Aanmelden

Taak examencommissie

Iedere opleiding of groep van opleidingen moet volgens de wet een examencommissie hebben. Een examencommissie kan voor meer dan één opleiding worden ingesteld, maar haar werkzaamheden hebben altijd betrekking op een individuele opleiding.

De examencommissie heeft de taak om de kwaliteit van tentamens en examens te borgen. Zij stelt – op objectieve en deskundige wijze – vast of een student beschikt over de vereiste kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad.

Zie voor een uitgebreide omschrijving van taken en verantwoordelijkheden bij bronnen op deze pagina: Reglement Examencommissie HvA.

 

Positie t.o.v. domeinvoorzitter/ opleidingsmanagers

Het instellingsbestuur (in de faculteiten vertegenwoordigd door de decaan) is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en de accreditatie, maar de examencommissie dient de kwaliteit van de diplomaverlening te bewaken.

De decaan stelt (namens het instellingsbestuur) de examencommissie in en benoemt de individuele leden.

In de HvA-praktijk onderhouden met name de opleidingsmanager en de voorzitter van de examencommissie veel contact.

De opleidingsmanager is verantwoordelijk voor de onderwijs- en examenregeling, het toetsplan, de kwaliteit van toetsen en beoordelen, het toetsprogramma en het eindniveau van de opleiding. Het is aan te bevelen dat een opleidingsmanager de examencommissie om advies vraagt bij het opstellen van het toetsplan en toetsprogramma.

De opleidingsmanager is tevens verantwoordelijk voor een goede gang van zaken tijdens het afnemen van tentamens en deeltentamens. De examencommissie moet de kwaliteit van tentamens en deeltentamens toetsen en daarom nagaan of de kwaliteit, de afname, de beoordeling en het niveau van de toetsen in orde zijn. Als de examencommissie tot de conclusie komt dat de opleiding de kwaliteit van de tentamens en examens onvoldoende heeft geborgd, kan de examencommissie hiervoor (aanvullende) richtlijnen en aanwijzingen vaststellen

 

Relatie met toetscommissie

De examencommissie kan een deel van de kwaliteitsborging uitbesteden aan de toetscommissie. Daarbij valt te denken aan: beoordelen van tentamens en deeltentamens vooraf, beoordeling van het toetsprogramma, analyse van tentamens en deeltentamens achteraf, e.d. De examencommissie blijft vanzelfsprekend wel formeel verantwoordelijk! Zij moet zich er dus van vergewissen dat de toetscommissie haar taken uitvoert volgens de kwaliteitseisen die de examencommissie heeft vastgesteld. De examencommissie moet daarom zelf ook beschikken over toetsingsexpertise. Bovendien moet zij de toetscommissie kunnen aansturen als de werkwijze van de toetscommissie, naar het oordeel van de examencommissie, niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Bij de accreditatie zal de examencommissie zich moeten kunnen verantwoorden over het aspect ‘toetsen en beoordelen’.

De leden van de toetscommissie worden benoemd door het management van de opleiding.

 

FAcilitering

Het instellingsbestuur (lees: het College van Bestuur, de decaan) is verantwoordelijk voor de randvoorwaarden waarbinnen de examencommissie functioneert. Zij moet de commissie in staat stellen haar werk zo goed mogelijk te kunnen doen. Zie verder onder bronnen op deze pagina: Faciliteringsregeling Examencommissie.

 

OER  en  relatie format-OER en opleidings-OER

Het CvB van de HvA stelt jaarlijks het format-OER bachelor en master vast (zie bronnen op deze pagina), die voldoen aan de wettelijke eisen. Daarnaast is in het format ook specifiek HvA-beleid uitgewerkt. Zo bevat het format de BSA-regeling, een cum laude-regeling en regels omtrent minoren. Bij het opstellen van de opleidings-OER zijn alle HvA-opleidingen verplicht het HvA-format als uitgangspunt te gebruiken.

De opleidingsmanager stelt de opleidings-OER op; de decaan stelt de opleidings-OER vast, na advisering en instemming door de deelraad en opleidingscommissie. De opleidings-OER wordt ter advisering ook aan de examencommissie voorgelegd.

De examencommissie toetst of de student voldoet aan de eisen die in de opleidings-OER worden gesteld. Deze voorwaarden hebben betrekking op de kennis, het inzicht en de vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad. Ze zijn gebaseerd op de eindkwalificaties van de opleiding, die veelal zijn vastgelegd in het landelijk opleidingsprofiel.

 

HVA-Toetsbeleid

In het HvA-Toetsbeleid staat het toetsplan van de opleiding centraal. Het HvA-Toetsbeleid bevat de kaders en daarbij behorende criteria die de opleiding in het toetsplan verwerkt. De kaders en criteria zijn voorschrijvend; dit moet minimaal in het toetsplan zijn opgenomen en opleidingsspecifiek uitgewerkt.

De kaders zijn verdeeld in drie onderdelen:

  • Inrichting toetsprogramma

  • Inrichting processen

  • Borging kwaliteit


De kaders in HvA-Toetsbeleid beogen het verhogen en borgen van het niveau en de kwaliteit van toetsen en beoordelen met als doelen:

  • Garantie dat de waarde van het HvA bachelor-, AD-, of masterdiploma van de student onbetwist is.

  • De kwaliteit van toetsen en beoordelen HvA- breed waterdicht is.

  • Toetsing voldoet aan wettelijke regels, de accreditatie-eisen en landelijke afspraken.


Op opleidingsniveau hanteren we de volgende twee begrippen: toetsplan en toetsprogramma. Omdat landelijk verschillend invulling wordt gegeven aan dezelfde begrippen geven we onderstaand de definitie zoals we die binnen de HvA hanteren.

Begrippen

Toetsplan  Document waarin de opleiding verwoordt hoe binnen de opleiding wordt getoetst. Het bevat de verantwoording van de toetsing in relatie tot de beoogde leerresultaten en de toetsvormen die worden toegepast, geeft beschrijving wie wat doet en hoe de kwaliteitszorg rondom toetsing in ingericht. Zie bronnen op deze pagina voor een opzet van het Toetsplan.

Toetsprogramma  Overzicht van alle (deel)tentamens van een opleidingsprogramma, zoals opgenomen de Onderwijs- en examenregeling.

Toetsplan

Iedere opleiding van de HvA heeft een toetsplan. In het toetsplan laat de opleiding zien hoe er wordt getoetst, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe de kwaliteit wordt geborgd.

Zie bronnen op deze pagina voor een opzet van het Toetsplan.
Met de verwerking van de kaders en criteria uit het HvA-Toetsbeleid voldoet het toetsplan van de opleiding aan de accreditatie-eisen van de NVAO en de landelijke afspraken binnen de Vereniging Hogescholen. Het toetsplan van de opleiding is daarmee een belangrijke informatiebron bij accreditaties en audits.


Toetsprogramma

Een toetsprogramma is het overzicht van alle toetsmomenten van de onderwijseenheden van propedeuse en hoofdfase (incl. afstudeerrichtingen en minoren). Van de toetsmomenten is aangeven welke toetsvorm daarbij gebruikt wordt. De eindkwalificaties/ leeruitkomsten van de opleiding zijn uitgangspunt van het toetsprogramma. Het geheel van toetsen zorgt ervoor dat alle leerdoelen, afgeleid van de eindkwalificaties, worden getoetst.

Een toetsprogramma geeft inzicht in:

  • Plaats van een individueel tentamen in het grotere geheel;
  • De studeerbaarheid van het programma (geen onderlinge concurrentie van toetsen);
  • Het aantal summatieve toetsmomenten in een bepaalde periode (incl. herkansingen);
  • De gebruikte toetsvormen;
  • Opbouw in niveau en mate van integratie;
  • Bijdrage van de individuele toetsen aan de eindkwalificaties van de opleiding.

De toetsprogramma's van een HvA opleiding staan vermeld in de Onderwijs- en Examenregeling. Deze bevatten alleen de summatieve toetsmomenten.


Protocollen en richtlijnen

De HvA heeft standaard tentamenafnamen protocollen, zie onder bronnen bij deze pagina.

De examencommissie kan – binnen het kader van de OER en het toetsbeleid – richtlijnen en aanwijzingen vaststellen om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en te bepalen.

Het kan gaan om aanwijzingen en richtlijnen voor:

•       het nakijken van toetsen (antwoordmodellen, de nakijkprodecure, het ‘vier-ogen principe);

•       het vaststellen van de cesuur.


 
​​Laatst gewijzigd: 10 oktober 2017