Aanmelden

Portfolio-assessment

 

Andere benamingen: portfoliogesprek, portfoliobeoordeling, criteriumgericht interview


Wat is het?
 
Een portfolio assessment is een toetsvorm waarbij je jouw competenties aantoont aan de hand van bewijzen in een portfolio, zoals beroepsproducten of ervaringsverslagen. Het assessment bestaat uit vier stappen:
 
1. Het evalueren van het portfolio door de assessoren.
2. Het voeren van een assessmentgesprek met de assessoren.
3. Het komen tot een een onderbouwd oordeel door de assessoren.
4. Het ontvangen van feedback.
Assessoren zijn examinatoren die een speciale training hebben gevolgd om portfolio assessments af te nemen.

Wat wordt er getoetst?
 
Kort samengevat wordt in een portfolio assessment getoetst of je in kenmerkende en kritische beroepscontexten professioneel handelt volgens het vereiste gedrag en gewenste niveau. Dat gebeurt aan de hand van bewijs dat de je hiervoor aanlevert in een portfolio.
 
Toelichting:
Professioneel handelen vergt dat je een diversiteit aan ervaringen opdoet in de beroepspraktijk waar je relevante beroepstaken, -opdrachten en vraagstukken uitvoert. Het vereiste gedrag daarbij is vastgelegd in beoordelingscriteria. Bewijs in het portfolio kan variëren van beroepsproducten tot ervaringsverslagen en beoordelingen van derden.
 
Zowel de relevante beroepstaken, -vragen en -dilemma’s als de beoordelingscriteria zijn ontleend aan het opleidingsprofiel van je opleiding. De beroepstaken zijn specifiek voor een opleiding of beroep. De criteria betreffen hbo kwalificaties en zijn generiek. Voorbeelden zijn methodisch werken (toepassen van kennis, concepten en inzicht), onderzoekend vermogen, effectief communiceren, leer- en ontwikkelvermogen. Om zicht te krijgen op deze criteria vragen assessoren je naar de verantwoording van je aanpak en beoordelen zij de complexiteit van de beroepscontext. Het doorvragen op de criteria gebeurt in het assessmentgesprek, ook wel criteriumgericht interview genoemd.

Hoe word ik getoetst?
 
De evaluatie van het portfolio: een randvoorwaarde is dat het portfolio volledig is. Assessoren checken voorafgaand aan het gesprek of de bewijzen in het portfolio getuigen van variatie, relevantie, authenticiteit en actualiteit. Ook stellen ze vast of het portfolio inhoudelijk voldoende aanknopingspunten geeft om een assessmentgesprek te voeren. Daarbij gaat het om de kwaliteit van de aangeleverde bewijzen. Bij elkaar genomen, hanteren de assessoren de zogenaamde VRAAK-criteria voor het evalueren van het portfolio.
 
Hoe word ik beoordeeld?
 
Alle informatie die de assessoren hebben verkregen uit het portfolio en het gesprek. Per beroepstaak/-dilemma beoordelen de assessoren deze informatie en stellen zij vast of je hebt gehandeld volgens de vereiste criteria. Ze onderbouwen hun oordeel met bevindingen uit het portfolio en assessmentgesprek, leggen het vast op het beoordelingsformulier en koppelen het met feedback terug aan de student.
De assessoren waarderen de informatie als: volledig aangetoond – gedeeltelijk aangetoond – niet aangetoond; onvoldoende – voldoende/goed – excellent. Vanwege het registratiesysteem dat vraagt om cijfers, zetten de assessoren vaak gezamenlijk de genoemde categorieën om in cijfers.

Welke feedback krijg ik?
 
Per competentie krijgt je feedback over de mate waarin je deze competentie hebt ontwikkeld. Deze feedback wordt gegeven in termen van het getoonde en vereiste gedrag.
 
Een voorbeeld: je hebt een marktonderzoek met de daarbij behorende handelingen uitgevoerd (= kerntaak uit een opleidingsprofiel). Je hebt echter niet in voldoende mate kunnen aantonen dat je dat op een methodische wijze hebt aangepakt (beoordelingscriterium). De assessoren leggen met behulp van bevindingen uit het portfolio en gesprek uit, wat zij missen in de methodische aanpak.

Hoe bereid ik me voor op deze toets?
 
Een belangrijke voorbereiding is het opdoen van ervaring in de beroepspraktijk. Bijvoorbeeld in stages en werkperiodes tijdens de opleiding.
 
Daarnaast hebben studieloopbaan- en stagebegeleiders een actieve rol in je voorbereiding op een portfolio assessment. Ze begeleiden je bij het formuleren van leerdoelen m.b.t. de uit te voeren praktijktaken volgens de beoordelingscriteria (= aanpak en vereist gedrag) die gelden voor het assessment. Door het stellen van kritische vragen hierover en het geven van tussentijdse feedback stimuleert de begeleider je om je functioneren in de praktijk op een hoger niveau te krijgen en daarmee beter bewijs te genereren voor het portfolio.
 
 
Tips ter ondersteuning bij het maken van het portfolio:
 
·       Bezoek de informatiebijeenkomst over opbouw, structuur en inhoud van het portfolio. Vraag om voorbeelden van goede en minder goede portfolio’s.
·       Vraag toelichting op reflectie op bewijzen; wat verwacht de opleiding. Assessoren hebben deze reflectie nodig om de bewijzen adequaat te interpreteren. Een hulpmiddel hierbij zijn STARR-vragen (zie voorbeeld STARR-formulier). Aan de hand hiervan maak je je concrete bijdrage en aanpak inzichtelijk bij het tot stand brengen van een bewijs.
·       Wissel uit met elkaar welke bewijzen geschikt zijn om in het portfolio op te nemen en geef feedback op concept portfolio’s van je medestudenten. Vraag desnoods aan de opleiding om dit te organiseren en te begeleiden.
 
Laatste wijziging: oktober 2013

 Hoe scoor ik maximaal?

Bekijk eerst goed wat er van je verwacht wordt.
 
Verzamel heel gericht bewijsmateriaal.
 
Vraag je af wat daadwerkelijk een bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van je competenties.
 
Orden en structureer het materiaal tot een overzichtelijk geheel.
 
Bedenk waarom je het doet en voor wie.
 
Hou de omvang beperkt: schrijf helder, kracht, kort en bondig.
 
Een goede vorm behoort ook tot een goede inhoud.
 
Vergelijk je portfolio met dat van anderen, maar blijf jezelf.
 
Je mag best trots zijn op jezelf.

 Tips

Je kan het portfolio behalve voor jezelf en voor de opleiding uiteindelijk ook gebruiken bij bijvoorbeeld sollicitatiegesprekken. Ook voor je toekomstige werkgever kan het zeer interessant zijn om te zien waar jouw kwaliteiten liggen, wat je kan, en wat je hebt gedaan.
Belangrijk bij een portfolio is dat je duidelijk en overzichtelijk weergeeft wat je hebt bereikt. Heel belangrijk is daarom ook dat je een goede structuur en opbouw hebt. Geen enkele docent heeft namelijk zin om zich door een dik dossier van 100 pagina’s te worstelen of zich door een onoverzichtelijke site te banen. Zorg daarom dat alles kort en bondig, maar toch duidelijk is omschreven.
Kijk goed naar de manier waarop de inhoud van je portfolio is ingedeeld.