Aanmelden

​peer-assessment

Andere benamingen: Beoordeling door medestudenten, 180 graden feedback, peerbeoordeling

 

Wat is het?

  • De student geeft een beoordeling aan medestudent(en).
  • Het gaat om een kritische beoordeling van een product, prestatie of proces (niet een persoon).
  • Door anderen te beoordelen, leert de student wat hij zelf nog kan verbeteren en gaat hij nadenken over wat goed is.
  • Lange termijn: de student leert om zelfstandig het eigen werk kritisch te evalueren.
  • Een peer-assessment is meestal bedoeld als diagnostisch instrument om studenten van elkaar te laten leren.
 Peer-assessment kan op locatie of online plaatsvinden.

Wat wordt er getoetst?

Het vermogen van de student om het werk van een medestudent te beoordelen en feedback te geven.

Verder heeft deze toets ook tot doel de student:

  • Meer zicht te geven op de betekenis van de beoordelingscriteria en hoe hij ze hanteert.
  • Prestaties leren te verantwoorden vanuit criteria of standaarden en zo meer oog krijgt voor kwaliteit  van producten, handelingen en processen.
  • Op een ontwikkelingsgerichte manier te leren kijken naar prestaties van anderen en van hemzelf.
  • Meer zicht te geven op de betekenis van de beoordelingscriteria en hoe hij ze hanteert.
  • Prestaties leren te verantwoorden vanuit criteria of standaarden en zo meer oog krijgt voor kwaliteit  van producten, handelingen en processen.
  • Op een ontwikkelingsgerichte manier te leren kijken naar prestaties van anderen en van hemzelf.

De student beoordeelt het product van een medestudent vaak in de conceptfase, zodat deze nog veranderingen kan aanbrengen.

Het oordeel van de student over proces of prestatie van medegroepsleden wordt meestal tijdens en na afloop van een opdracht besproken.

Je kunt het oordeel van de student gebruiken bij het bepalen van het eindcijfer van de door de student beoordeelde medestudent of groepsleden.

 

Hoe ontwerp je deze toets?

  • Vooraf bepaal je of je zelf de criteria voor het peer-assessment vastlegt, of dit in overleg met de studenten doet.
  • Zorg voor transparantie: duidelijkheid van procedure, doelen, criteria en norm.
  • Geef aan wat je gaat doen met de beoordeling door de student, telt deze mee in het eindcijfer of niet?
  • Beoordeel ook of de peerbeoordeling van waarde is geweest voor de beoordeelde student: wat heeft de beoordeelde student met de feedback van de medestudent gedaan? 

Hoe komt de beoordeling tot stand?

  • De student beoordeelt het werk van de medestudent met behulp van dezelfde beoordelingscriteria die de docent hanteert.
  • Wees helder over hoe je de beoordeling door de student waardeert ten opzichte van de beoordeling door de docent.
  • Soms telt de beoordeling door de student mee voor 50% van zijn eindcijfer. Dus dan krijgt de student een cijfer voor zijn eigen prestatie/product/vaardigheid/proces én een cijfer voor de beoordeling van een medestudent(en). Beide cijfers worden dan bij elkaar opgeteld en door 2 gedeeld. In dit geval moeten beide cijfers minimaal een 5 zijn om elkaar te kunnen compenseren. 
 

Welke feedback krijgt de student?

Van medestudent(en):

  • Heeft de student aan de beoordelingscriteria voldaan?
  • Waarom niet of wel?
  • Waar blijkt dat uit?
  • Is de ontvangende student tevreden met de feedback die jij hebt gegeven?
  • Wat kan de ontvangende student met deze feedback gaan doen?
  • De feedback moet zodanig zijn dat de student er van leert voor de toekomst. Wijs daarbij op betrouwbaarheid en validiteit van de oordelen die de beoordelende medestudent uitspreekt.

Van de docent:

  • Heeft de student aan de beoordelingscriteria voldaan?
  • Waarom niet of wel?
  • Waar blijkt dat uit?
 

Hoe bereid je de student voor?

 

  • Beoordelen is een vaardigheid. Train studenten in het opstellen én hanteren van criteria en de wijze waarop zij feedback kunnen geven.
  • Vraag aan de ontvangende student of de feedback waardevol is geweest en wat hij nu met deze feedback gaat doen.
  • Zorg dat alle studenten dezelfde beoordelingscriteria en eventueel -formulieren gebruiken.
  • Laat voorbeelden zien van hoe de student feedback kan/moet geven.
  • Bewaak het proces en coach de studenten.
  • Zorg ervoor dat de studenten meerdere medestudenten beoordelen en niet steeds dezelfde student. 


Wat zijn sterke kanten van deze toets?

 
  • De student is meer betrokken bij onderwijs en toetsing.
  • De student krijgt meer tussentijdse feedback.
  • Als de student meer ervaring krijgt in het beoordelen, wordt het leereffect groter voor gever en ontvanger.
  • Bij groepsopdrachten zien studenten meer van elkaar(s werk) dan de docent.
  • De student wordt zich bewust van het feit dat je kunt leren van je ‘fouten’.
  • Studenten leren van en met elkaar.


Wat zijn beperkingen van deze toets?

  • Betrouwbaarheid en objectiviteit van beoordeling door studenten.
  • Bruikbaarheid van de feedback van medestudenten die niet kritisch genoeg zijn.
 

Tips

  • Spreek studenten aan op het nut, de waarde en de vorm waarop zij feedback geven aan hun medestudent.
  • Houd de organisatie simpel.
  • Deze toetsvorm kan ook goed ingezet worden voor het geven van feedback op schrijfvaardigheid. Je krijgt dan als docent betere eerste versies aangeleverd.
  • Zorg voor eenduidige beoordelingscriteria en hanteer deze zelf ook zo eenduidig mogelijk.
  • Geef de studenten voorbeelden van beoordelingen die jij zelf hebt gegeven én van medestudenten.
  • Peer-assessment kan ook ingezet worden als methode om het leren te bevorderen. Doel is dan het trainen van hogere cognitieve vaardigheden als evalueren, argumenteren en synthetiseren.


Laatst gewijzigd: 25 september 2020