inzetten (welke momenten, doel, e.d.).
  • Benoem de opbrengsten van een voortgangstoets voor de student.
  • Beschrijf de aandachtspunten van de VGT voor jouw opleiding.
  • Geef aan welke vraagvormen de VGT zou moeten bevatten.

2) Leg je stappen-inschatting voor aan een collega en neem een extra paragraaf of waarin je zijn/haar reactie beschrijft.

N.B.: Indien er binnen je opleiding gebruik wordt gemaakt van een voortgangstoets, kan je de bovenstaande opdracht als evaluatie gebruiken.