Aanmelden

Portfolio-assessment

 

Andere benamingen: portfoliogesprek, portfoliobeoordeling, criteriumgericht interview, gedragsassessment, assessmentgesprek

 

Wat is het?

Er zijn verschillende vormen van assessments. In het hoger onderwijs zijn er vooral portfolio-assessments. Minder vaak komen gedrags- of performance-assessments voor. Voor een portfolio-assessment lever je een portfolio in. Twee examinatoren, assessoren genoemd, beoordelen jouw portfolio en stellen tijdens een assessmentgesprek kritische vragen over het bewijs in je portfolio. Ze doen dat met behulp van de beoordelingscriteria voor het assessment. Onder het kopje ‘Waarop en hoe word ik beoordeeld?’ lees je hier meer over de beoordelingscriteria. 

Voor een gedrags- of performance-assessment voer je een opdracht uit in de beroepspraktijk of in een gesimuleerde situatie (=simulatie). Twee assessoren observeren jou tijdens deze opdracht. Meer hierover lees je onder het kopje Waarop en hoe word ik beoordeeld?

 

Wat zit er in een portfolio?

Vrijwel alle opleidingen vragen om bewijs te verzamelen in je portfolio. Dat bestaat meestal uit beroepsproducten: dit zijn producten die je in de beroepspraktijk hebt gemaakt zoals een marketingplan, een adviesrapport of een behandelplan. Andere voorbeelden van bewijs dat je in je portfolio kunt opnemen zijn ervarings- en reflectieverslagen maar ook  beoordelingen of feedback van collega’s, medestudenten, praktijkbegeleiders en docenten. Bij het bewijs in je portfolio schrijf je een toelichting waaruit blijkt dat je hebt gehandeld volgens de beoordelingscriteria van het assessment.

Er zit vaak een maximum aan het bewijs dat je mag opnemen in je portfolio. Kies daarom de beste en meest succesvolle voorbeelden, om jouw professionele gedrag aan te tonen.

Lees de assessmenthandleiding van jouw opleiding voor meer specifieke informatie, zoals voorbeelden van bewijs en de vereiste structuur van je portfolio en randvoorwaarden om deel te mogen nemen aan het assessmentgesprek.

 

Hoe schrijf ik een toelichting op het bewijs in mijn portfolio?

De toelichting op het bewijs in je portfolio bevat informatie over de context waarin je het bewijs hebt gemaakt, jouw bijdrage daaraan, je aanpak, de onderbouwde keuzes die je daarbij hebt gemaakt en het uiteindelijke resultaat. De toelichting gaat dus over jouw professionele handelingen, het gedrag dat je daarbij hebt laten zien en de verantwoording daarvan. In de toelichting draai je als het ware de film terug en laat je de assessoren meekijken. Om diepgang in de toelichting te verkrijgen, raden we je aan om de beoordelingscriteria van het assessment erin te verwerken.

Het STARRT-model is een hulpmiddel om een toelichting te schrijven. STARRT staat voor Situatie, Taak, Aanpak, Resultaat, Reflectie en Transfer. Veel opleidingen werken met zogenaamde STARRT-formulieren met daarop per letter een aantal gerichte vragen. Het is belangrijk dat je de vragen per letter concreet en ‘to-the-point’ beantwoordt zonder overlapping.

In het algemeen geldt: hoe concreter en vollediger jouw informatie over het gevraagde gedrag in je portfolio, hoe soepeler het assessmentgesprek zal verlopen. We adviseren je om jouw toelichtingen te laten lezen door een medestudent en hierop feedback te vragen. Zo kom je erachter of een buitenstaander een helder beeld krijgt.

 

hoeveel tijd kost het om een portfolio te maken?

De tijd die je nodig hebt om een portfolio te maken, hangt af van de omvang van het assessment. Hoe meer competenties of gedrag je moet aantonen, hoe meer bewijs je moet leveren. Het is daarom moeilijk om hier een exacte tijdsinvestering te noemen, maar houd er rekening mee dat het samenstellen van een portfolio een intensieve klus is, waarbij je de volgende tien stappen doorloopt:

  1. lees de assessmenthandleiding;
  2. verzamel bewijs in de periode voorafgaand aan het assessment (tijdens stage-/praktijkopdracht, etc.);
  3. maak aantekeningen bij het bewijs: waar, wanneer, met wie, hoe en waarom?
  4. selecteer bewijs voor je portfolio;
  5. schrijf per bewijs (of competentie) een toelichting (met STARRT);
  6. structureer je portfolio volgens de richtlijnen in de handleiding;
  7. check of je portfolio aan de randvoorwaarden voldoet;
  8. vraag feedback op je conceptportfolio;
  9. scherp je portfolio aan;
  10. lever de definitieve versie van je portfolio in.

Begin op tijd met de voorbereiding door in de periode waarop het assessment betrekking heeft bewijs te verzamelen. Maak aantekeningen over waar, wanneer, met wie, hoe en waarom het bewijs tot stand is gekomen. Je kunt daarvoor een logboek gebruiken. Dit vergemakkelijkt het voor je om later een toelichting bij het bewijs te schrijven voor je portfolio. Reserveer ook tijd om feedback op je conceptportfolio te vragen aan een medestudent of collega (stage), zodat je verbeteringen kunt aanbrengen, voordat je het inlevert.

 

Wanneer word ik toegelaten tot het assessmentgesprek?

Veel opleidingen werken met randvoorwaarden om toegelaten te worden tot het assessmentgesprek. Randvoorwaarden kunnen betrekking hebben op:

Inhoud

  • Het soort en de hoeveelheid bewijs in het portfolio en de toelichting daarop;

Structuur

  • De opbouw van het portfolio

Vorm

  • lay-out en verzorging van het portfolio;

Taal

  • Correct taalgebruik;

Volledigheid

  • Alle vereiste documenten zitten in het portfolio.

Wanneer je portfolio niet aan de randvoorwaarden voldoet, zal je het moeten herzien en aanscherpen.

Bij alle vormen van assessments kunnen randvoorwaarden betrekking hebben op onderwijseenheden die je afgerond moet hebben of het aantal studiepunten dat je behaald moet hebben om deel te mogen nemen. Kijk in de assessmenthandleiding van je opleiding of en welke randvoorwaarden voor jouw assessment gelden en wat de gevolgen zijn als je er niet aan voldoet.

 

Assessoren zijn nieuwsgierig naar wat je precies hebt gedaan in de verschillende situaties die je hebt beschreven in je portfolio. Ze willen graag weten hoe je tot doordachte keuzes bent gekomen en hoe ingewikkeld het was. Kortom, ze willen je aan het werk zien. Om een helder beeld te krijgen maken ze gebruik van de STARRTT-methode. Daarmee vragen ze door over de Situatie waarin je een specifieke beroepsTaak uitvoerde, de Aanpak die je daarbij hebt gekozen – en waarom deze? -, het Resultaat dat het heeft gebracht en hoe je daarop terugkijkt (Reflectie). De T’s staan voor Transfer en Tegendeel. Na het lezen van je portfolio weten assessoren welke extra informatie ze van jou nodig hebben over nieuwe, vergelijkbare, andere situaties dan die in het portfolio. In het assessmentgesprek maken ze uitstapjes met jou naar situaties waarin je dat wat je eerder in een opdracht hebt geleerd, hebt toegepast in een vergelijkbare opdracht (Transfer) en naar situaties waarin het je niet zo goed lukte om een dergelijke opdracht uit te voeren (Tegendeel). Als je zelf nog extra informatie wilt geven over situaties in je portfolio, krijg je hiervoor ook gelegenheid in het gesprek.

In het filmpje ‘een geslaagd assessment’, zie je hoe assessoren de STARRT-techniek toepassen.

 

Hoe bereid ik me voor op een assessmentgesprek?

Ter voorbereiding op het assessmentgesprek neem je je portfolio opnieuw door. Je gaat na of je bewijs en toelichting voldoende informatie bevatten over het vereiste professionele gedrag in de beoordelingscriteria. Zo niet, bedenk dan welke aanvullende informatie je wilt geven om te voldoen aan de criteria. Denk ook na over voorbeelden van vergelijkbare situaties waarbij je het professionele gedrag hebt laten zien (Transfer) én van situaties waarin het je niet is gelukt om een beroepsopdracht uit te voeren volgens de geldende criteria (Tegendeel). Denk de voorbeelden uit aan de hand van de STARRT-methode. Deze voorbeeldvragen kunnen je daarbij helpen.

 

Waar word ik op beoordeeld?

De beoordelingscriteria van assessments gaan meestal over gedrag. De assessoren vragen je om na het gesprek de ruimte te verlaten en te wachten. Volgens een vaste beoordelingstechniek komen ze eerst individueel en daarna gezamenlijk tot een beoordeling van het assessment. Bij een portfolio-assessment gebruiken ze hiervoor alle informatie uit het portfolio en het assessmentgesprek aangevuld met hun observaties en bevindingen. Het oordeel onderbouwen ze met feedback die bestaat uit voorbeelden van wat je wel en niet hebt laten zien in relatie tot de beoordelingscriteria. Direct daarna koppelen ze de beoordeling terug aan jou.

Bij een gedrags- of performance-assessment observeren twee assessoren jou tijdens een opdracht in de praktijk of in een simulatie. Ze kijken of je het gedrag laat zien dat in de beoordelingscriteria staat. Daarna voeren ze hierover een assessmentgesprek met je. Dit gesprek en de beoordeling verloopt identiek met een portfolio-assessment.

 

Waarom krijg ik feedback?

Feedback is bedoeld om van te leren. Met de informatie die je van de assessoren krijgt over jouw sterke- en minder sterke punten kun je je in een volgende fase van de opleiding of - na het afstuderen - in de beroepspraktijk verder ontwikkelen. In de opleiding is het doel om bachelorniveau te behalen. Je studiebegeleider kan je helpen om de verkregen feedback om te zetten in leerdoelen en acties. Na het afstuderen kun je de feedback gebruiken om je te profileren als jonge professional in de praktijk.

 

Hoe kan ik mijn assessment herkansen?

Elke opleiding heeft eigen herkansingsregels per assessment.

Voorbeelden bij portfolio-assessments zijn:

  • het herschrijven van het portfolio, voordat je mag deelnemen aan het assessmentgesprek;
  • nieuw bewijs aanleveren voor een taak of competentie waarvoor je een onvoldoende hebt behaald in het assessment. De herkansing bestaat uit een assessmentgesprek over die ene taak/competentie. Bij deze vorm is het noodzakelijk dat je opnieuw ervaring opdoet in de praktijk;
  • het hele assessment overdoen. In geval van een portfolio-assessment betekent dit vaak ook een nieuwe stage lopen of andere praktijkopdracht doen.

Het herkansen van een gedragsassessment is minder complex, omdat je het vereiste gedrag direct kunt laten zien in een simulatie of praktijksituatie. Je hoeft dus niets te (her)schrijven of in te leveren. Kijk in de assessmenthandleiding van je opleiding voor de herkansingsregels van jouw assessment.

 

Bron: Studentenzaken

Laatste wijziging: april 2019

 Hoe scoor ik maximaal?

Bekijk eerst goed wat er van je verwacht wordt.
 
Verzamel heel gericht bewijsmateriaal.
 
Vraag je af wat daadwerkelijk een bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van je competenties.
 
Orden en structureer het materiaal tot een overzichtelijk geheel.
 
Bedenk waarom je het doet en voor wie.
 
Hou de omvang beperkt: schrijf helder, kracht, kort en bondig.
 
Een goede vorm behoort ook tot een goede inhoud.
 
Vergelijk je portfolio met dat van anderen, maar blijf jezelf.
 
Je mag best trots zijn op jezelf.

 Tips

Je kan het portfolio behalve voor jezelf en voor de opleiding uiteindelijk ook gebruiken bij bijvoorbeeld sollicitatiegesprekken. Ook voor je toekomstige werkgever kan het zeer interessant zijn om te zien waar jouw kwaliteiten liggen, wat je kan, en wat je hebt gedaan.
Belangrijk bij een portfolio is dat je duidelijk en overzichtelijk weergeeft wat je hebt bereikt. Heel belangrijk is daarom ook dat je een goede structuur en opbouw hebt. Geen enkele docent heeft namelijk zin om zich door een dik dossier van 100 pagina’s te worstelen of zich door een onoverzichtelijke site te banen. Zorg daarom dat alles kort en bondig, maar toch duidelijk is omschreven.
Kijk goed naar de manier waarop de inhoud van je portfolio is ingedeeld.