Aanmelden

Stage- en praktijkopdracht

 
 
 
 
 
Anderen benamingen: plan van aanpak, stagebeoordeling, praktijkbeoordeling, productbeoordeling leercontract, stageverslag
 
Wat is het?
 
Het gaat om werken en leren in de beroepspraktijk. Het is een opdracht/werkzaamheden die:  
 
·       Je uitvoert voor een instelling of bedrijf.
·       Aansluit bij je studiekeuze en wat je hiermee later kan gaan doen.
·       Van je vraagt om het handelen heel duidelijk te maken, zodat het voor anderen te begrijpen is, waarom en waartoe je iets hebt gedaan of juist hebt gelaten.
·       Het resultaat is een eindverslag en eventueel een eindproduct.

Voor deeltijdstudenten en duale studenten geldt vaak dat zij (betaald) werken in een instelling of bedrijf, gedurende het gehele studiejaar dan wel een half jaar.
 
De stage en praktijkopdrachten zijn de momenten waarop je je reeds ontwikkelde competenties in een authentieke situatie kan laten zien. Ook werk je gedurende de stage-/praktijkperiode aan het verder ontwikkelen van je competenties. Zowel bij stage als praktijkopdracht krijg je concrete opdrachten. Deze hebben tot doel het leren op de werkplek te stimuleren en focus aan te brengen om competentieontwikkeling goed mogelijk te maken.

Door het uitvoeren van een stage- of praktijkopdracht:
·       Krijg je dieper inzicht in wat de werkomgeving van het gekozen beroep inhoud.
·       Ontdek je nieuwe mogelijkheden die de werkomgeving te bieden heeft.
·       Merk je waar zijn kracht, motivatie en enthousiasme ligt.
·       Ontwikkel je een werkstijl.
·       Bouw je gericht contacten op met collega's, klanten en andere relevante personen of groepen.

Bovendien ervaart je in hoeverre je:
·       Je kan concentreren op een opdracht in een werksituatie.
·       Wel of niet gevoelig bent voor werk- of tijdsdruk.
·       Werkend kan leren en lerend kan werken.

Bepaalde vaardigheden kunnen alleen in de praktijk worden geleerd, zoals:
·       Omgaan met collega's.
·       Het toepassen van kennis en vaardigheden in de alledaagse praktijk.
·       Leren door te doen.
·       Leren met echte 'deadlines' te werken.
 
Stage- en praktijkopdrachten kunnen onderscheiden worden naar:
 
·       Oriënterende opdracht - je bezoekt een instelling of loopt met een beroepskracht mee. Het doel is om je een beeld te vormen van een bepaald beroep, beroepssituatie of werkwijze.
·       Stage- of praktijkopdracht - je loopt stage bij een bedrijf of instelling, of je bent er werkzaam. Je voert een aantal gerichte opdrachten uit en leert zo alle impliciete en expliciete aspecten van het werk kennen.
·       Opdracht van externe opdrachtgever - je voert deze opdracht uit of op de werkplek of op de opleiding. In het laatste geval hebben docenten van de opleiding de rol van (praktijk)begeleider. Zie ook Projectopdracht en Afstudeeropdracht.
·       Leerpraktijk - binnen een instituut wordt een stuk van de praktijk in huis gehaald.
 
Veel voorkomende opbouw van opdrachten voor voltijdopleidingen:
 
·      Propedeuse - oriëntatieopdrachten.
·      Hoofdfase - typerende beroepsspecifieke opdrachten.
·      Afstudeerfase - extern verworven opdrachten.
 
Afhankelijk van de opleidingsfase zijn niveauvereisten geformuleerd.

In de regel is het stage-, praktijk- of bedrijfsbureau van het instituut verantwoordelijk voor de matchingsprocedures en voor de aanwezigheid en screening van de stage- en praktijkplaatsen. Je kan ook gebruik maken van uitzendbureaus. Zie bijvoorbeeld www.stage.plaza.nl
 
Het kan zijn dat je een assessment doet voordat je aan een beroepsopleidende stage/praktijk kan beginnen. Ook kan een sollicitatieprocedure aan een stage of praktijkperiode vooraf gaan. In dat geval is het van belang dat je beschikt over een actuele cv. Voor internationale stage- en praktijkopdrachten zijn aparte regelingen. Zie Studeren in het buitenland (website HvA).
 
Wat wordt er getoetst?
 
Vormen waarin stage- en praktijkopdrachten worden getoetst:
 
·       Startverslag waarin o.a. leerdoelen en plan van aanpak.
·       Tussentijdse evaluatie waarin o.a. voortgangsrapportage.
·       Eindverslag waarin bereikte resultaten.
·       Demonstratie van bepaalde beroepshandelingen, gecombineerd met de verantwoording over voorbereiding en evaluatie.
·       Mondelinge evaluaties of functioneringsgesprekken aan de hand van een vooraf opgestelde agenda.
·       Combinatie van bovenstaande. Zie ook portfolio assessment.

In een handleiding is beschreven:
·       Competenties c.q. competenties die in deze periode verworven dienen te worden, centraal staan.
·       Beoordelingsprocedure en -criteria voor:
* product en diensten
* gevolgde werkwijze: voorbereiding, uitvoering en evaluatie
* werken in een arbeidsomgeving: feedback van relevante derden.
* verantwoording over leeraspecten in een bepaalde periode.
* opstellen van persoonlijke ontwikkelingsplannen (pop's)
·       Uitwerking van verschillende rollen, taken en verantwoordelijkheden van opleiding en werkveld bij beoordeling.
·       Wijze van herkansing.
Hoe word ik beoordeeld?
 
De examinator bereidt zich voor op de beoordeling door:
·       De geproduceerde stukken te lezen.
·       Kennis te nemen van de beoordeling(en) van de praktijkbegeleider.
·       Gesprek voor te bereiden met student en praktijkbegeleider.
·       Resultaat na te bespreken met de student.

De stage- of praktijkopdracht kan op verschillende manieren worden afgesloten.
Je wordt beoordeeld op je verrichtingen in de context van een bepaald bedrijf/instelling. Je wordt geacht je ervaringen zodanig te verbinden met theoretische en andere noties dat je dat type verrichtingen ook in andere (nieuwe, meer complexe) contexten kunt demonstreren.
 
Afhankelijk van de leerdoelen van het type stage-/praktijkopdracht word je getoetst aan de hand van:
 
·       De geleverde producten en/of diensten.
·       De wijze waarop werkzaamheden zijn uitgevoerd (doelmatig, effectief, efficiënt).
·       De omgang met opdrachtgevers, leidinggevenden, collega's.
·       De omgang met klant, cliënt, patiënt of gebruiker (individu, groep, systeem).
 
Daarnaast kan het gaan om:
·       De wijze waarop leerdoelen zijn gerealiseerd en geëvalueerd in het kader van je ontwikkelingsplan
·        Specifiek voor oriëntatieopdracht: vermogen om zich een beeld te vormen van de beroepspraktijk en daarover te communiceren.
·       Specifiek voor beroepsopdracht: de uitvoering van beroepshandelingen binnen de randvoorwaarden die de organisatie/instelling heeft.
Welke feedback krijg ik?
 
Beoordeling met een cijfer met een uitgebreide toelichting in een gesprek. Je ontvangt feedback van diverse partijen en maakt een zelfbeoordeling.
 
Eigen beoordeing:
·       Je eigen functioneren tijdens de stage-/praktijkperiode te beoordelen.
·       Waardering van het eventuele eindproduct op op kwaliteit.
·       Eventueel het functioneren tijdens supervisie (supervisieverslag).

Een andere belangrijke feedbackgever is de praktijkbegeleider (op de werkvloer). Hij kijkt naar:
·       Hoe je functioneert als tijdelijk werknemer en collega.
·       Wat de kwaliteit is van het door jouw geleverde werk en product.
·       Hoe je je opstelt, wat is je werkhouding en mentaliteit. Daarbij kan hij mede het oordeel van de collega's betrekken waarmee je hebt samengewerkt.
 
Verder krijgt de je feedback van supervisor of stagedocent. Hij gaat daarbij af op het beoordelingsniveau van de praktijkbegeleider en beoordeelt:
·       De kwaliteit van het eventuele eindproduct.
·       Het inhoudelijke niveau van het reflectieverslag.
·       Eventueel je aandeel bij supervisie.
 
Tenslotte krijgt je nog feedback van medesupervisanten of medestudenten. 
 
Hoe bereid ik me voor op deze opdracht?
 
·       Zorg dat inhoud en procedures duidelijk zijn voor je.
·       Bestudeer de handleiding met alle voorwaarden, beoordelingscriteria e.d..
·       Vraag eventueel ondersteuning bij de voorbereidingen.

Solliciteren
Meestal moet je naar een stageplaats solliciteren. Vaak biedt de opleiding sollicitatietrainingen aan ter voorbereiding. Ook op internet is hierover veel informatie te vinden. Zie bijvoorbeeld
www.stageplaza.nl

Oriënteren:
* Verzamelen informatie over de stageplaats.
* Bepaal welke leerpunten je vooral in deze stage wil gaan werken.
* Het helder krijgen van wat een werkgever van hem verwacht, en of de leerpunten hierbij aansluiten.

Opstellen van contract
Zorg dat je een contract opmaakt waarin:
* De taken/activiteiten die je gaat uitvoeren.
* De competenties waaraan je gaan werken.
* De beoordelingscriteria.
* Indien mogelijk, de goedkeuring door praktijkbegeleider en stagedocent.
 
Bij het zoeken naar geschikte werkplek is het belangrijk dat de je daar geconfronteerd wordt met een verscheidenheid aan kritische beroepssituaties, waaruit dient te blijken dat je kan handelen als een professional. Instrumenten om werkplekken op geschiktheid te onderzoeken zijn bijvoorbeeld een werkplekscan of een taakanalyseformulier.
 
Laatste wijziging: oktober 2013

 Hoe scoor ik maximaal?

Zoek een stageplek die bij je past.
Maak ook je eigen wensen en verwachtingen kenbaar.
Lees en leef je in in de situatie van de instelling of het bedrijf.
Toon interesse in je werk en je collega’s.
Wees gemotiveerd en zet je voor de volle 100% in.
Neem initiatieven en laat jezelf zien op je stage. Zorg voor een eigen inbreng.
Realiseer je dat geen enkele stage ieder moment even leuk is; je krijgt ook opdrachten die je minder goed liggen.

 Tips

De begeleidingsgesprekken met je praktijkbegeleider of leidinggevende  zijn een belangrijk onderdeel van de stage- of de praktijkopdracht. Het komt voor dat deze gesprekken niet opleveren wat je ervan verwacht had: ze worden verschoven, zijn korter dan gepland of blijven steken bij oppervlakkig geklets. Zorg dat je zelf goed weet wat je uit zo’n gesprek wilt halen. Weet wanneer je tevreden de deur uit gaat. Maak duidelijke afspraken over tijd en plaats. Mocht er echt iets verschoven moeten worden, zoek dan meteen een alternatieve datum.
Met name bij de wat langer durende stage- en praktijkopdrachten is er vaak ook de mogelijkheid om deze in het buitenland te volgen. Leuk als je je horizon wil verbreden, een andere cultuur wilt leren kennen of om je talenkennis te verbeteren. Kijk op stage in het buitenland (zie links) en informeer je bij je eigen opleiding.
Wees eerlijk als je jezelf moet beoordelen in je eindverslagen. Niemand functioneert perfect. Benoem dus zowel je sterke als zwakke punten en stel een plan op hoe je verder in je opleiding aan deze zwakke punten gaat werken.