Aanmelden


HvA-Toetsbeleid

In het HvA-Toetsbeleid staat het toetsplan van de opleiding centraal. Het HvA-Toetsbeleid bevat de kaders en daarbij behorende criteria die de opleiding in het toetsplan verwerkt. De kaders en criteria zijn voorschrijvend; dit moet minimaal in het toetsplan zijn opgenomen en opleidingsspecifiek uitgewerkt.

De kaders zijn verdeeld in drie onderdelen:

  • Inrichting toetsprogramma

  • Inrichting processen

  • Borging kwaliteit


De kaders in HvA-Toetsbeleid beogen het verhogen en borgen van het niveau en de kwaliteit van toetsen en beoordelen met als doelen:

  • Garantie dat de waarde van het HvA bachelor-, AD-, of masterdiploma van de student onbetwist is.

  • De kwaliteit van toetsen en beoordelen HvA- breed waterdicht is.

  • Toetsing voldoet aan wettelijke regels, de accreditatie-eisen en landelijke afspraken.


Op opleidingsniveau hanteren we de volgende twee begrippen: toetsplan en toetsprogramma. Omdat landelijk verschillend invulling wordt gegeven aan dezelfde begrippen geven we onderstaand de definitie zoals we die binnen de HvA hanteren.

Begrippen

Toetsplan  Document waarin de opleiding verwoordt hoe binnen de opleiding wordt getoetst. Het bevat de verantwoording van de toetsing in relatie tot de beoogde leerresultaten en de toetsvormen die worden toegepast, geeft beschrijving wie wat doet en hoe de kwaliteitszorg rondom toetsing in ingericht. Zie bronnen op deze pagina voor een opzet van het Toetsplan.

Toetsprogramma  Overzicht van alle (deel)tentamens van een opleidingsprogramma, zoals opgenomen de Onderwijs- en examenregeling.

Toetsplan

Iedere opleiding van de HvA heeft een toetsplan. In het toetsplan laat de opleiding zien hoe er wordt getoetst, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe de kwaliteit wordt geborgd.

Zie bronnen op deze pagina voor een opzet van het Toetsplan.

Met de verwerking van de kaders en criteria uit het HvA-Toetsbeleid voldoet het toetsplan van de opleiding aan de accreditatie-eisen van de NVAO en de landelijke afspraken binnen de Vereniging Hogescholen. Het toetsplan van de opleiding is daarmee een belangrijke informatiebron bij accreditaties en audits.

Toetsprogramma

Een toetsprogramma is het overzicht van alle toetsmomenten van de onderwijseenheden van propedeuse en hoofdfase (incl. afstudeerrichtingen en minoren). Van de toetsmomenten is aangeven welke toetsvorm daarbij gebruikt wordt. De eindkwalificaties/ leeruitkomsten van de opleiding zijn uitgangspunt van het toetsprogramma. Het geheel van toetsen zorgt ervoor dat alle leerdoelen, afgeleid van de eindkwalificaties, worden getoetst.

Een toetsprogramma geeft inzicht in:

  • Plaats van een individueel tentamen in het grotere geheel;

  • De studeerbaarheid van het programma (geen onderlinge concurrentie van toetsen);

  • Het aantal summatieve toetsmomenten in een bepaalde periode (incl. herkansingen);

  • De gebruikte toetsvormen;

  • Opbouw in niveau en mate van integratie;

  • Bijdrage van de individuele toetsen aan de eindkwalificaties van de opleiding.

Een kwalitatief goed toetsprogramma is “een bewust en beargumenteerde combinatie van toetsvormen, passend bij de doelen en opbouw van een opleiding” [1].

De toetsprogramma’s van een HvA opleiding staan vermeld in de Onderwijs- en Examenregeling. Deze bevatten alleen de summatieve toetsmomenten.


Keuze toetsvormen

De leeruitkomsten beschrijven wat de student als beginnende beroepsbeoefenaar moet hebben verworven bij afstuderen. In de meeste landelijke opleidingsprofielen zijn de leeruitkomsten beschreven in beroepssituaties en de daarbij behorende beroepsactiviteiten.

De opleiding heeft dit vervolgens vertaald in een opleidingsprogramma. De inhoud van onderwijsheden is gebaseerd op leerdoelen die aangeven wat de studenten moeten laten zien in de toets. Aan de hand van deze leerdoelen bepaalt het docententeam de toetsvormen [zie: 15 toetsvormen]. De toetsvorm moet congruent zijn met hetgeen wordt beoordeeld (constructieve alignment).


Opbouw in niveau

Het toetsprogramma heeft een opbouw in niveau en moeilijkheidsgraad. Opleidingen gebruiken daarbij als hulpmiddel de taxonomie van Bloom, Miller of de SOLO taxonomie.

De propedeuse is bedoeld als oriëntatie, verwijzing en selectie. Het is daarom belangrijk dat in de propedeuse alle aspecten van het latere beroep aan de orde komen. Dit betekent dat alle niveaus van de taxonomie aan de orde komen in toetsing, met een moeilijkheidsgraad die past bij het eerste jaar.

Voor de hogere jaren is het ZelCom model een goede hulpmiddel voor de opbouw van het toetsprogramma. Dit model geeft een opbouw in moeilijkheidsgraad en complexiteit [2]. Toetsvormen die met name aansluiten bij de lagere niveaus van Bloom zullen daarom gedurende de opleiding afnemen.


Keuze toetsregels

Toetsing werkt in hoge mate sturend op het studiegedrag van studenten. Door de keuze voor bepaalde toetsregels kan het studiegedrag van studenten worden beïnvloedt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Planning van toetsmomenten binnen een blok of semester;

  • Toepassen van compensatie en/of ondergrens bij deeltentamens;

  • Verschillende weging van de deeltentamens;

  • Planning van de herkansingen;

  • Geïntegreerde herkansingen.

Hierbij is het van belang de gekozen regels in samenhang te bezien en goed te doordenken.


Betrokkenen bij toetsprogramma

De verschillende betrokkenen bij het toetsprogramma hebben elk hun eigen rollen en taken hierin. Daarbij stellen ze zich de volgende vragen:
Docent(team):

  • Hoe bepaal ik samen met collega’s de toetsvorm in relatie tot de andere toetsvormen in het programma?
  • Wat is de plek van mijn tentamen in het toetsprogramma? Met welke andere tentamens zijn er relaties, wat bouwt voort op elkaar? Zijn we niet elkaars concurrent?

Studenten

  • Wat is mijn rol bij toetsing: hoe word ik betrokken bij toetsing?

Curriculumcommissie (en/of docententeam):

  • Hoe ziet een samenhangend toetsprogramma voor onze opleiding eruit? Welke toetsvormen passen we toe? Hoe zorgen we voor opbouw in niveau en integratie? Wat is een goede verhouding tussen formatief en summatief?

Examencommissie:

  • Worden alle eindkwalificaties afgedekt met het geheel van toetsmomenten? Zit er een goede opbouw in richting het eindniveau?

Toetscommissie (en docententeam):

  • Hoe borgen we de kwaliteit van het toetsprogramma?
  • Hoe oordelen we over de kwaliteit van een individueel tentamen in relatie tot het toetsprogramma?

Staf/management:

  • Is de kwaliteitszorg voldoende geborgd?
  • Is het toetsprogramma uitvoerbaar en betaalbaar?


Literatuurverwijzingen

[1] Baartman, L., Van der Vleuten, C. (2015). Kwaliteit van een toetsprogramma. In: Kwaliteit van toetsing onder de loep, Sluijsmans, Joosten-ten Brinke, Van Schilt-Mol. Garant-Uitgevers.

[2] Bulthuis, P. (2013). Het ZelCommodel, grip op competentieniveaus. In: Examens, nr. 2: 5-10.


 
Laatst gewijzigd: 10 oktober 2017


 ‭(Verborgen)‬ Voorbeelden