Aanmelden

PrAKTIJKopdracht 

Andere benamingen: projectverslag, productbeoordeling, groepsproduct, probleemgestuurde opdracht

 

Wat is het?

Een vraag of opdracht van een organisatie die door een groep of door één student beantwoord/opgelost moet worden. In het eerste studiejaar nog vaak gesimuleerd, maar in hogere jaren gaat het steeds vaker om echte opdrachten.

Je past kennis en vaardigheden toe door actief aan de slag te gaan met een opdracht uit de beroepspraktijk.

Het eindresultaat kan verschillende vormen hebben: nota, model, fysiek product, plan, advies, beleid, dienst, voorstelling, training, enz.

De complexiteit van de vraag/opdracht en context neemt toe in de loop van de opleiding. Opdrachten kunnen met studenten uit verschillen studierichtingen worden uitgevoerd.

Je krijgt gedurende de opleiding meer vrijheid in de interpretatie van de opdracht, aanpak, specificaties waaraan het eindresultaat moet voldoen en welke kennis en vaardigheden je inzet.

Je kan in samenspraak met de docent(en) bepalen hoe je de leerdoelen gaan aantonen. De wijze van toetsing kan verschillen. Dit hangt af van de grootte, complexiteit, gestructureerdheid,  authenticiteit van de praktijkopdracht en de plaats in het curriculum.

Kleine praktijkopdrachten worden vaak aan het begin van de studie gegeven. Zij hebben een omvang van tussen de 5 en 7 studiepunten. De opdrachten zijn afgebakend, de belangrijkste opdrachtspecificaties zijn gegeven, de onderliggende kennis is hoofdzakelijk voorgeschreven en ook de aanpak ligt in grote lijnen vast. De toetsing is met name gericht op de realisatie van het resultaat, binnen de voorgegeven kaders en met correct gebruik van de onderliggende kennis. De opdracht kan zowel individueel als in een groep worden uitgevoerd. Er is meestal toetsing van het proces, maar omdat de autonomie van de studenten nog beperkt is, is deze meestal niet al te uitgebreid.

Grote praktijkopdrachten – die veelal aan gevorderde studenten worden gegeven – beslaan een groot deel of zelfs alle onderwijstijd binnen een blok of semester. Zij bestrijken een complex professioneel vraagstuk, dat een autonome, onderzoekende en systematische oplossing van de je (en eventueel groepgenoten) eist. Zo identificeren je zelf in belangrijke mate de specificaties waaraan het eindresultaat dient te voldoen en de onderliggende kennis. De begeleiding is vooral procesmatig. De toetsing sluit hierop aan en is meestal gericht op drie componenten: (1) de kwaliteit van het eindproduct, (2) de toepassing van kennis en (3), bij groepsopdachten, de wijze waarop je hebt samengewerkt om deze opdracht tot een goed einde te brengen. 

Wanneer de opdracht uitgevoerd wordt op de werkplek (bij de opdrachtgever) kan deze ook onderdeel zijn van de stage. De grootste praktijkopdracht die je uitvoert is meestal de afstudeeropdracht.


Wat wordt er getoetst?

Praktijkopdrachten zijn geschikt om de volgende leerdoelen te beoordelen: of je

  • relevante kennisbronnen kan identificeren, benutten en toepassen op concrete opdrachten

  • opdrachten kan onderbouwen met kennis

  • systematisch en methodisch kan werken

  • multidisciplinair kan denken en werken

  • zelf criteria kan opstellen waar een goed product aan dient te voldoen, deze kan realiseren en verantwoorden 

  • een product kan opleveren dat relevant en bruikbaar is voor de opdrachtgever

  • zelf kritisch kan reflecteren op de kwaliteit van het product en het proces

Bij een groepsopdracht komt daar nog bij dat je:

  • kan reflecteren op de samenwerking in de groep

  • laten zien dat je in het team een relevante rol hebt vervuld en een constructieve bijdrage hebt geleverd. 

  • individuele doelen kan verbinden aan de opdracht (en het proces).


Hoe word ik beoordeeld?

Toetsing kan op meerdere momenten plaatsvinden. Tussentijds kan een fase/onderdeel van de praktijkopdracht summatief worden beoordeeld. Daarnaast zal op bepaalde momenten formatieve feedback aan de orde zijn. De beoordeling kan zich richten op de producten van de praktijkopdrachten en op het proces.

In de handleiding moet ook zijn aangegeven welke rol de student heeft bij de beoordeling, wat de uiterste datum van inlevering is en wie betrokken zijn bij de beoordeling.

Na inlevering gaan de examinatoren de eindresultaten beoordelen aan de hand van de beoordelingsformulieren. Een gesprek kan deel uit maken van de beoordeling. Binnen de afgesproken termijn ontvangt de student het cijfer.

De producten kan de student opslaan in een digitaal portfolio.



Welke feedback krijg ik?

Je krijgt feedback op:

  • de mate waarin je de gestelde doelen zijn behaald, beoordeeld aan het eindresultaat (product)

  • het verloop van het proces en je eigen bijdrage hierin

Je krijgt feedback van:

  • de examinatoren

  • begeleiders en groepsleden, die je hebben zien werken

  • de opdrachtgever


Hoe bereid ik me voor op deze toets?

  • Bespreek de opdrachthandleiding met de docent en eventueel je medestudenten zodat duidelijk is wat er inhoudelijk van je verwacht wordt. 

  • Vraag om een of twee goede beroepsproducten zien, die aansluiten bij de opdracht, en bespreek die samen met de docent.

  • Bespreek de toetsing en de rol die je hierin kan vervullen. 

  • Bespreek wat er van je verwacht wordt op het gebied van samenwerken en vraag naar de do’s en don’ts af.

  • Vraag, indien nodig, om vaardigheidstrainingen op het gebied van samenwerken, feedback geven, e.d.

  • Oefen met een systematische aanpak. 

  • Vraag na welke ondersteuning en begeleiding beschikbaar is.



Laatst gewijzigd: 13 januari 2020

 Hoe scoor ik maximaal?

Werk volgens een plan van aanpak.
Evalueer – niet alleen achteraf, maar ook onderweg.
Lever een product af dat goed in elkaar zit en natuurlijk ook werkt.
Maak goed gebruik van de kennis van je medestudenten en help elkaar.
Trek bij ernstige problemen meteen aan de bel!

 ‭(Verborgen)‬ Voorbeelden

 Tips

Het komt nog wel eens voor dat medestudenten en/of docenten op een andere manier tegen jouw functioneren aankijken dan jijzelf. Het geven en krijgen van feedback geeft meer inzicht hierin. De gegeven feedback kan je helpen om naar je eigen sterke en zwakke punten te kijken en zo je eigen leerproces te sturen. Maak hier gebruik van!
Een goed begin is het halve werk! Het maken van een plan van aanpak of een startdocument is een belangrijk onderdeel van de projectopdracht:
·        Je krijgt helder wat exact het probleem is en waar naartoe gewerkt moet worden.
·        Door het maken van een planning kunnen mogelijke tijdsproblemen onderkend worden en kan er op tijd bijgestuurd worden.
·        De verwachtingen en ideeën van alle projectgroepleden worden duidelijk en komen zoveel mogelijk op één lijn.
·        Je voorkomt zo samenwerkingsproblemen, omdat je duidelijke afspraken hebt en weet wat je aan elkaar hebt.
Hoewel het bij een eindproduct of verslag zeker gaat om een goede inhoud, ook de vormgeving een belangrijke rol:
·        Eindproducten die slecht leesbaar zijn door bijvoorbeeld veel taal- en spelfouten, een onoverzichtelijke alinea-indeling of het ontbreken van een inhoudsopgave worden over het algemeen niet goedgekeurd.
·         Let ook op een correcte bronvermelding en vergeet de literatuurlijst niet.
Zet aan het einde van het project de gekozen stappen nog eens op een rijtje: waar begon het allemaal mee, welke keuzes zijn er gemaakt, wat zijn de gevolgen en waarom? Dit kan zeer goed helpen om de gemaakte keuzes bij presentaties en evaluaties te verantwoorden aan derden.