Aanmelden

Taak examencommissie

De examencommissie heeft de taak om de kwaliteit van tentamens en examens te borgen. Zij stelt – op objectieve en deskundige wijze – vast of een student beschikt over de vereiste kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad.
 
Door de wijziging van de WHW (Wet op Hoger Onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, 2010) is het accent van de verantwoordelijkheid van een examencommissie meer komen te liggen op de inhoudelijke (naast de procesmatige) aspecten van examinering. Naast een ‘goede gang van zaken’ staat de borging van de inhoudelijke kwaliteit van tentamens en examens op de voorgrond. Dit is een essentiële uitbreiding van de taken van de examencommissie.
Iedere opleiding of groep van opleidingen moet volgens de wet een examencommissie hebben. Een examencommissie kan voor meer dan één opleiding worden ingesteld, maar haar werkzaamheden hebben altijd betrekking op een individuele opleiding.
Zie voor een uitgebreide omschrijving van taken en verantwoordelijkheden: reglement Examencommissie.
 

Positie t.o.v. domeinvoorzitter/ opleidingsmanagers

Het instellingsbestuur (in domeinen vertegenwoordigd door de domeinvoorzitter) is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en de accreditatie, maar de examencommissie dient de kwaliteit van de diplomaverlening te bewaken.
 
De domeinvoorzitter stelt (namens het instellingsbestuur) de examencommissie in en benoemt de individuele leden.
 
In de HvA-praktijk onderhouden met name de opleidingsmanager en de voorzitter van de examencommissie veel contact.
 
De opleidingsmanager is verantwoordelijk voor het toetsplan, de kwaliteit van toetsen en beoordelen, het toetsprogramma en het eindniveau van de opleiding. Het is aan te bevelen dat een opleidingsmanager de examencommissie om advies vraagt bij het opstellen van het toetsplan en toetsprogramma
 
De opleidingsmanager is tevens verantwoordelijk voor een goede gang van zaken tijdens het afnemen van tentamens en deeltentamens. De examencommissie moet de kwaliteit van tentamens en deeltentamens toetsen en daarom nagaan of de kwaliteit, de afname, de beoordeling en het niveau van de toetsen in orde zijn. Als de examencommissie tot de conclusie komt dat de opleiding de kwaliteit van de tentamens en examens onvoldoende heeft geborgd, kan de examencommissie hiervoor (aanvullende) richtlijnen en aanwijzingen vaststellen. 
 

Relatie met toetscommissie

De examencommissie kan een deel van de kwaliteitsborging uitbesteden aan de toetscommissie. Daarbij valt te denken aan: beoordelen van tentamens en deeltentamens vooraf, beoordeling van het toetsprogramma, analyse van tentamens en deeltentamens achteraf, e.d. De examencommissie blijft vanzelfsprekend wel formeel verantwoordelijk! Zij moet zich er dus van vergewissen dat de toetscommissie haar taken uitvoert volgens de kwaliteitseisen die de examencommissie heeft vastgesteld. De examencommissie moet daarom zelf ook beschikken over toetsingsexpertise. Bovendien moet zij de toetscommissie kunnen aansturen als de werkwijze van de toetscommissie, naar het oordeel van de examencommissie, niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Bij de accreditatie zal de examencommissie zich moeten kunnen verantwoorden over het aspect ‘toetsen en beoordelen’.
De leden van de toetscommissie worden benoemd door het management van de opleiding.
 

Werkwijze en planning

Het instellingsbestuur (lees: het College van Bestuur, de domeinvoorzitter) is verantwoordelijk voor de randvoorwaarden waarbinnen de examencommissie functioneert. Zij moet de commissie in staat stellen haar werk zo goed mogelijk te kunnen doen. Zie verder faciliteringsregeling examencommissies.
 

OER  en  relatie format-OER en opleidings-OER

De HvA stelt jaarlijks een format-OER bachelor en master op (zie bronnen op deze pagina), die voldoen aan de wettelijke eisen. Daarnaast is in het format ook specifiek HvA-beleid uitgewerkt. Zo bevat het format de BSA-regeling, een cum laude-regeling en richtlijnen voor minoren. Bij het opstellen van de opleidings-OER zijn alle HvA-opleidingen verplicht het HvA-format als uitgangspunt te gebruiken.
 
De opleidingsmanager stelt de opleidings-OER op; de domeinvoorzitter stelt de opleidings-OER vast, nadat deze is beoordeeld door de deelraad van het domein en besproken met de opleidingscommissie. De opleidings-OER wordt ter advisering ook aan de examencommissie voorgelegd.
 
De examencommissie toetst of de student voldoet aan de eisen die in de opleidings-OER worden gesteld. Deze voorwaarden hebben betrekking op de kennis, het inzicht en de vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad. Ze zijn gebaseerd op de eindkwalificaties van de opleiding, die veelal zijn vastgelegd in het landelijk opleidingsprofiel.
 

Toetsbeleid HVA

Kern van het Toetsbeleid HvA: het goed inrichten van een samenhangend programma van toetsen en beoordelen is de basis van goed opleiden. Als docententeams een helder beeld hebben van het wat, waarom en hoe van beoordelen, hebben ze daarmee ook een helder beeld van wat de studenten moeten leren.
 
Op basis van beoordelingen worden studenten bekwaam verklaard om als beginnend beroepsbeoefenaar te werken. De opleiding heeft de verantwoordelijkheid om te zorgen dat dit betrouwbaar, valide en transparant gebeurt. De samenleving moeten daarop kunnen rekenen. Dit alles betekent dat toetsen en beoordelen niet het sluitstuk, maar het uitgangspunt zijn van curriculumontwikkeling en –verbetering.
 
In lijn met de verschillende functies van de propedeuse en de hoofdfase is het toetsen in de propedeuse in de eerste plaats gericht op scherpe oriëntatie, selectie en verwijzing. In de hoofdfase is toetsen en beoordelen gericht op het sturen en bekrachtigen van het leerproces van studenten met het doel dat studenten binnen de nominale studietijd het eindniveau behalen.   
 
Het Toetsbeleid HvA beoogt het verhogen en borgen van het niveau en de kwaliteit van toetsen en beoordelen met als doelen:
·         Garantie dat de waarde van het HvA bachelor- of masterdiploma van de student onbetwist is
·         De kwaliteit van toetsen en beoordelen HvA breed waterdicht is
·         Toetsing voldoet aan wettelijke regels en landelijke afspraken
 
De doelstellingen zijn uitgewerkt in een HvA brede visie op toetsen en beoordelen, het beleid en de beleidsregels. Het Toetsbeleid HvA staat niet op zichzelf. De wettelijk eisen en externe afspraken zijn verwerkt in de beleidsregels.
 
De opleidingen stellen op basis van het Toetsbeleid HvA een toetsplan en toetsprogramma op.
 
In het toetsplan van opleiding/domein worden de HvA-brede beleidsregels, waar nodig, nader geconcretiseerd en aangevuld. In het toetsplan wordt de verbinding gelegd tussen enerzijds toetsen en beoordelen en anderzijds het onderwijsconcept (of onderwijsmodel), het onderwijsprogramma en het beoogde eindniveau van de opleiding. Ook staan er afspraken in over de manier waarop docenten toetsen, de kwaliteitscriteria waaraan tentamens en deeltentamens moeten voldoen en de procedures die gelden voor de beoordeling en normering.
De opleidingsmanager is verantwoordelijk voor het toetsplan en het toetsprogramma.
 
Format voor de inhoud:
1 Inrichting onderwijs en toetsen en beoordelen
2 Organisatie
3 Toetsontwikkeling en uitvoering
4 Toetsdeskundigheid
5 Kwaliteitsbewaking en borging
 
Zie voor en uitgebreidere beschrijving: Toetsbeleid HvA
 
Het toetsprogramma is het overzicht van de studieonderdelen en de gehanteerde toetsvorm.
 

Protocollen en richtlijnen

De HvA heeft drie standaard afnamenprotocollen:
-          Schriftelijke toetsing
-          Digitale toetsing
-          Overige toetsing 
 
De examencommissie kan – binnen het kader van de OER en het toetsbeleid – richtlijnen en aanwijzingen vaststellen om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en te bepalen.
 
Het gaat om aanwijzingen en richtlijnen voor:
       het nakijken van toetsen (antwoordmodellen, de nakijkprodecure, het ‘vier-ogen principe);
       het vaststellen van de cesuur.

 
​​Laatst gewijzigd: 1 september 2014