Blog Score

Blog Score

jan 16
Honderd jaar oude mc-toets nog steeds bejubeld en verguisd
Michael Nieweg
 
 
Anno 2014 bestaat de meerkeuzetoets – ook wel multiple choice toets of mc-toets genoemd – een eeuw. Een handige toetsvorm bij grootschalig onderwijs. De gevoelens over deze bejaarde zijn gemengd. Het bevordert een leerstijl waar het hoger onderwijs eigenlijk niet op zit te wachten. Maar het is een taaie rakker en zoiets dwingt respect af. Zal de mc-toets in de klassieke vorm overleven? In deze column ga ik in op de herkomst van de mc-toets, de – ook al honderd jarige – bezwaren ertegen en de mogelijke toekomst ervan. [lees meer…]
 
Frederick J. Kelly kreeg spijt
 
Wat hebben de mc-toets, dynamiet of de atoombom met elkaar te maken? Weinig – en tegelijk veel. Zoals: je kan er mooie mc-vragen over maken. Bijvoorbeeld: "wie was de uitvinder?" Voor de explosieven is dat een weetje en dus makkelijk punten scoren: Alfred Nobel, respectievelijk Robert Oppenheimer. Of: "hoe verging het de uitvinders naderhand?" Met als antwoordalternatieven: (a) hij werd er rijk van, (b) zijn patent werd betwist, (c) hij kreeg er spijt van en (d) hij kreeg een hoge militaire rang.
 
Antwoordalternatief (c) is juist. Zij kregen spijt, veel spijt. Nobel zag met lede ogen aan hoe zijn uitvinding voor de mijnindustrie, werd ingezet in de oorlogsindustrie. Daarop wijdde hij zijn vermogen aan de naar hem genoemde prijs. Oppenheimer kon niet voorkomen dat de atoombom in plaats van strategisch, op dichtbevolkte steden werd gebruikt. Hij zou er depressief van zijn geworden. Kelly tot slot, keerde zich als president van de universiteit van Idaho tegen zijn uitvinding en werd daarom tot aftreden gedwongen.
 
Frederick J. Kelly (1880-1959) ontwikkelde de mc-toets in 1914, precies een eeuw geleden. Natuurlijk is de werking van deze toets niet te vergelijken met de vernietigende werking van explosieven. Toch kon Kelly niet verkroppen dat zijn uitvinding voor andere doelen werd gebruikt dan hij beoogde. Een eeuw later lijkt dit verzet zelfs zinloos. De mc-toetst bereikt jaar na jaar, dagelijks en wereldwijd, vele miljoenen mensen. Er zijn meer uitvindingen die sterker bleken dan de uitvinder. Zoals de dubbele slash in webadressen. Wij  typen dat gedachteloos in. Maar de uitvinder, Berners Lee, zegt hier: “denk eens in hoeveel bomen bespaard hadden kunnen worden door de // weg te laten”. Of, om bij de oorlogsindustrie te blijven, het Kalasjnikov-geweer. De uitvinder en naamgever moest zelfs een leven lang publiekelijk doen alsof hij géén spijt had.
 
 
Honderd jaar oud enthousiasme en bezwaren
 
Wat wekt dan het wereldwijde enthousiasme op en herkennen we de bezwaren van de uitvinder? We beginnen bij het begin: waarom Kelly deze toetsvorm überhaupt ontwikkelde. Het motief is nog steeds goed herkenbaar: subjectiviteit in beoordelingen. Kelly zag met lede ogen aan dat dezelfde prestatie zowel met een A+ (uitstekend) als F (onvoldoende) kon worden beoordeeld. Een tweede reden is al even herkenbaar: hij zocht een oplossing voor het grote tijdsbeslag dat beoordelen op docenten legde.
 
In 1914 promoveerde Kelly met de dissertatie Teachers marks, their variability and standardization. Kelly ontwikkelde, gebruik makend van de toen nagelnieuwe inzichten uit de psychometrie, een gestandaardiseerde toets. Hij sloeg daarmee twee vliegen in één klap: objectiviteit in plaats van subjectiviteit en een eenvoudige administratieve aanpak bij het nakijken. Het cijfer was nu snel te bepalen.
 
Terzijde: ook cijfers (c.q. letters) zijn sinds hun invoering omstreden. Vermoedelijk werden zij aan het einde van de 18e eeuw geïntroduceerd op de universiteit van Cambridge. Voor het eerst werden leerresultaten gekwantificeerd. De kritiek van toen is nog steeds dezelfde: hogere-orde denken laat zich niet kwantificeren. Daarom liet Cambridge cijfers vergezeld gaan van geschreven toelichtingen[1].
 
De mogelijkheid om gedragingen met kwantitatieve methoden te meten, leidde tot het inzicht dat daarmee het gedrag zèlf werd gestandaardiseerd. Dit tot afkeer van Kelly en, een eeuw later, van Sir Ken Robinson: wat perfect paste in de industriële samenleving, is in de informatiesamenleving contraproductief. Het draait toenemend om délen: samenwerken, samen denken en samen ontwikkelen. Het HvA-programma ‘Learning Tomorrow’ vertaalt dit in personaliseren, samenwerken en informaliseren van het onderwijs.
 
De onderwijsbestuurders van toen zagen snel nieuwe mogelijkheden. Leerresultaten konden nu worden gestandaardiseerd én gekwantificeerd. Bovendien werd grootschalig toetsen mogelijk. Dit sloeg aan in een tijd waar de industrie en de bureaucratie vakmensen nodig had die repetitieve taken konden uitvoeren. Ook beleidsmatig zag men voordelen: onderwijsinstellingen konden nu gelijke opbrengsten realiseren. De resultaten van leerlingen, scholen, steden en staten werden onderling vergelijkbaar. De docenten zelf – en Kelly – waren daar niet blij mee. Onderwijs dient juist de ontwikkeling van de unieke en individuele talenten te bevorderen. Gestandaardiseerd gedrag doet dit niet, en kan ook vervreemdend werken, zoals Charlie Chaplin ons liet zien in Modern Times. Vanaf het begin werd de mc-toets bejubeld én verguisd.
 
 
De mc-toets is het sluitstuk van een opvatting
 
In de loop der tijd zijn de bezwaren scherper geformuleerd. Kern is dat de mc-toets een reproductieve in plaats van een betekenisgerichte leerstijl bevordert. Dit terwijl het vermogen kennis te reproduceren hooguit een bijproduct van het hoger onderwijs is en het tweede juist de bedoeling. Hoe komt dat?
1.       De toetsvragen moeten eenduidige en volledig zekere antwoorden opleveren. Dit lukt het beste bij de eerste drie treden van de taxonomie van Bloom. Hierbij gaat het om doorgaans cognitief weinig veeleisende prestaties. De vragen zijn grotendeels steekproeven uit de stof, waarvan vooral correcte reproductie gevraagd wordt.
2.       Het onderwijs richt zich op deze eis. Deze ‘constructive alignment levert een voorkeur op voor de frontale en instructiegerichte lesmethoden, zoals bij een hoorcollege. Hoe efficiënt ook, de docent is actief en de studenten tamelijk passief. Er wordt verondersteld dat zij het verhaal van de docent intellectueel meebeleven. Maar of dat ook gebeurt is allerminst zeker. Want het complementaire gedrag is stil zitten, luisteren, aantekeningen maken, een enkele vraag  beantwoorden en eventueel stellen. Als zij al aanwezig zijn: vaak kan de toets ook worden gehaald zonder de colleges te volgen. Of bij de les blijven: na gemiddeld 15 minuten neemt de aandacht af.
3.       Dit type onderwijs legt de nadruk op een specifieke leerstrategie. Uit het hoofd leren is belangrijker dan diep begrip en kritisch denken. Je kan hiermee de laatste dagen vóór de toets beginnen. Deze aanpak laat echter gemakkelijk vergeten ná de toets toe en staat bekend als 'surface learning'.
4.       Tenslotte is een veel gehoord bezwaar dat docenten en studenten hun doelen vernauwen tot de korte termijn: ‘teaching to the test’ en ‘learning to the test’. Een bredere blik is niet nodig om de toets te halen. De docent loopt zelfs het risico dat zijn rendementen dalen als hij erudiete uitweidingen geeft.
De mc-toets is geen neutraal instrument maar het sluitstuk van een opvatting over leren en lesgeven. Dit gegeven krijgt niet altijd de aandacht die het verdient. Sterker nog: een wijdverbreide opvatting is dat je niet vroeg genoeg met testen kan beginnen – bijvoorbeeld bij het basisonderwijs wanneer kinderen zich voorbereiden op de Cito-toets. Niet lang geleden was zelfs een mc-toets voor kleuters in opmars. Dáár legde de Tweede Kamer in november 2013 de grens.
 
 
Een vitale maar wat eenzijdige oudere
 
Ondanks alles is de honderdjarige opmerkelijk vitaal en wordt hij vast nog een aantal decennia ouder. Dat is bijzonder. Terwijl het dynamiet vanwege de instabiliteit van de chemische verbinding in de ban is gedaan en de politici over de hele wereld zich inzetten om kernwapens uit te bannen geniet de mc-toets onverminderde populariteit, zelfs als Kelly zich in zijn graf omdraait. Er zijn critici en voorstanders – beiden laten zich ruim gelden op internet. Critici wijzen er op dat het onderwijs van de 21ste eeuw niet kan worden uitgevoerd zoals aan het begin van de 20ste eeuw, omdat de samenleving, bedrijven en beroepen zichzelf steeds vernieuwen. Voorstanders wijzen erop dat het een goede en tijdloze uitvinding betreft, die het grootschalige onderwijs veel voordelen biedt.
 
In het vierveldenmodel wordt duidelijker wat er aan de hand is. Onderwijssituaties variëren enerzijds in de mate waarin de docent de student opvoedt tot zelfstandig denker en anderzijds in de mate waarin kennis doel of middel is. Mc-toetsen passen het beste in het instructieveld: de docent bepaalt, de student voert uit en kennis is het doel. Dit veld is een goede keuze voor grote studentengroepen als het gaat om:
      gestandaardiseerde kennis en/of vaardigheden die iedereen moet beheersen;
      complexe kennis en/of vaardigheden waarvoor een andere aanpak te tijdrovend is;
      kennis en/of vaardigheden die veiligheid, gezondheid of regelgeving borgen
Gelden deze motieven niet, dan kun je in de meeste gevallen beter voor een ander veld en een andere toetsvorm kiezen.
 
 
Gebruiken waar moet, vermijden waar kan
 
Zo makkelijk komen we dus niet van deze bejaarde af. Sinds diens geboorte zijn de studentenaantallen explosief gestegen. En dan is er nog het streven om 50% hoger opgeleiden te realiseren. Efficiëntie is een noodzaak, zeker bij grote studentenaantallen. Het is echter de vraag of er inmiddels niet meer mogelijk is. De informatiesamenleving biedt ongekende kansen: we zullen steeds beter in staat zijn om het onderwijs te personaliseren, studenten te laten samenwerken en de leeromgeving te informaliseren. Zo biedt tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs de kans studenten kennis te laten opdoen, in plaats van frontaal en fysiek onderwijs – zoals met webcolleges, studieopdrachten en peerfeedback. Naast de traditionele collegezalen ontsluiten computers, laptops, tablets en smartphones het onderwijs langzaam maar zeker - BOYD genoemd, wat staat voor: Bring Your Own Device. Blended learning maakt het mogelijk studenten te activeren en meer diepgaande leerstrategieën op te wekken. Learning Analytics maken het mogelijk de voortgang van de studenten te monitoren en een groot aantal toetsen overbodig te maken. Het HvA-programma Learning Tomorrow biedt inzicht in een aantal ontwikkelingen op dit terrein.
 
Technologie of niet, de mc-toets heeft na een eeuw nog dezelfde kracht en dezelfde beperkingen. De moraal moet dan ook zijn: gebruik hem waar het nog moet, maar vervang hem waar het kan. Hoe grootschalige kennistoetsing er de komende honderd jaar er uit zal zien is de nieuwe uitdaging.
 


[1] Hoofdstuk 4 – ‘How We Measure’ uit‘Now you see it’, Cathy N. Davidson (2012), Penguin Books, London, UK. ISBN 109876543
  

Opmerkingen

Er zijn geen opmerkingen bij dit bericht.

 ‭(Verborgen)‬ Hulpmiddelen voor blogs