Aanmelden

intaketoets

 
 
 

Andere benamingen: toelatingsgesprek, intake-assessment, 21+-toets

 

Wat is het?

 

De intaketoets wordt gebruikt in twee situaties. Ten eerste als een student niet voldoet aan de formele instroomeisen. De resultaten van de toets bepalen of de student toelaatbaar is. Ten tweede indien een opleiding aanvullende eisen heeft voor instromende studenten die wel beschikken over de vereiste vooropleiding.

  • Een toets die de student voorafgaand aan zijn opleiding doet.
  • De toets geeft inzicht in hoe de student zich verhoudt tot het instroomniveau van de opleiding.
  • Wisselend van vorm: kan bestaan uit een serie testen of toetsen, een toelatingsgesprek of een combinatie van deze elementen.

Binnen de HvA worden verschillende toelatingsprocedures bij de instroom gehanteerd:

  • 21+-toets: Engels, Nederlands en afhankelijk van de gekozen opleiding aanvullende vakken. 
  • Deficiëntietoets voor studenten met vereiste vooropleiding met een ontbrekend vak. 
  • Voor de ALO en AMFI geldt naast de vereiste vooropleiding een toelatingstest/opdracht/toelatingsgesprek.

Daarnaast zijn er diagnostische intake-instrumenten zoals een (verplichte) wiskunde- of taaltoets (PABO), die formatief worden ingezet. Deze toetsen hebben tot doel inzicht te geven in het instapniveau van de student.


Wat wordt er getoetst?

 
  • Bij de 21+-toets wordt beoordeeld of de student voldoet aan het startniveau van de opleiding.

  • Bij aanvullende intake toetsen wordt beoordeeld of de student voldoet aan de aanvullende eisen van de opleiding.

 

Hoe komt de beoordeling tot stand?

  • De prestaties op toetsen of testen van de student worden gelegd naast de beoordelingscriteria.
  • Op basis hiervan besluiten de examinatoren of de student voldoet aan norm voor toelating.
  • Op basis daarvan wordt besloten of de student wel of niet toelaatbaar is.

Hoe ontwerp je deze toets

  • Bepalen welk doel de opleiding met de intaketoets heeft.
  • Bepalen van het instroomniveau.
  • Bepalen welke informatie de intaketoets over het niveau moet opleveren.
  • Bepalen van kwalificaties en beoordelingscriteria. Dit vervolgens vertalen in beoordelingsinstrumenten, inclusief normering.
  • Op basis van de kwalificaties en beoordelingscriteria ontwerpen van de toets.
  • Informatie samenstellen om de kandidaat adequaat te informeren over de intakeprocedure en de wijze van toetsen en beoordelen.

Wat moet worden ontwikkeld voor deze toets?

 
  • Vaststelling van de stof die getoetst moet worden. Gebruik hiervoor een toetsmatrix.

  • Ontwikkeling van de toetsitems.

  • Controle op de eisen van validiteit van de toets en betrouwbaarheid van de items.


Welke feedback krijgt de student?

 

De feedback die de student uit een intaketoets krijgt bestaat uit een resultatenoverzicht van de gemaakte toetsen of testen en een (mondelinge) toelichting hierop. Dit levert inzicht in:

  • Het karakter en niveau van de prestaties van de student.
  • Hoe zich dat verhoudt tot de norm (vereist instroomniveau).

Hoe bereid je de student voor?

  • Aantal voorbeeldvragen.
  • Helder informatie over doel, inhoud en beoordeling.
  • Heldere informatie over de consequenties bij voldoende/ onvoldoende score

Wat zijn de sterke kanten van de toetS

  • Formeel niet-toelaatbare kandidaten kunnen soms toch starten.

  • De kandidaat kan advies-op-maat krijgen: hoe zich op toelating voor te bereiden als hij nog niet wordt toegelaten.

  • De kandidaat kan eventueel worden verwezen naar een andere opleiding die beter aansluit.


Wat zijn de beperkingen van de toets?

 

Is een momentopname, geeft geen inzicht in ontwikkelvermogen.

 Laatst gewijzigd: 25 september 2020