Aanmelden
WAAROM BASIS KWALIFICERING EXAMINERING (BKE)?
 
In mei 2012 is naar aanleiding van ongerustheid over en kritiek op de kwaliteit van hbo-diploma’s het rapport van de Commissie Bruijn verschenen: Vreemde ogen dwingen. De commissie Bruijn heeft verschillende maatregelen voorgesteld die ervoor zorgen dat toets(kwaliteits)beleid steviger wordt verankerd in het hart van de opleiding. Eén van de maatregelen die in het rapport wordt genoemd betreft de toetsdeskundigheid van docenten:
 
‘Een docent dient aantoonbaar over voldoende onderwijskundige/didactische deskundigheid te beschikken, en daarbinnen over toetsdeskundigheid om zich te kwalificeren als (zelfstandig) examinator, (extern) lid van een examencommissie bij de eigen of een andere hogeschool, assessor of gecommitteerde’ (p. 41).
 
De gekozen lijn is certificering van docenten voor Basis- of Senoir kwalificatie Examinering (BKE/SKE). Dit betekent dat een docent aantoonbaar bekwaam moet zijn volgens de eisen die aan de huidige toetspraktijk worden gesteld. In oktober 2013 heeft een expertgroep in opdracht van de Vereniging Hogescholen het programma van eisen voor BKE/SKE opgeleverd. 
 
 
PROFIEL BKE 
 
Het profiel voor de BKE zoals opgesteld door de expertgroep is als volgt:
 
Leeruitkomsten en indicatoren BKE
 
Leeruitkomst
Indicator
BKE-1
Toetsitems en toetsen
Is in staat de toetscyclus toe te passen voor het toetsen van leerresultaten van studenten binnen een vakgebied / module / onderwijseenheid voor een specifieke toetsvorm en levert hiervoor adequaat bewijs in de vorm van een toetsontwerp. Onderbouwt per fase uit de toetscyclus de gemaakte keuzes aan de hand van relevante toetskundige literatuur.
Beschrijft per fase van de toetscyclus doel en producten.
Bepaalt in overleg met collega’s (examinatoren BKE en SKE) de te ontwerpen toets en maakt een planning voor de daarbij behorende werkzaamheden.
Verzamelt de kaders voor de te ontwerpen toets: leeruitkomsten, toetsbeleid, toetsplan en toetsmatrijs.
Stelt de leeruitkomsten waar nodig bij.
Kiest voor de te ontwerpen toets een passende toetsvorm gegeven de leeruitkomsten.
Stelt de toetsmatrijs op (of past een bestaande toetsmatrijs aan), gegeven leeruitkomsten en toetsvorm.
Stelt volgens het vier-ogenprincipe de toets samen op basis van de toetsmatrijs cf. kwaliteitseisen.
Stelt de normering vast en maakt een beoordelingsmodel bij de toets in overleg met collega’s.
Neemt de toets af.
Beoordeelt de toets aan de hand van het beoordelingsmodel, verwerkt en analyseert de resultaten.
Geeft adequate, informatierijke feedback aan de student naar aanleiding van de toetsresultaten.
Voert de cijfers in van de beoordeelde toets.
Evalueert alle fasen van de toetscyclus.
BKE-2
Toets-programma
Kan de positie van de toets in het totale toetsprogramma aangeven.
Geeft aan welke toetsvormen in het programma worden gegeven.
Geeft aan welke positie het vak / de onderwijseenheid in het programma heeft.
Bepaalt consequenties van het programma voor de inhoud, de vorm en het niveau van de toets.
BKE-3
Toetsbeleid
Kan consequenties van het toetsbeleid benoemen voor de eigen toets.
Kan de visie op toetsing in de organisatie benoemen.
Vertaalt de kernpunten van de visie naar de eigen toets.
Bron: Rapportage expertgroep BKE-SKE, Vereniging Hogescholen, 2013
 
Laatst gewijzigd: 28 april 2014