Aanmelden

Gedragsassessment

 

 

Andere benamingen: performance assessment, proeve van bekwaamheid, simulatie, praktijkproef, observatie in de praktijk

Wat is het?
Een gedragsassessment is een toetsvorm waarin het gedrag van studenten tijdens het uitvoeren van kenmerkende, kritische beroepstaken wordt geobserveerd en beoordeeld op basis van vooraf gespecificeerde criteria. Een gedragsassessment kan plaats vinden in een authentieke beroepssituatie of in een simulatie, waarbij de student in (een) kritische beroepssituatie(s) wordt gebracht.
 
Dit assessment wordt vooral ingezet om competenties te toetsen die uitsluitend zichtbaar zijn in gedrag en niet in producten (portfolio).
Het assessment bestaat uit:
1. Het observeren van het gedrag.
2. Het voeren van een assessmentgesprek ter verantwoording van de keuzes voor het getoonde gedrag.
3. Het tot stand brengen en vastleggen van een onderbouwd oordeel.
4. Het geven van feedback.
 
Wat wordt getoetst? 
 
Kort samengevat wordt in een gedragsassessment getoetst of de student in kenmerkende en kritische beroepscontexten en -situaties professioneel handelt conform de vereiste beoordelingscriteria.
 
Toelichting
Professioneel handelen vergt dat de student uiteenlopende (praktijk)ervaringen opdoet met kenmerkende, kritische beroepstaken en dilemma’s. Het vereiste gedrag is vastgelegd in beoordelingscriteria.
 
Zowel de relevante beroepstaken en -dilemma’s als de beoordelingscriteria zijn ontleend aan de competenties uit het opleidingsprofiel. De criteria betreffen hbo-kwalificaties en zijn generiek. Voorbeelden zijn methodisch werken (gebruik makend van een brede kennisbasis), onderzoekend vermogen, effectief communiceren, zelfsturing, etc.  Voor een gedragsassessment zijn deze criteria vaak uitgewerkt in gedragsindicatoren of -ankers. (zie voorbeeld van gedragsindicatoren en –ankers). Om zicht te krijgen op de denk- en beslisprocessen achter het gedrag, voeren de assessoren een assessmentgesprek in de vorm van een criteriumgericht interview na afloop van de gedragsobservatie.
 
Hoe komt de beoordeling tot stand en wat houdt deze in?
 
De beoordeling heeft betrekking op:
·       De observatie van het gedrag: assessoren registreren aan de hand van de beoordelingscriteria op een protocol welk van het vereiste gedrag ze hebben waargenomen. 
·       De verantwoording van de student voor het getoonde gedrag, verkregen uit het assessmentgesprek.
 
Per beroepstaak/-dilemma beoordelen de assessoren de verkregen informatie en stellen zij vast of de student heeft gehandeld volgens de vereiste beoordelingscriteria. Ze onderbouwen hun oordeel met bevindingen uit de observatie en het assessmentgesprek, leggen het vast op het beoordelingsformulier en koppelen het met feedback terug aan de student.
 
Noot: Hoe realistischer de context, hoe lastiger het gedrag bij de uitvoering van beroepstaken te beoordelen is, omdat (niet te controleren) omgevingsfactoren van invloed zijn op de complexiteit van de situatie of opdracht. Prestaties (en beoordelingen) van studenten zijn hierdoor moeilijk vergelijkbaar en het oordeel is minder betrouwbaar. Dit zou ervoor pleiten gedragsassessments af te nemen in de vorm van simulaties voor een betere betrouwbaarheid. Echter, dat doet weer afbreuk aan de natuurgetrouwheid van de beroepstaak. Een oplossing lijkt te liggen in het veelvuldig toetsen met verschillende assessmentvormen (Straetmans, 2006).
 
Holistisch oordeel
Het beoordelen van gedrag is complex en om die reden is het oordeel intersubjectief (op basis van uitwisseling van informatie, argumenten en meningen) en holistisch (het geheel is meer dan de som der delen). Dit impliceert dat het oordeel zich lastig laat vangen in afvinklijstjes en cijfers. Waarden die beter passen bij deze toetsvorm zijn: volledig aangetoond – gedeeltelijk aangetoond – niet aangetoond; onvoldoende – voldoende/goed – excellent. Vanwege het registratiesysteem dat vraagt om cijfers, zetten de assessoren vaak gezamenlijk de genoemde categorieën om in cijfers.

Hoe ontwerp je deze toets?
Voor het ontwerpen van deze toets is het raadzaam om verschillende deskundigheden te betrekken, waaronder die van:
·       (Enkele) docenten die inhoudelijk deskundig zijn in het domein van de opleiding en die bij voorkeur een brede expertise en actuele praktijkervaring hebben in het beroep.
·       Eventueel aangevuld met deskundigen uit de beroepspraktijk met brede, actuele ervaring.
·       Een assessmentdeskundige die ervaring heeft met het ontwikkelen van (beoordelingsmodellen voor) gedragsassessments.
 
Het is aan te bevelen om vertegenwoordigers van de toets- en/of examencommissie als kritische lezers in te zetten als het ontwerp in concept beschikbaar is. 

Voorbeeld van het structureren van een gedragsassessment.

Instrumenten

Ten behoeve van de voorbereiding op het gedragsassessment:

-  uitleg van de te beoordelen competentie(s), in voor studenten en werkveld herkenbare taal

-  voorbeelden van opdrachten of kenmerkende en kritische beroepssituaties die hierop aansluiten

- regels m.b.t. de informatie die de examinatoren vooraf moeten aanleveren aan student (in geval van een simulatie) of die de student moet aanleveren over de te observeren situatie (in geval van gedragsassessment in de praktijk; bijvoorbeeld een lesplan bij een lesobservatie in de praktijk).

Ten behoeve van de uitvoering van het gedragsassessment:

- de opdracht die de student krijgt voorgelegd

- observatie- en beoordelingscriteria, aansluitend bij te toetsen competenties

Structurering proces

In een tijdpad zijn de verschillende fasen uitgewerkt:

1. Voorbereiding op het gedragsassessment, inclusief aanleveren relevante informatie

2. Uitvoeren taak in praktijk door student + observatie door examinatoren en registratie op gestandaardiseerd formulier

3. Criteriumgericht interview: doorvragen op het vertoonde gedrag om aanvullende informatie te verkrijgen over de eindkwalificatie(s).

4. Beoordeling eindkwalificatie(s) op basis van observatie en gesprek en verslaglegging en onderbouwing op beoordelingsformulier.

5. Bespreken beoordeling en feedback met student.


Wat moet worden ontwikkeld voor deze toets?
·      Een werkbaar beoordelingsmodel, d.w.z. competenties zijn transparant uitgewerkt in  
- kritische beroepssituaties, -taken en dilemma’s;
- beoordelingscriteria in meetbaar gedrag, afgeleid van bijvoorbeeld Dublin Descriptoren en/of hbo kwalificaties (Vereniging Hogescholen);
- context(en) waarin de beroepstaken en –dilemma’s uitgevoerd dienen te worden.
·      Opdrachten en situaties die representatief zijn voor de beroepspraktijk en aansluiten bij het beoordelingsmodel; ([link]zie voorbeeld van opdracht).
·       Protocollen voor het observeren van het gedrag, het voeren van het assessmentgesprek en het vastleggen van het oordeel.
·      Deskundige assessoren, d.w.z. ze zijn vakinhoudelijk deskundig, hebben een brede praktijkervaring in het beroep, ze zijn opgeleid tot assessor en bij voorkeur gecertificeerd ([link] zie voorbeeld beschrijving certificeringsprogramma assessoren en assessorprofiel).
·       Een uitvoerbare en eenduidige assessmentprocedure.
·       Informatie voor de student over de volgende aspecten van het assessment:
- doel;
- inhoud, namelijk de competenties waarop het assessment betrekking heeft en de beoordelingscriteria;
- vorm: simulatie; authentieke opdracht/situatie in de beroepspraktijk; beeldmateriaal opgenomen in een  
  authentieke situatie in de beroepspraktijk;
- voorbereiding;
- procedure en werkwijze. ([link] zie voorbeeld van studentenhandleiding).

Wat heb je nodig om deze toets uit te voeren?
·   Assessoren: Twee deskundige, onafhankelijke, opgeleide en, bij voorkeur, gecertificeerde assessoren per student.
·   Acteurs, bij simulatie.
·   Protocollen om gedragsobservaties en assessmentgesprek te registreren en om het onderbouwde eindoordeel vast te leggen.
·   Voldoende tijd om de vier stappen van het assessment uit te voeren.
·   Organisatievermogen (bij simulatie) en lokalen, roosters, eventueel opname- en afspeelapparatuur.
 
Tip voor de opleiding: Denk na over voorwaarden voor deelname aan een gedragsassessment vanwege de kosten van deze toetsvorm. Wat moet de student positief afgerond of aangetoond hebben om deel te mogen nemen?

Welke feedback krijgt de student?
De student krijgt feedback over de mate waarin hij de beoordeelde competenties heeft ontwikkeld. De assessoren geven deze feedback in termen van het getoonde gedrag in relatie tot het vereiste gedrag. Zo wordt zichtbaar welk gedrag de student beheerst en wat eventueel nog ontwikkeling behoeft.
 
Wanneer de ontwikkeling van de student centraal staat, bijvoorbeeld in oefensituaties, kan de student van zowel een begeleider/assessor (meestal een docent), als van een acteur (bij simulaties), een praktijkbegeleider (gedragsassessment in de beroepspraktijk) en medestudenten feedback krijgen.
Hoe bereid je de student voor?
Docenten kunnen met studenten het gewenste gedrag met behulp van simulaties oefenen in de opleiding.
Een andere voorbereiding voor studenten is het opdoen van ervaring in de beroepspraktijk. Dit gebeurt bijvoorbeeld in stages en praktijkperiodes, waarbij stage- en praktijkbegeleiders studenten feedback geven op het uitvoeren van kenmerkende en kritische beroepstaken in de praktijk. Voor deze feedback zijn de beoordelingscriteria van het gedragsassessment leidend (zie vraag 2), zodat de student zich bewust wordt van gedrag dat al aan de vereisten voldoet en gedrag dat hij nog verder moet ontwikkelen.
 
Tip ter voorbereiding op het gedragsassessment:
·       Het uitvoeren van een voorbeeldsimulatie en een assessmentgesprek of het tonen van een opname van een authentiek gedragsassessment en het nabespreken hiervan tijdens een les.
 
Tip ter voorbereiding op het assessmentgesprek:
·       Geef studenten een lijst met voorbeeldvragen [link] die assessoren aan de hand van de simulatie of praktijkproef kunnen stellen. Het betreft vragen naar de verantwoording van de keuzes voor specifiek gedrag in uiteenlopende situaties.

Wat zijn sterke kanten?
Een gedragsassessment:
·  maakt professioneel handelen en het bijbehorende gedrag zichtbaar;
·  geeft sturing aan de competentieontwikkeling van studenten in relatie tot het te realiseren eindniveau;
impliceert een meervoudige kijk op en beoordeling van professioneel gedrag, wat recht doet aan de student.
Wat zijn beperkingen?
Een gedragsassessment
·  is een arbeidsintensieve vorm van toetsing voor de ontwerpers en de assessoren;
·  stelt hoge eisen aan het organisatievermogen van de opleiding: roostering, lokalen, catering, acteurs (bij simulaties);
·  is geschikt voor het toetsen van een beperkt aantal competenties, meestal aanvullend op een portfolio assessment;
·  vraagt een flinke tijdsinvestering van de assessoren, met name wanneer het gaat om observaties in de authentieke beroepspraktijk;
·  is kostbaar om alle hierboven genoemde redenen.

Laatst gewijzigd: 11 december 2014