Aanmelden

AfstudeeropDracht

 



Andere benamingen: eindwerkstuk, (eind)scriptie, afstudeerproductie, proeve van bekwaamheid, beroepsproduct

 

Wat is het?

  • Een eindopdracht ter afronding van de opleiding. 

  • Een 'meesterproef' die door de student zelfstandig wordt uitgevoerd. 

  • Betreft een vraagstuk uit de beroepspraktijk. 

  • Levert een bijdrage aan de beroepsontwikkeling van de student. 

  • Complexe opdracht waarin kennis uit theorie en praktijk worden verbonden met praktijkgericht onderzoek en/of ontwerp. 

  • Door het uitvoeren van de afstudeeropdracht toont de student aan klaar te zijn voor de beroepspraktijk. 

De afstudeeropdracht kan verschillende producten opleveren. In toenemende mate krijgen studenten ruimte om de vorm van het eindproduct mede te bepalen.

 

Wat wordt er getoetst?

  • De wijze waarop de student zelfstandig een voor het werkveld relevante vraag of opdracht formuleert en hieraan een uitwerking geeft die relevant is voor de beroepspraktijk.

  • De wijze waarop de student in de opzet, uitvoering en evaluatie van de opdracht laat zien, dat hij over de generieke en beroepsgerichte kwalificaties van een beginnend professional beschikt. Deze zijn verwoord in de beoordelingscriteria.

  • De wijze waarop de student de bevindingen voor het voetlicht brengt in de vormgeving van het afstudeerproduct en de presentatie. 


Hoe wordt deze toets gemaakt?

De doelen en de inhoud van de afstudeeropdracht worden afgeleid van de eindkwalificaties van de opleiding. Afhankelijk van de inrichting van het opleidingsprogramma is de afstudeeropdracht een van de onderdelen waarmee de student de eindkwalificaties aantoont. 

Het kan een onderzoeksmatige opdracht zijn; het kan ook een beroepsproduct zijn. Op basis van het competentieprofiel bepaalt de opleiding welke eindkwalificaties van toepassing zijn op de afstudeeropdracht. In de meeste gevallen kan de student eigen doelen toevoegen en eigen accenten leggen.

In handleiding voor de afstudeeropdracht worden de volgende onderdelen beschreven:

  • doel van de opdracht

  • eindkwalificaties die met de afstudeeropdracht moeten worden aangetoond

  • vorm waarin de opdracht kan/mag worden uitgewerkt

  • fasering en deadlines

  • begeleiding door docent en eventueel praktijkbegeleider

  • beoordelingsprocedure en beoordelingsmomenten

  • beoordelingscriteria 

  • weging van de verschillende onderdelen, zoals eindproduct, presentatie en procesverslag

  • rol van de examinatoren

  • rol van het werkveld bij de beoordeling

  • regels bij herkansing

  • te leveren aandeel van iedere individuele student bij een opdracht uitgevoerd door meerdere studenten

 

Hoe wordt deze toets beoordeeld?

De student wordt beoordeeld op het inhoudelijke niveau van zijn werk en of hij klaar is voor de beroepspraktijk. 

Met andere woorden, heeft de student:

  • als een professional gewerkt en gedacht

  • zijn werk goed gepresenteerd

  • zijn opdracht theoretisch goed onderbouwd

  • een goede bijdrage geleverd voor de opdrachtgever. 

Bij de beoordeling zijn twee examinatoren betrokken. De begeleider kan een van de examinatoren zijn. 

De examinatoren beoordelen aan de hand van een beoordelingsformulier. Ze beoordelen eerst ieder afzonderlijk en komen vervolgens gezamenlijk tot het eindoordeel.

Er is een correcte weging van de diverse onderdelen die leiden tot het eindcijfer. Deze weging is vooraf bekend bij de student. 

 

Welke feedback krijgt de student?

De student krijgt één eindcijfer, dat tot stand komt op basis van het oordeel van het eindproduct en, indien van toepassing, de mondelinge onderbouwing tijdens de presentatie/verdediging. 

De student ontvangt feedback van:

  • de examinatoren, waarvan een examinator bij voorkeur een externe deskundige is. 

  • eventueel de opdrachtgever (vaak zal deze de opdracht inhoudelijk beoordelen).



Hoe bereid je de student voor? 

  • Zorg dat er voor iedere student een begeleider is die coacht en meehelpt de planning te bewaken. 

  • Geef voorbeelden van goede opdrachten, eindproducten en plannen van aanpak. 

  • Zorg voor een duidelijke handleiding waarin de afstudeerfase zowel inhoudelijk als reglementair wordt toegelicht. Check of de informatie voor de studenten helder is.

  • Registreer de opdrachten waaraan studenten werken, zodat studenten onderling kunnen samenwerken bij gelijksoortige opdrachten. 

  • Vorm peergroepen van studenten die op hetzelfde moment met het afstudeertraject starten.

  • Met zelfstandig werken, leren, onderzoeken, ontwikkelen van beroepsproducten en verantwoorden dient de student al in het voortraject (totale studie) te hebben geoefend. Verwijs naar deze momenten.  


Wat zijn de sterke kanten van deze toets?

  • De authenticiteit en praktijkgerichtheid vormt de kracht van de opdracht.

  • Gelegenheid voor de student om zich te profileren in het perspectief van de beroepspraktijk.

  • Daagt de student uit om zelfstandig een onderwerp naar eigen keuze uit te werken. 

 

Wat zijn de aandachtspunten bij deze toets?

  •  Het formuleren van een goede vraagstelling en het afbakenen van het onderwerp gaat de student soms moeizaam af, hetgeen tot vertraging kan leiden.

  • Wanneer er tijdens het productieproces weinig contact is tussen opleiding en student, kan het voor de opleiding lastig zijn om na te gaan hoe het denkproces van de student zich ontwikkelt en (negatief geformuleerd) of er sprake is van plagiaat. 


 Laatst gewijzigd: 13 januari 2020