Aanmelden

Bij programmatisch toetsen staan de leeropbrengst van de student en de betrouwbaarheid van de toetsing centraal. Programmatisch toetsen gaat uit van low-stake en high-stake toetsmomenten. Bij low-stake toetsmomenten ligt het accent op feedback aan studenten. De betrouwbaarheid wordt verhoogd doordat een beperkt aantal high-stake beoordelingen worden gebaseerd op meerdere low-stake toetsmomenten, datapunten genoemd. De beoordelingen vinden plaats op basis van een helder en compact competentieprofiel van de opleiding, ruggengraat genoemd. 

Doel van programmatisch toetsen is het eigenaarschap van het leren bij studenten te vergroten en ze in staat te stellen zelf meer de regie te nemen over hun eigen professionele ontwikkeling. Zelfassessment, peerassessement, docent-feedback staat centraal.

Bij programmatisch toetsen zijn summatieve en formatieve toetsmomenten vervangen door high-stake en low-stake toetsmomenten. Aan high-stake toetsmomenten is een slaag-zak beslissing verbonden (met toekenning van studiepunten). Bij low-stake toetsmomenten is de beoordeling gericht op feedback, self-assessment en peerassessment. De low-stake beoordelingen (datapunten) worden verzameld in een portfolio. Bij een high-stake toetsmoment bekijkt een commissie het portfolio van datapunten met de eerdere beoordeling en feedback. Het oordeel van deze commissie is idealiter geen verrassing meer voor de student. Hij/zij heeft tijdens het leerproces voldoende feedback gekregen om te weten hoe het staat met de voortgang op het competentieprofiel. Het concept gaat uit van een concentrisch opgebouwd studieprogramma en logitudinale leerlijnen. De student kan de kritieke competenties op meerdere momenten tijdens de opleiding verder ontwikkelen.


Kenmerken op een rijtje:
  • Datapunten: de verschillende meetmomenten waarop de student op een competentie wordt beoordeeld, feedback krijgt, reflecteert. Een enkel datapunt leidt niet tot een slaag/of zak beslissing en/of het toekennen van studiepunten.
  • Low-stake - high-stake: resp. toetsmomenten waar weinig op het spel staat (voortgangstoetsen, tussentijdse feedback, formatieve toetsmomenten, zelfreflectie, kennistoetsen) en toetsmomenten (assessment, portfolio) waar veel van afhangt, namelijk toekennen studiepunten, zak-slaag beslissingen.
  • Holistisch beoordelen: kwanitatieve en kwalitatieve informatie wordt beoordeeld met holistische beoordelingscriteria. Beoordeling leidt tot zaken, slagen of distinctie en niet tot een cijfer. Geen herkansingen.
  • Longitudinaal: het volgen van de competentieontwikkeling van de student over een langere tijdsperiode. 
  • Portfolio-assessment: toetsvorm voor high-stake beoordeling bestaande uit low- stake bewijzen met feedback/beoordeling, die gezamenlijk een goed beeld geven van de competentieontwikkeling van de student.
  • Grote onderwijseenheden: vanaf 15 ECTS kunnen voldoende datapunten worden verzameld voor een betrouwbare beoordeling.

Programmatisch toetsen vraag om een passend onderwijsconcept, gebaseerd op de actueel beroepsprofiel. Voor toetsing betekent dit een omschakeling van het beoordelen per module op basis van leerdoelen van die betreffende module naar het beoordelen van leeropbrengsten op basis van meerdere datapunten over een lagere periode.

(bron: Cees van de Vleuten, zie onder links: Gebruiksmiddag programmatisch toetsen en Baartmans, Schilt-Mol, Van der Vleuten (2020) Programmatisch toetsen, voorbeelden en ervaringen uit de praktijk).

 

Laatst gewijzigd: 16 febuari 2021.