Aanmelden

  

Groepsopdracht
 
Andere benamingen: groepsproject
 

Wat is het?

 
Bij een groepsopdracht staat het samenwerken van een of meer studenten centraal met als doel het realiseren van een bepaald resultaat.
 
Er zijn drie vormen van samenwerking te onderscheiden:
·       Kortdurende informele (leer)opdrachten in een fysieke of digitale leeromgeving. Bijvoorbeeld: discussie over een onderwerp of casus, een video evalueren, elkaar feedback geven, mogelijke oplossingen inventariseren.
·       Informele leergroepen: studenten die samen een toets voorbereiden door elkaar te motiveren om de stof te bestuderen en colleges te volgen, elkaar vragen te stellen, tips te geven, informatie te zoeken en aan elkaar moeilijke onderwerpen uitleggen, enz.
·       Formele groepsopdrachten die binnen een bepaalde tijd moeten worden volbracht. Formele opdrachten kunnen onderscheiden worden in (meer) vakgerichte opdrachten, zoals het maken van een berekening, het bespreken van een artikel en het geven van een les over een onderwerp en (meer) beroepsgerichte opdrachten, zoals het bedenken van een concept, het schrijven van een advies, het maken van product of het demonstreren van een beroepshandeling of –vaardigheid. Groepsopdrachten kunnen de vorm hebben van een projectopdracht (zie Projectopdracht).
 
Hier wordt alleen ingegaan op de formele groepsopdracht als summatieve toetsvorm en niet als onderdeel van het leerproces (formatieve toetsing). Het leerproces kan wel onderdeel zijn van de summatieve toetsing.
 
 
Wat wordt getoetst?
 
Met een groepsopdracht wordt de student getoetst op het beheersen van hogere orde vaardigheden, zoals samenwerken, onderzoeken, analyseren, beslissen, toepassen, ontwerpen, presenteren, adviseren, evalueren en verbeteren.
 
Er zijn verschillende redenen om studenten samen en niet individueel te laten leren.
 
·       Studenten leren samen te werken. Studenten leren doelen te formuleren, activiteiten te plannen, afspraken te maken en zich daaraan te houden, taken te verdelen, werk te evalueren, keuzes te bediscussiëren enz.
·       Het versterkt de sociale binding en motivatie van studenten. Studenten stimuleren elkaar om het beste uit zichzelf te halen en een maximale inspanning van elkaar te verlangen.
·       Studenten leren van elkaar. Studenten leren van elkaar door feedback te geven en ontvangen, uitleg te geven (peer teaching), te discussiëren, kritisch te denken en creatieve ideeën te ontwikkelen.
 
 
Hoe ontwerp je de opdracht?
 
Goede groepsopdrachten voldoen aan de volgende criteria:
 
·           Het is zichtbaar op basis van welke individuele prestaties het gezamenlijke resultaat tot stand is gekomen.  Bijvoorbeeld: In de digitale leeromgeving is zichtbaar welke bijdrage iedere student heeft geleverd aan het onderzoek, het bedenken van ideeën, de analyses, het ontwerp van onderdelen, het schrijven van een verslag, de presentatie enz. De student kan aan de hand van individuele resultaten aantonen de bij de opdracht geformuleerde leerdoelen (complexe vaardigheden) te beheersen. Bijvoorbeeld: Als de complexe vaardigheid ‘onderzoeken’ het leerdoel is van de groepsopdracht, dan doet iedere student individueel onderzoek en maakt daarvan een rapportage. Als de complexe vaardigheid ‘ontwerpen’ het leerdoel is, maakt iedere individuele student een ontwerp op basis waarvan een gezamenlijk ontwerp wordt gemaakt.
·           Onderlinge afhankelijkheid. De specificaties van het groepsresultaat zijn zodanig dat de bijdrage van ieder groepslid nodig is voor het groepsresultaat. Bijvoorbeeld: iedere individuele student onderzoekt een ander gebied. De resultaten van alle onderzoeken zijn nodig om tot een gezamenlijk ontwerp te komen. Of, studenten doen een gezamenlijk onderzoek en maken op basis daarvan ieder een individueel ontwerp.
·           De opdracht is maximerend. Hoe beter de studenten het doen, hoe hoger het cijfer. Bijvoorbeeld: Hoe grondiger het onderzoek of hoe meer het ontwerp is uitgewerkt, hoe hoger het cijfer.
·           Heldere verwachtingen in instructies en richtlijnen. Maak een lijst van do’s en dont’s, een checklist voor bijeenkomsten, geef richtlijnen voor de omvang, de aard en inhoud van individuele bijdragen, ontwerp formulieren voor tussentijdse evaluaties, enz.
·           Groepen van twee tot vier studenten. Hoe groter de groep hoe minder de individuele groepsleden zich inspannen.
·           Studenten die elkaar kennen zijn meer geneigd elkaar te motiveren, te ondersteunen en van elkaar te leren. Als andere doelen dan het leren samenwerken bij  de groepsopdracht centraal staan, is het aan te bevelen om studenten zelf de groep te laten samenstellen.
·           Plan bij grote opdrachten tussentijdse anonieme evaluaties van het functioneren van de leden van de groep door de leden van de groep. Door de evaluatie anoniem te maken zullen studenten geneigd zijn een minder sociaal wenselijk oordeel te geven over hun medestudenten.
 
 
Hoe komt de beoordeling tot stand?
 
De doelen van een groepsopdracht worden het best bereikt door een beoordeling van de groep op basis van zowel de individuele prestaties als de groepsprestatie.
 
·           Bij groepsopdrachten worden de individuele bijdrage en de groepsprestatie beoordeeld.
·           Beide worden beoordeeld met behulp van een van de leerdoelen (de complexe vaardigheden) afgeleid beoordelingskader. (Zie Toetscyclus: beoordelen).
·           Bij kleine opdrachten gaat het om één prestatie van de individuele student en de groepsprestatie.
·           Bij grote opdrachten gaat het om meerdere prestaties van individuele leden en de groep.
·           Als studenten een voldoende halen voor de individuele prestaties en groepsprestaties zijn ook de doelen van samenwerkend leren gehaald: motivatie, samenwerken en leren van elkaar.
 
Beoordeling van het proces.
 
Als de complexe vaardigheid ‘samenwerken’ een belangrijk leerdoel is van de groepsopdracht kan de examinator deze beoordelen met behulp van een van dit leerdoel afgeleid beoordelingskader. De informatie kan de examinator verzamelen op basis van:
·           Inbreng van studenten bij de tussentijdse fysieke of virtuele bijeenkomsten met de groep.
·           Anonieme evaluatie van de leden door de leden.
·           Individueel verslag van het leerproces (leerverslag, reflectieverslag, procesboek, logboek) door de studenten.
·           Verslag van de groep over hun leerproces.
 
Binnen de HvA geldt de afspraak dat een groepsopdracht moet leiden tot een individuele beoordeling.
 
Afhankelijk van de grootte en het soort groepsopdracht zijn een of twee examinatoren betrokken. Bij de afstudeerdonderelen zijn altijd twee examinatoren betrokken. De instructie aan examinatoren bevat:
·       Rolverdeling examinatoren.
·       Instructies voor het beoordelen, incl. weging van verschillende onderdelen (indien aan de orde).
·       Op welke wijze de student feedback ontvangt.
·       Wat te doen bij onenigheid over het cijfer.
·       Invullen beoordelingsmodel, nabespreken met student en invoeren cijfer in SIS.
·       Herkansing.
 
 
Welke feedback krijgt de student?
 
·       Bij kleine opdrachten krijgt de studenten bij de beoordeling een toelichting op de beoordeling.
·       Bij grote opdrachten krijgt de studenten tussentijds feedback op het werk. Bijvoorbeeld in de vorm van een eerste versie van het werk waarop de studenten feedback krijgt van de docent en/of medestudenten en een eindversie.
·       Bij de beoordeling van de eindversie krijgen de studenten een schriftelijke toelichting op de beoordeling aan de hand van de rubrieken het beoordelingskader (zie toetscyclus beoordelen).
 
 
Hoe bereid je de student voor op de toets?
 
·       Schrijf een handleiding met daarin opgenomen:
§  Leerdoelen
§  Opdracht
§  Eisen waaraan de individuele en de groepsopdracht moet voldoen (specificaties)
§  Beoordelingscriteria voor het individuele resultaat
§  Beoordelingscriteria voor het groepsresultaat
§  Cesuurbepaling
§  Bepaling van het cijfer
§  Begeleiding
§  Planning en deadlines
§  Beoordelingsprocedure
·       Maak een lijst van do’s en dont’s, een checklist voor bijeenkomsten, geef richtlijnen voor de omvang, de aard en inhoud van individuele bijdragen, ontwerp formulieren voor tussentijdse evaluaties, enz.
·       Organiseer een introductiebijeenkomst
·       Zet richtlijnen en instructie op DLWO
 
 
Wat zijn sterke kanten van deze toets?
 
·       De student leert complexe vaardigheden.
·       Studenten motiveren elkaar.
·       Studenten leren van elkaar.
·       Studenten leren samenwerken.
·       Studenten werken aan een type opdracht die ook in de beroepspraktijk voorkomt.
 
 
Wat zijn de beperkingen van deze toets?
 
·           Met een groepsopdracht is niet te beoordelen of de kennisbasis van de student voldoende is. Dat kan alleen door meerdere opdrachten en/of een kennistoets.
·           Met een groepsopdracht worden competenties van de student beoordeeld. Om betrouwbaar te beoordelen zijn meerdere gevarieerde toetsen nodig.
 
 
Tips
 
·       Maak een duidelijke keuze voor één of meerdere complexe vaardigheden die centraal staan bij de opdracht (leerdoelen). Het beoordelen van individuele schrijfvaardigheid is niet mogelijk als studenten een groepsproduct inleveren, houd daar rekening mee.
·       Ontwerp tegelijkertijd een aan deze leerdoelen gekoppelde individuele opdracht of opdrachten en formuleer een groepsopdracht, waarbij studenten de resultaten van elkaars werk nodig hebben.
·       Ontwerp manieren om de individuele inbreng van de student zichtbaar te maken (bv. via DLWO).
·       Laat studenten optimaal gebruik maken van digitale middelen.
·       Gebruik rubrics om vaardigheden van de studenten individueel te beoordelen.
·       Ontwerp een maximerende opdracht.
·       Laat – als samenwerken niet het centrale leerdoel is van de opdracht – studenten zelf groepen samenstellen van maximaal vier studenten.
 
 
Laatste wijziging: 12 december 2014