Aanmelden
                                                                                                                                                                                                                                



Casustoets


 
Andere benamingen: toets met korte casussen, toets met lange casussen, toegepaste kennistoets, casus-dossiertoets
 
Wat is het?
 
·           Een toets die is gebaseerd op een authentieke casus: een gevalsbeschrijving uit de beroepscontext. Hierin staan gebeurtenissen, vraagstukken of problemen beschreven, zoals die voorkomen in de toekomstige beroepspraktijk. Je lost dit op of je beoordeelt de ontstane situatie.
·           De casussen kennen een open einde: de situatie is nog niet opgelost of afgerond. Er zijn op voorhand meerdere benaderingen, belangen en inzichten mogelijk, net zoals in de beroepspraktijk. Casussen zijn complex in plaats van eenduidig, om je uit te dagen en nieuwsgierig te maken.
·           De casus wordt voorzien van enkele vragen die om goed uitgewerkte antwoorden vragen.
·           Casussen kunnen van het eerste tot het laatste studiejaar worden toegepast. Zij sluiten altijd aan bij de voorkennis van de studenten en de complexiteit is in overeenstemming met de cognitieve ontwikkeling van de studenten en de uitdagingen die je in die fase van de studie aankan.
·           Casustoetsen kunnen worden ingezet aan het einde van een project of probleemgestuurde periode. Ook kunnen zij worden ingezet aan het einde van werkcolleges en andere activerende werkvormen.
·           Een variant is de casustoets met korte casussen. Die worden gebruikt als precieze en betrouwbare antwoorden noodzakelijk zijn en wanneer je pas op het tentamen met cases wordt geconfronteerd. Zij kunnen na hoorcolleges worden toegepast en bieden theorievragen die in een context zijn geplaatst. Zij meten vooral kennis en vergen weinig probleemoplossende vaardigheden.
 
Wat leer je van een casustoets:
 
·           Je krijgt een beter idee van de relevantie en toepasbaarheid van wat je tot nu toe heeft geleerd.
·           Door het uitvoeren van een casus, oefen je in het herkennen van problemen uit de praktijk en het bewerken ervan.
·           Je leert een situatie in te schatten (analyseren) en het probleem vanuit verschillende ooghoeken te bekijken.
·           Misschien ontdek je nog wel lacunes en kan je extra leerdoelen opstellen.
·           Er wordt een beroep gedaan op je creatieve vermogens bij het bereiken van (alternatieve) oplossingen en het aandragen van ideeën.
·           Het vormt een goede voorbereiding op de stage en afstudeerfase.
 
Doordat je hier tijdens de studie al veel mee oefent, heb je een streepje voor wanneer je uiteindelijk op pad gaat in de wereld van het echte werk.
 
Wat wordt er getoetst?
 
·         De casustoets meet ten eerste je probleemoplossende vaardigheden en ten tweede de mate waarin je kennis en vaardigheden uit verschillende disciplines inzet.
·         Probleemoplossende vaardigheden zijn de redenaties die je gebruikt om het probleem te definiëren, te analyseren en op te lossen (metacognitief niveau). Beoordeeld wordt of dit adequaat en op voldoende niveau gebeurt.
·         Ook wordt beoordeeld of je de beroepsspecifieke kennis, principes, werkmodellen enz. beheerst en adequaat inzet bij het oplossen van het beroepsprobleem (kennis- en vaardighedenniveau).
·         Tenslotte wordt beoordeeld of je in staat bent de gekozen antwoorden/oplossingen te verantwoorden op basis van de beschikbare theorieën, methodische en normatieve overwegingen. Dit draagt bij aan de generieke HBO-competenties, zoals probleem oplossen, analyseren, communicatie, attitudevorming, informatieverwerking.

Hoe word ik getoetst?
 
Dit hangt af van hoe de casustoets wordt ingezet.
 
·           Als er sprake is van één toetsmoment wordt de casustoets aan elke student individueel voorgelegd.
·           Als er sprake is van groepswerk wordt er gedurende een langere periode gewerkt met behulp van methoden van probleemoplossing. Bij PGO, probleemgestuurd onderwijs, wordt ook wel gebruik gemaakt van een vast stappenplan; de zevensprong.
De uitwerking van de casus wordt schriftelijk of mondeling beoordeeld.
 
Hoe word ik beoordeeld?
 
Je toont aan dat je:
 
·       Een beroepsrelevant probleem kan herkennen.
·       Een situatie kan onderzoeken en analyseren.
·       Verschillende kennis en instrumenten kan toepassen om tot een oplossing te komen.
·       Goed kan bepalen wat het eigenlijke probleem is.
·       Adequaat en met verstand, concepten, begrippen en principes kan toepassen.
·       Goede argumenten hebt voor de door jou gekozen antwoorden en oplossingen.
·       Tot een onafhankelijk oordeel bent gekomen, de manier waarop en de kwaliteit hiervan.
·       Zelf nieuwe theoretische of methodische concepten kan bedenken.
·       Indien van toepassing, de zevensprong of een vergelijkbare systematiek hebt gebruikt en hoe.

Welke feedback krijgt ik?
 
·      Beoordeling met een cijfer.
·      Nabespreking of eindgesprek met toelichting op:
* De kwaliteit van de analyse/diagnose.
* De kwaliteit van de probleemoplossing.
* De verantwoording van de ingezette kennis en vaardigheden.
* De manier van werken.

*
Eventueel: het groepsproces en de individuele rol van de student daarin.
·      Mogelijk krijgt de student ook feedback van medestudenten, een vakdocent en/of opdrachtgever.
 
Hoe bereid ik me voor op deze toets?
 
·       Zorg je vooraf duidelijkheid hebt over hoe, wat en wanneer van de casustoets. Vraag om nadere informatie er onduidelijkheden zijn.
·       Zorg dat je op de hoogte welke kennis nodig is om de casus te begrijpen.
·       Vraag om oefencasussen en oefen samen met medestudenten.
·      Vraag, indien nodig, om studie-ondersteuning bij het ontwikkelen van je vaardigheden als samenwerken, kennisdelen, probleemanalyse, creatief denken en het systematisch werken, bijvoorbeeld met de zevensprong.
 
Laatste wijziging: oktober 2013
 
 

 Hoe scoor ik maximaal?

Zorg dat je goed helder hebt wat de echte problemen zijn.

Vergeet niet het bijgeleverde materiaal grondig te bestuderen.

Breng het probleem duidelijk in kaart. Laat je hierbij niet verrassen door emoties, vooringenomenheden en vanzelfsprekendheden.

Analyseer, redeneer, beargumenteer.

Maak gerust gebruik van de kennis van andere studenten of deskundigen.

Hou je aan de opdracht.

Gebruik, ook al wordt het niet gevraagd, de zevensprong in ieder geval als checklist.

Bij groepsopdrachten:

  • Maak een goede taakverdeling.
  • Leg onderling gemaakte afspraken vast.
  • Hou je aan de onderling gemaakte afspraken en let op dat anderen dit ook doen.

 Tips

Vaak wordt snel overgegaan naar het oplossen van het probleem, om niet in tijdsnood te komen. Hierdoor wordt echter een belangrijke fase overgeslagen of te snel uitgevoerd: probleemoriëntatie en probleemdefiniëring, waardoor je later in de problemen kunt komen. Zo zou het bijvoorbeeld kunnen dat je voor een verkeerde oplossing kiest, omdat je onvoldoende begrijpt wat daadwerkelijk het probleem is.

Zorg dat je de door jou gemaakte keuzes beargumenteert. In principe kun je geen foute antwoorden geven, zolang je maar kunt verantwoorden waarom je voor een bepaalde oplossing gekozen hebt!

Durf af en toe een stapje terug te doen. Bijt je niet vast in een gekozen strategie, als je het gevoel krijgt dat deze niet goed is. Zeker wanneer je hierin vast loopt, is het handig om opnieuw te bedenken wat het probleem is, of er een andere oplossingsstrategie gekozen kan worden.